Preek van weekend 17 en 18 september 2022

Geef Mij je liefde

25ste zondag door het jaar C 2022

Loterijen zijn populair. Stel je toch eens voor dat je de hoofdprijs in loterij wint. Miljoenen voor jou! Wat voor mogelijkheden openen zich dan! Geld geeft macht, alles is immers te koop, althans zo lijkt het. De fascinatie voor geld is niet alleen van deze tijd.

Zo vertelt Jezus in het evangelie een parabel over een rentmeester. Rijke mensen stelden een rentmeester aan als beheerder van hun bezittingen en kapitaal. Een soort financieel manager dus. Zo’n manager heeft twee eigenschappen nodig: hij moet betrouwbaar en creatief zijn. Betrouwbaar: het geld is immers niet van hem. Creatief: hij moet ervoor zorgen dat het kapitaal groeit.

De rentmeester in het verhaal van Jezus is wel creatief, maar niet betrouwbaar, Tja, hoe gaat dat, zoveel geld onder handbereik, dan ligt de verleiding op de loer dingen te doen in het eigenbelang. Zijn baas zit in…

View original post 385 woorden meer

23ste zondag door het jaar C 2022

De vakantie is weer voorbij. De caravan is weer gestald. De tenten zijn opgeborgen. De koffer staat weer op zolder. Iedereen heeft zijn vakantieverhaal, toegelicht met een uitgebreide foto- en filmreportage. Deze vakantieverhalen zijn zeer verschillend. Er zijn de verhalen van vliegreizen naar exotische oorden met witte stranden en luxe hotels, waar het aan niets heeft ontbroken. Daarnaast zijn er de verhalen van hen die juist naar de natuur zijn teruggekeerd. Geen luxe, geen drukte, geen vertier, maar juist de stilte, het geruis van de wind, het ruisen van een beek. Geen drukte maar de confrontatie met de eigen persoon. Het leven is immers vaak zo druk, dat wij geleefd worden. Wij snellen van afspraak naar afspraak. Vaak worden wij in beslag genomen door materiele zaken.

Jezus spreekt ons vandaag erop aan. Zeer zeker is u die ene zin opgevallen: ‘Zo moet ieder van u – ieder van u! – afstand doen van alles wat hij bezit – alles wat hij bezit! – anders kan hij geen leerling van Mij zijn.’ Wij zijn geneigd te zeggen: “Gelukkig wordt de soep niet zo warm gegeten als ze wordt opgediend.”

/ Maar toch: Sommige zaken mag je niet te licht opvatten. Zo moet iemand die een toren gaat bouwen om indruk te maken op een ander, toch eerst maar eens goed uitrekenen of hij hem kan betalen, anders staat hij voor schut. De toren komt niet boven het maaiveld uit. Zo iemand heeft een grote mond maar is in werkelijkheid maar tot weinig in staat. En als je geen toren hoeft te bouwen maar toch Jezus’ leerling wilt zijn, dan gaat dat ook niet zomaar. Dan moet je afstand doen van alles wat je bezit, anders wordt het niks. /

Wie de werkelijkheid van God wil ervaren, moet er iets voor over hebben en zichzelf geen illusies maken. Het ware geluk proef je pas, als je nergens meer aan gehecht bent. De egoïst is nooit gelukkig. Degene die bereid is om weg te schenken, kent de gevoelens van vreugde en dankbaarheid.

Ik heb inmiddels enige keren gesproken met mensen, die in hun eentje of met zijn tweetjes de pelgrimstocht naar Santiago hadden gemaakt. Ze zijn van hier naar Spanje gelopen. Drie maanden onderweg zonder veel geld en zonder mobieltje. Ze hadden zich uitgeleverd aan de genade en ongenade van anderen om onderdak te krijgen. Ze hadden de ene dag storm en stortbuien moeten doorstaan en de andere dag de brandende, onbarmhartige zon gevoeld. Ze moesten blij zijn met een eenvoudige slaapplaats. Ze voelden dagelijks het verlangen naar hun dierbaren. Zo maakten zij het bestaan mee zonder filter, drie maanden lang. Niet iedereen kan dat. Niet iedereen durft dat aan.

De heilige Franciscus van Assisi durfde het. Nadat hij als rijkeluiszoon was opgegroeid, kwam hij tot nadenken tijdens een ziekbed en ervoer hij de leegte van zo’n leven waarin hij zich alles kon permitteren. Dat leidde ertoe, dat hij de rijkdom opgaf om werkelijk vrij voor God en zijn medemens te zijn. Plots voelde hij zich vrij om melaatsen te verzorgen. Hij was niet bang meer om zelf besmet te worden. Hij koos voor armoede en wilde zich nergens aan hechten dan aan de God die en de naaste. Het bevrijdde hem van angsten en zorgen.

/ Ik hoop vurig dat ik zelf zover ben aan het eind van mijn leven; dat ik dan alle dingen waaraan ik zo gehecht was, los kan laten. Dat de waan van de dag dan voorbij is en ik ontdekt heb, waar het voor God op aankomt in het leven. /

Jezus maakt zijn boodschap duidelijk met woorden, die ons hard overkomen. Maar wat liefde is kunnen wij niet omschrijven aan de hand van halfzachte woorden. Liefde kan veel van ons vragen. Ja, alles van ons vragen. Liefde kan alleen totaal zijn en niet halfslachtig. U weet wel: Alles of niets!

/ Jezus maakt dit duidelijk aan de hand van de joodse denkwijze die dat steeds in zwart-wit-beelden uitdrukt. Vandaag verkondigt Jezus ons een veeleisende boodschap. Dat brengt ons verder. Zij zuivert onze mentaliteit om als mens te groeien tot een mens van geloof en liefde. /

Bron: Martinusparochie

22ste Zondag door het Jaar C 2022

Lezingen: Sir 3,17-29, Hebr. 12,18-24a; Lk 14,1.7-14

Inleiding


Voortdurend worden wij bekoord door aanzien en macht. Wij weten dat Christus groot werd, door zelf klein te worden en door te dienen. Alleen door de liefde heeft Hij alle kwaad doorstaan en overwonnen.


Wij worden vandaag uitgenodigd ons te bezinnen over de ware grootheid die alles te maken heeft met de nederigheid en de bescheidenheid die wij gezien hebben in Jezus Christus, onze Heer.

Preek

Het is fijn om uitgenodigd te worden voor een feest of een maaltijd. Wanneer wij van familieleden, vrienden of kennissen een uitnodiging ontvangen, zullen we er naar mogelijkheid graag op ingaan. Het doet ons goed om met anderen op feestelijke wijze samen te zijn en het schenkt ons vreugde. Wanneer het een hooggeplaatst iemand is door wie wij worden uitgenodigd, heeft dit ook iets eervols voor ons. Het betekent erkenning van onze persoon en onze verdiensten.

Jezus werd blijkbaar uitgenodigd door een voornaam persoon van die tijd een Farizeeër, want zoals het evangelie ons vertelt, gaat Hij ernaartoe om de maaltijd te gebruiken. In de ogen van de mensen werd dit vermoedelijk als een eervolle uitnodiging beschouwd. Jezus staat hier niet bij stil. Hij maakt van de gelegenheid gebruik om aansluitend bij de concrete omstandigheden waarin Hij zich bevindt de mensen te onderwijzen over het Rijk van God.

Immers, wat Jezus zegt over de keuze van de plaatsen aan tafel bij een bruiloftsfeest heeft zeker niet de bedoeling, ons een les in wellevendheid te geven. Zoals zo vaak in zijn verkondiging staat het beeld van het bruiloftsmaal voor het toebehoren tot het Rijk van God. In dit Rijk echter kan niemand enige aanspraak maken op de beste plaatsen. Het is enkel aan Gods genade te danken, wanneer wij tot zijn Rijk mogen behoren. En God alleen weet hoeveel eer iemand toekomt in zijn Rijk.

De onderrichting van Jezus over het bruiloftsmaal herinnert ons eraan, dat het geloof ermee begint dat God óns uitnodigt. Wij zijn door Hem gevraagd om deel te hebben aan zijn Rijk. Het is de meest eervolle uitnodiging die mogelijk is, want ze gaat uit van de Heer van hemel en aarde.

Het is ook de uitnodiging die de meeste vreugde schenkt, zelfs het eeuwige leven! Ons geloof kan beschouwd worden als ingaan op Gods uitnodiging. Wij gaan met vreugde naar onze Gastheer toe en aanvaarden tot ons eigen heil en zegen, wat Hij ons aanbiedt. Met grote vreugde mogen wij samen zijn met allen die eveneens op de uitnodiging ingaan en willen behoren tot zijn Rijk.

Hoe wij heel concreet kunnen laten zien, dat wij werkelijk willen ingaan op Gods uitnodiging, daarover gaat de tweede onderrichting van Jezus in het evangelie vandaag. Aan zijn gastheer beveelt Jezus aan om voor een middag- of avondmaal niet slechts vrienden, broers, bloedverwanten en rijke buren uit te nodigen, maar juist armen, gebrekkigen, kreupelen en blinden, want deze laatsten kunnen er niets voor terug doen. Het is een handelen zoals God voor óns handelt: Zonder er eigen voordeel van te hebben, goed doen aan mensen die hoe dan ook gebrek lijden of hulp nodig hebben.

Wij gaan in op Gods uitnodiging tot zijn Rijk, wanneer wij ons geloof omzetten in concrete daden van naastenliefde, ook voor de meest behoeftigen.

Laten wij met eerbied naar Jezus leringen luisteren en Hem de hoogste plaats geven in heel ons leven. Dan zullen wij eens de vreugde mogen proeven van het eeuwig gastmaal in zijn heerlijkheid. Amen.

Een nieuwe schepping: De betekenis van de Tenhemelopneming van Maria

Geef Mij je liefde

Een nieuwe schepping: De betekenis van de Tenhemelopneming van Maria

In een wereld vol leugen en bedrog, die ons door valse ideologieën drijft naar steeds meer geweld en oorlog, willen we even terugblikken op de betekenis van de Tenhemelopneming van Maria. Zij leidt ons niet naar een “harmonisch” leven op “moeder aarde” of een actie voor “red de planeet” volgens de klimaatfantasieën van wereldleiders, maar naar de diepste werkelijkheid waartoe wij uiteindelijk allen geroepen zijn.

Op 15 augustus vieren we het sterven van Maria, haar verrijzenis, haar glorierijke opname in de hemel met lichaam én ziel. En dit alles is een voorafbeelding van datgene waartoe wij allen uiteindelijk geroepen zijn.

In het oosten wordt dit feest het “inslapen” (dormitio) van Maria genoemd. Volgens een oude apostolische traditie werd Maria vooraf van haar sterven verwittigd, kwamen de apostelen rond haar samen, bad zij voor de vrede, troostte en zegende hen. Als…

View original post 621 woorden meer

Allerheiligen – Samen Kerk

Allerheiligen... 

Het kerkelijke jaar kent net als het gewone kalenderjaar haar vaste momenten en “highlights”, met dien verstande dat daar waar op onze kalenders veelal de verjaardagen van onze familieleden staan gemarkeerd, in de agenda van de kerk de verjaardagen van de sterfdata van haar dierbaren – de heiligen – staan vermeld. 
 Als zodanig is het opmerkelijk te zien dat daar waar wij in het gewone leven op de verjaardagen in feite het leven hier vieren (het feest verwijst immers naar onze geboorte, onze komst in deze wereld), dat de kerk doorheen de heiligenfeesten verwijst naar hun en onze (potentiële) intrede in die andere wereld. Voor kloosterlingen is een sterfdag dan ook niet zozeer een droevig gebeuren, maar bovenal een verwijzing naar onze geboorte ten eeuwige leven. De dood is immers niet het einde, zo geloven wij - maar veeleer het begin van een nieuw en onvergankelijk leven. 
Allerheiligen
De heiligen verwijzen hier naar. Vele bekende heiligen hebben een eigen dag in het kerkelijk jaar. Naast deze gecanoniseerde heiligen zijn er evenwel ook talloze onbekende heiligen. We eren hen in de kerk met name op het Hoogfeest van Allerheiligen. Daartoe behoren ook, zo hopen wij, de velen die ons ontvallen zijn en die thans bij God in de hemel zijn. Feitelijk behoren alle mensen in de hemel tot diezelfde categorie, die der heiligen. Het is mede daarom dat ik vaker iets aan mijn overleden moeder vraag, in het geloof dat ook zij bij onze lieve Heer voor mij en anderen een voorspreker wil zijn.
Eigen(n)aardigheden 
Heiligen, het waren en zijn veelal markante persoonlijkheden. Als men zich verdiept in hun levensloop en de lotgevallen die hen te beurt vielen, dan blijken zij in menig opzicht net zoals wij; mensen met hun eigen aardigheden, alsook hun eige(n)naardigheden. Zo waren velen aanvankelijk helemaal geen heiligen (in spé), maar door schade en schande wijs geworden, leerden zij het leven hier met al haar vermakelijkheden te relativeren. Gaandeweg maakten zij een proces van bekering door. Ja, de meesten zijn enkel door vallen en opstaan gegroeid in geloof, overgave en heiligheid. 
Doe er uw voordeel mee! 
Heiligen, ze worden ons door de kerk tot voorbeeld gesteld. Ze vormen ook een bewijs, dat heiligheid niet enkel iets is voor de zogenaamde bevoorrechten, maar wél voor mensen die er helemaal voor gingen (en gaan); wier geloof, hoop en liefde met de jaren toenam, onverlet de moeilijkheden en kruisen die hun levensweg markeerden. Veel mensen maken evenwel van de heiligen een soort karikatuur. Daardoor worden ze min of meer apart gezet, alsof zij niet van deze wereld zouden zijn. De werkelijkheid van hun leven staat echter haaks op dat veelal vertekende beeld. Daarom, verdiep u eens in het leven van uw patroonheilige. Ja, kijk eens wat u uit dat leven kunt halen, om er uw voordeel mee te kunnen doen, mede omwille van hen met wie u uw leven deelt, zoals de heiligen juist doorheen hun heilig leven van betekenis waren en zijn voor anderen. 

door Pastoor C. Müller
Bron: Samen Kerk, Jaargang 13, nr. 5, blz. 2.

19de zondag door het jaar C 2022

“Ik geloof”: zo begint straks ons gezamenlijk gezongen Credo. Niet “wij geloven”, maar: ík geloof. Ieder van ons spreekt voor zichzelf. Nog even los van de inhoud van wat we dan precies geloven, komt allereerst de vraag op: Wat is geloven eigenlijk? 
De schrijver van brief aan de Hebreeën heeft zich ook met die vraag beziggehouden, zoals we in de tweede lezing konden horen. En hij geeft een omschrijving die ons wellicht kan helpen. “Het geloof is een vaste grond van wat wij hopen, het overtuigt ons van de werkelijkheid van onzichtbare dingen.” Het geloof betreft in ieder geval datgene wat we niet kunnen zien, alles wat niet onmiddellijk waarneembaar is. Geloven is dan vertrouwen op de zekerheid van dingen die wij hopen. 
Ons geloof wordt in ons gewekt door het woord van God, door zijn beloften, die Hij tot ons richt.  
Abraham is daarvan een schitterend voorbeeld. De Schrift noemt hem niet zonder reden de “vader van alle gelovigen” (Gal. 3,7)

Geloven is wezenlijk ‘gehoor geven’ aan een roeping van Godswege.

Geloven doen we dus niet zozeer in een leer, als wel in een persoon. Wij geloven in God. En dat geloof uit zich in een levenshouding van uitzien en verwachten. “Gelukkig de dienaars die de Heer bij zijn komst wakende zal vinden.”

Net als Abraham zijn wij ooit aan een reis begonnen, een avontuur met God. We hebben keuzes gemaakt waardoor we het oude en vertrouwde achter ons lieten. We gingen op weg zonder het eindpunt van onze reis helder voor ogen te hebben. En we zijn nog steeds onderweg. Het leven voltrekt zich stap voor stap, zo ook ons geloof. Jezus nodigt ons uit om ons niet te hechten aan de dingen die voorbijgaan, maar om onze blik gericht te houden op wat blijft.

Geloven vraagt ook om daden. De apostel Jakobus zegt in zijn brief dat een geloof, dat zich niet in daden uit, dood is (2,17). Dit is de enig juiste conclusie van de woorden uit het evangelie die ons oproepen om trouwe, betrouwbare, rechtvaardige en verstandige beheerders te zijn van aarde en mensheid, want God zelf heeft die aan onze zorgen toevertrouwd. En we zullen er rekenschap van moeten geven, want: “Van ieder aan wie veel is gegeven, zegt Jezus, zal veel worden geëist; en van hem aan wie veel is toevertrouwd zal des te meer worden gevraagd.”

Geloven is dus niet vrijblijvend. Het is ook geen vroom wegdromen of wegkijken van de wereld waarin we leven, maar integendeel een persoonlijk engagement van heel ons wezen. Als de Heer ons bij zijn komst bezig vindt om zijn dienstvolk op de gestelde tijd hun rantsoen koren te geven, dan zullen we gelukkig zijn, houdt Jezus ons vandaag voor. De Heer komt op een dag en een uur dat wij niet kennen. Geloven betekent dan waakzaam en zorgzaam elk uur van de dag “vol vreugde de vervulling te verwachten van de beloften waarop we mogen vertrouwen.” Want het heeft de Vader behaagd ons het Koninkrijk te schenken. Amen.

>>>   Vgl. willibrordsabdij.nl

Blad Samen Kerk

Uitgave 2021

Samen Kerk uitgave 2021-1

Uitgaven 2020

Samen Kerk uitgave 2020-1 Kerkbalans
Samen Kerk uitgave 2020-2 Pasen
SamenKerk uitgave 2020-3
Samenkerk uitgave 2020-4

Uitgaven 2019

Samen Kerk uitgave 2019-1 KerkBalans
Samen Kerk uitgave 2019-2 Pasen
Samen Kerk uitgave 2019-3 Zomer
SamenKerk uitgave 2019-4 Allerzielen
SamenKerk uitgave 2019-5 Kerstmis

Uitgaven 2018

Samen Kerk uitgave 2018-1 KerkBalans
Samen Kerk uitgave 2018-2 Pasen
Samen Kerk uitgave 2018-3 Zomer
Samen Kerk uitgave 2018-4 Allerzielen
Samen Kerk uitgave 2018-5 Kerstmis

Uitgaven 2017

Samen Kerk uitgave 2017-1 KerkBalans
Samen Kerk uitgave 2017-2 Pasen
Samen Kerk uitgave 2017-3 Zomer
Samen Kerk uitgave 2017-4 Allerzielen
Samen Kerk uitgave 2017-5 Kerstmis

Uitgaven 2016

Samen Kerk uitgave 2016-1 KerkBalans
Samen Kerk uitgave 2016-2 Pasen
Samen Kerk uitgave 2016-3 Zomer
Samen Kerk uitgave 2016-4 Allerzielen
Samen Kerk uitgave 2016-5 Kerstmis

Uitgaven 2015

Samen Kerk uitgave 2015-1 KerkBalans
Samen Kerk uitgave 2015-2 Pasen
Samen Kerk uitgave 2015-3 Zomer
Samen Kerk uitgave 2015-4 Allerzielen
Samen Kerk uitgave 2015-5 Kerstmis

Uitgaven 2014 [V]

Samen Kerk uitgave 2014-1 KerkBalans
Samen Kerk uitgave 2014-2 Pasen
Samen Kerk uitgave 2014-3 Zomer
Samen Kerk uitgave 2014-4 Allerzielen
Samen Kerk uitgave 2014-5 Kerstmis

Uitgaven 2013 [V]

Samen Kerk uitgave 2013-1 KerkBalans
Samen Kerk uitgave 2013-2 Pasen
Samen Kerk uitgave 2013-3 Zomer
Samen Kerk uitgave 2013-4 Orgel Grote Kerk
Samen Kerk uitgave 2013-5 Allerzielen
Samen Kerk uitgave 2013-6 Kerstmis

17e zondag C 2022

Gen. 18, 20­32; Kol. 2, 12­14; Lc. 11, 1­13

Onbescheiden aandringen. Dat is volgens Jezus de manier waarop wij moeten bidden. Wat zegt dat van God? Als iemand bij mij onbescheiden aandringt dan vind ik dat irritant en heb de neiging om geen gehoor te geven. Jezus maakt ons vandaag duidelijk dat onze hemelse Vader niets liever wil dan dat wij juist onbescheiden zijn. Letterlijk staat er in het Grieks: schaamteloos. We moeten onbeschaamd vragen, kloppen, zoeken, te pas en te onpas; zonder op te geven, op het brutale af.

Jezus was ergens aan het bidden en zijn leerlingen waren er duidelijk van onder de indruk. Zijn voorbeeld deed hen verlangen om ook zo te kunnen bidden. In die dagen was het vrij uitzonderlijk onder de Joden om op deze wijze te bidden. Onderricht daarin ontbrak zelfs. Johannes de Doper was ermee begonnen om zijn leerlingen te leren bidden. Nu vragen ook Jezus’ volgelingen om in het gebed te worden ingewijd. En we kennen het onderricht van Jezus. Het is het gebed dat de meesten van ons als kind al leerden ofwel als eerste van buiten leerden toen we tot geloof kwamen. Het is het Onze Vader.

Het bijzondere ervan is dat Jezus zijn leerlingen in zijn eigen gebed inwijdt. Hij maakt hen deelgenoot van zijn eigen intimiteit met God. De God die Hij Vader noemt. Wie God Vader noemt is op hetzelfde ogenblik ook zoon of dochter. Jezus is dé Zoon van God ómdat Hij God Vader noemt (en dóordat Hij God Vader noemt). En ieder die in navolging van Hem “Vader” zegt wordt in die relatie opgenomen en tot kind van God aangenomen.

De God, die Jezus Vader noemt, overstijgt iedere aardse voorstelling.

Niemand is Vader zoals God Vader is. Hij geeft ons alles wat wij vragen. En de hoogste gave is de heilige Geest. Zij is de liefde die Vader en Zoon samenhoudt. De Geest ís de liefdesband van Jezus en zijn Vader. Die Geest wil Hij ook ons schenken. Maar we moeten er wel om vragen: onbescheiden, onbeschaamd. Zonder schaamte vragen dus. We mogen een vertrouwvol beroep doen op onze hemelse Vader. Hij zal ons vertrouwen niet beschamen.

Wat zegt dit van God? Onze hemelse Vader laat zich verbidden. Hij is betrouwbaar. Hij is barmhartig. Hij geeft wat wij vragen. Zelfs meer dan wij vragen. Maar alleen als wij volhardend vragen, met aandrang, schaamteloos.

“Al wie vraagt verkrijgt”, belooft Jezus. Wanneer? Dát zegt Hij niet! Van belang is dat wij vragen, want vragen betekent dat je open staat voor iets dat van buiten naar je toekomt. Hulp vragen kost menigeen veel tijd en nederigheid. Want vragen is ook een uiting van eigen onvermogen. Van jongsaf wil een mens alles ‘zelf doen’.

Afhankelijk wil niemand zijn. De erkenning van je eigen hulpbehoevendheid kan een pijnlijk proces zijn. Maar juist daardoor ontstaat die ruimte in ons zodat God ons kan geven wat wij werkelijk nodig hebben. God geeft niets tegen onze wil in. Niets is zo in strijd met de liefde als dwang. In zijn grote barmhartigheid laat God ons vragen. Met onbescheiden aandrang. Want zo wordt de Naam van de Vader geheiligd en kan zijn Rijk komen. En bovenal kan Hij zo de heilige Geest geven van zijn liefde. Het is die Geest die voor ons pleit met onuitsprekelijke verzuchtingen. Amen.

Vgl. Willibrordsabdij.nl 17de Zondag C.pdf

Hoogfeest van het Heilig Hart van Jezus

Het Hoogfeest van het Heilig Hart van Jezus nadert! Op Pinksteren is de Paastijd ten einde gegaan; de tijd waarin we 50 dagen lang gevierd hebben dat de Heer waarlijk is verrezen. Hij verscheen aan zijn leerlingen die op Goede Vrijdag de moed hadden verloren. De Verrezen Heer zelf kwam hun te hulp. Hij toonde zich aan Maria Magdalena, die meende een ‘tuinman’ te zien, Hij liep met hen mee naar Emmaüs, Hij kwam Thomas te hulp die om een ‘bewijs’ vroeg maar vóórdat Hij het bewijs kreeg, een geweldige belijdenis sprak; niet alleen ‘Heer, U bent verrezen’ maar: ‘Jezus, U bent mijn Heer en mijn God’. Jezus kwam zijn leerlingen te hulp die hun oude vissersvak weer wilden oppakken omdat hun geloof was verdwenen. Jezus komt ons te hulp wanneer wij ons afvragen: ‘Waar is God in alle moeilijkheden die ons overkomen, in de ‘dreiging’ van virussen, in de dreiging van een nieuwe wereldoorlog. Waar is God als ik ouder word, mijn krachten voel afnemen, mijn geheugen mij in de steek laat, mijn zelfstandigheid mij noodgedwongen dreigt te worden afgenomen.’

Vrees niet: de Verrezen Heer komt ook tot ons, ondanks ons zwakke geloof. Hij neemt het initiatief! Dat initiatief vierden we met Pinksteren en in de weken daarna; het Hoogfeest van de Heilige Drie-eenheid, Sacramentsdag en het Hoogfeest van het Heilig Hart.

Op Pinksteren zendt God de Heilige Geest: een nieuwe, totale aanwezigheid van God in onze wereld. De Heilige Geest die in ons werkt, ons kracht geeft om te blijven vertrouwen, die kracht geeft aan de woorden die wij spreken om Gods Liefde in de wereld te verkondigen. In de viering van het Hoogfeest van de H. Drie-eenheid vieren we dat onze God geen afstandelijke God is maar ten diepste Communio (verbondenheid in eenheid) tussen Vader, Zoon en Heilige Geest en dat wij in deze eenheid zijn opgenomen. In het Heilig Sacrament geeft God Zichzelf aan ons, wordt Hij Voedsel, Levend Manna, voor onze zoektocht in de woestijn van ons leven.

Op het Hoogfeest van het Heilig Hart vieren we dat God ons liefheeft met heel Zijn Hart, een ‘hartelijke’ God die ons liefheeft tot in het diepst van Zijn Goddelijk Wezen. Zelfs na zijn smartelijke dood aan het kruis blijft Hij geven. Uit Zijn geopend Hart stromen water en Bloed, de levensstroom van de Sacramenten die God ons gegeven heeft voor onze levensweg. Aan ons de taak om dankbaar te zijn voor al deze schitterende gaven van God. We brengen dank aan God, niet om God ‘groter’ te maken, want Hij is al de Grootste. We brengen eer en dank om God de kans te geven meer voor ons te ‘doen’. God heeft ons geschapen voor het geluk. Zijn grootste vreugde bestaat erin dat wij, mensen, gelukkig zijn. In alle omstandigheden van het leven. En dat geluk bestaat hierin dat wij alles aanvaarden wat uit Zijn Hand komt, dat wij ons ‘fiat’ geven: ‘Hier ben ik Heer, ik ben bereid uw Wil te doen!’ Dát is God eren door gelukkig te zijn! Samen bidden en vieren, samen dankbaar zijn dat God ons gelukkig maakt!

Op vrijdag 24 juni vieren we het Hoogfeest van het Heilig Hart van Jezus. We nodigen u uit om de noveen te bidden van het H. Hart, welke begint op woensdag 15 juni.

Pinksteren – de “Grote Reset” van God

Het pinksterfeest, vorige zondag gevierd door alle christenen in de hele wereldkerk is de enige, ware “Grote Reset”, die al onze medewerking verdient  

In het joodse geloof was dit het “wekenfeest”, nl. zeven weken na Pasen, het feest van de bevrijding uit Egypte. Het getal zeven in de Bijbel verwijst naar de volheid. De heilige Johannes heeft zijn Apocalyps of Openbaring helemaal volgens het getal zeven uitgewerkt. Zijn brieven aan de “zeven kerken” vertegenwoordigen “alle kerken”. De zeven zegels verzegelen alle geheimen, de zeven kwalen zijn alle ellende… Welnu, zeven weken van zeven dagen en daar nog een dag bovenop, dat is de volheid van de volheid, nl de 50e dag (Grieks = pentecostes). Dit was ook een landbouwfeest, waarop de eerstelingen van de oogst uit dankbaarheid aan God, Schepper en Vader werden opgedragen.  Wij leggen daarom ook de eerste vruchten van onze oogst aan de voet van het altaar bij de Eucharistieviering. Vervolgens was het een familiefeest, waaraan iedereen mocht deelnemen, ook de slaven en slavinnen. Het was een herinnering aan de bevrijding van het joodse volk zelf uit Egypte. Pinksteren was uiteindelijk ook een weerspiegeling van een jubeljaar, nl. het jaar na het zevende “sabbatjaar”, het 50e jaar, dat werd aangekondigd door de bazuin, de ramshoorn (Hebreeuws: jobel, Leviticus 25). Hiermee waren drie verplichtingen verbonden. De gronden, de wijngaarden enz. moesten een jaar lang met rust gelaten worden en braak blijven liggen, de bezittingen moesten terugkeren naar de oorspronkelijke eigenaars en de slaven moesten vrijgelaten worden. De beroemde joodse historicus Flavius Josephus (+ rond 100) voegt hier nog de verplichting aan toe van het opheffen van alle schulden (Joodse Oudheden 3, 12). Dit geheel vormde een grondige “reset” en een totale maatschappelijke vernieuwing. Deze algehele omvorming werd evenwel in de praktijk nooit doorgevoerd. Wel bleef het steeds een belangrijk ideaal, een streefdoel en een bron van blijvende inspiratie. Zo werd het jubeljaar ook een symbool voor de komst van de messiaanse tijd. Tenslotte werd in de latere joodse traditie met Pinksteren ook de viering verbonden van de afkondiging van de Wet, aan Mozes gegeven op de Sinaï, wat gepaard ging met donder en bliksem (Exodus 20).

Welnu, Jezus Christus heeft door zijn Menswording, zijn onderrichtingen, zijn Evangelie, zijn lijden, sterven en verrijzen, het ideaal van het joodse jubileum met zijn Pinksteren ten diepste vervuld. “Christus betekent het einddoel/vervulling van de wet” (Romeinen 10, 4: Grieks: telos = niet alleen einde maar vooral voltooiing!). Hij is de ware Bevrijder en Verlosser van ieder mens op aarde en van geheel de mensen familie. Hij is de eerste van de nieuwe schepping en als eerste verrezen. Hij is met zijn heilige Geest de kostbaarste en eerste vrucht van de oogst, zijn verlossingswerk. Deze Geest schenkt Hij nu aan allen die in Hem geloven. Met zijn Zaligsprekingen en zijn Evangelie geeft hij ons zijn Nieuw Charter voor de mensheid. Zijn gebod van Liefde tot God en tot de medemens is de vervulling van alle geboden. Deze Wet en Genade zijn niet meer geschreven op stenen tafelen, noch op perkament, maar door Gods Geest in de harten van de mensen. Zoals de “Tien geboden” met de natuurwet langs het joodse volk voor alle volken van alle tijden gegeven zijn, zo is Jezus’ Wet van de liefde langs de Kerk gegeven voor heel de mensheid en voor altijd. En deze “Nieuwe Wet” of “Wet van de Geest” kan in de praktijk niet herleid worden tot een concrete, geschreven tekst, zoals het kerkelijk wetboek of de gedrukte tekst van het Evangelie zelf.  De “Nieuwe Wet” is de kracht van de heilige Geest zelf in het hart van gelovigen, zoals de heilige Thomas van Aquino (+ 1274) duidelijk uitlegt in zijn Summa.

Pinksteren is het “Grote Reset” van Gods Liefde voor de hele mensheid om ieder mens tot zijn diepste waardigheid en geluk te brengen. Hijzelf heeft onze menselijke levenssituatie helemaal doorleefd tot en met de verschrikkelijke veroordeling tot de Kruisdood.  Na zijn Hemelvaart heeft Hij ons zijn eigen goddelijke Geest geschonken, waardoor wij met Hem burgers van zijn Rijk kunnen worden. Het is een Rijk van liefde en barmhartigheid, waarheid en rechtvaardigheid, vrede en geluk. Hiermee kunnen we onze diepste ontplooiing als “beeld Gods” bereiken en uiteindelijk één worden met God, waarvoor we geschapen zijn. Door zijn armoede zijn wij rijk geworden. Door zijn vernedering heeft Hij ons verheven. Door zijn sterven ontvingen wij het Leven. Doordat Hij alle schuld en kwaad op zich nam, zijn wij bevrijd en geheiligd.

Wat ons in deze tijd wordt voorgehouden als de “Grote Reset” komt van het Wereld Economisch Forum van Davos (Zwitserland), vanuit de machtige wereldorganisaties, de miljardairs van de Rothschilds, de bankiers, de City of London, de Big Farma, de wapenbazen, de Kabbala, de wereldelite en hun marionetten in zowat alle landen. Het is helaas op zowat alle punten het tegendeel van Pinksteren. Deze “Grote Reset” wordt uitgedacht door mensen die zichzelf op duizelingwekkende wijze hebben verrijkt en hun rijkdom en macht steeds meer weten uit te breiden. Ze zijn “eugenetici” die menen dat er te veel mensen op aarde rondlopen. Ze trachten de wereldbevolking te verminderen en helemaal onder hun controle te krijgen. Door de verwoesting van de eenvoudige, plaatselijke economie, worden hun multinationals steeds rijker en machtiger. Door de vernietiging van het maatschappelijke leven, worden mensen tot geïsoleerde, weerloze deeltjes van een kneedbare massa herleid. De dynamische kracht van fiere, soevereine volken wordt gebroken en onderworpen aan een wereld overspannende bureaucratie zonder hart. Het gezin als basiscel van de maatschappij, waarin ieder mens de waarden van het leven leert en ontvangt, wordt vervangen door levenloze, manipuleerbare structuren. De zorgzame liefde van een moeder en het beschermende gezag van een vader worden ondermijnd en vervangen door harteloze dwangmaatregelen.   Zelfs de diepste eigenheid van een mens als man of vrouw, de bron van onze levens rijkdom en creativiteit, wordt aan de mensen ontnomen en gereduceerd tot een kleurloos, onzijdig (n)iets.   

Gods “Grote Reset”, het Pinksteren moeten we wereldwijd vieren en omarmen als de enige redding en hoop voor deze wereld. Dit plan brengt leven en liefde voor iedereen. De duivel zaait niets anders dan dood en vernieling, haat en oorlog. Er is geen compromis tussen beiden mogelijk. In zijn Pinksterpreek roept de heilige Petrus ons op: “Redt u uit dit ontaarde geslacht” (Handelingen 2, 40). Aan de mensen die vragen wat zij nu moeten doen antwoordt hij: “Bekeert u en ieder van u moet zich laten dopen in de naam van Jezus Christus tot vergeving van uw zonden. Dan zult gij als gave de heilige Geest ontvangen” (Handelingen 2, 38).

Pater Daniel

Bron: email van pater Daniel