Vreest niet; K 19,9a.11-13a; Mt 14,22-33

http://wp.me/p2DCGV-lx

Advertenties

14-de zondag door het jaar A

Zach. 9, 9-10 en Rom. 8, 9.11-13 en Mt. 11, 25-30

Een kenmerk van de christen, zegt Paulus in zijn brief aan de Romeinen, is dat zijn leven beheerst wordt door de heilige Geest, door de Geest van God. En die heilige Geest is een geest van liefde, van jezelf vergeten en gericht zijn op God en de naaste. Het is de Geest die Jezus totaal bezielde. De Geest waarvan Hij helemaal vol was. Daarom is het evenzeer de Geest van Jezus als de Geest van de Vader. Het is die heilige Geest die Jezus van de doden heeft opgewekt, zegt Paulus. Het is die Geest die eeuwig leven schenkt, ook aan ons, als wij die Geest toelaten in ons leven.

Daartegenover staat de geest van zelfgenoegzaamheid en egoïsme. De geest van de mens die op zichzelf betrokken is, die voornamelijk aan zichzelf denkt. Dat is de onheilige geest van deze wereld. Als je die geest je leven laat beheersen, dan ben je even vergankelijk als deze wereld, dan wordt je dood voor God. “Als gij zelfzuchtig leeft”, zegt Paulus, “zult gij zeker sterven. Maar als gij door de Geest de praktijken van de zelfzucht versterft, zult ge leven.” Het is het steeds terugkerend refrein in het nieuwe testament: als je kiest voor het voor de hand liggende, voor zoveel mogelijk naar je toehalen, het zoveel mogelijke bevredigen van behoefte, al die dingen waar we van nature toe geneigd zijn, dan zullen we alles verliezen in de dood (wie zijn leven wil winnen, zal het verliezen).

Maar als je kiest voor wat Jezus vraagt; voor geven in plaats van naar je toehalen, vergeven in plaats van altijd je gelijk halen, voor de ander in plaats van voor je zelf, voor God in plaats van voor de wereld, dan lijk je een hoop op te moeten geven, maar dan win je in feite alles (wie zijn leven verliest, zal het vinden).

Dat grote geheim van het evangelie, die omkering van alle waarden, die blijft verborgen voor de groten en de machtigen, die zo druk bezig zijn met hun carrière, met de opbouw van hun vermogen, met een positie verwerven in de maatschappij; ze blijft ook verborgen voor de wijzen en verstandigen van deze wereld, die geleerde boeken schrijven of verhandelingen houden vanuit de wijsheid van deze wereld die geen rekening houdt met God. Die wijsheid van het evangelie wordt geopenbaard aan kinderen, dat wil zeggen aan de eenvoudigen die niet vol zijn van zichzelf en dus nog openstaan voor God. Alleen die kennen God en zijn geboden via Jezus, de Zoon van God, de enige die God echt kent.

Het leven van een mens is niet altijd gemakkelijk. De lasten van het leven drukken soms zwaar. Het lijkt op een zwaar juk waaronder mensen soms gebukt gaan. Jezus zegt: kom bij Mij en Ik zal u rust en verlichting schenken. Jezus belooft ons juk mee te dragen als we bij Hem blijven. Immers zijn woord geeft troost en uitzicht, zijn sacramenten geven kracht.

Als Jezus zegt: neemt mijn juk op uw schouders, dan denkt Hij waarschijnlijk aan het feit dat de rabbijnen de Joodse Wet, de Thora; het juk van God noemden. De schriftgeleerden en Farizeeën hadden met hun vele bepalingen de Wet zo ingewikkeld gemaakt, dat het een ondraaglijke last was voor de gewone gelovige.

Daartegenover zet Jezus het juk van het evangelie, het juk van de heilige Geest, het juk van de liefde tot God en de liefde tot de naaste. Dat juk, zegt Jezus, is zacht en licht. Want de liefde weegt niet zwaar. Zelfs pijn en verdriet gedragen in liefde, worden lichter. Jezus leert ons zachtmoedigheid en nederigheid. Als we die zachtmoedigheid, die nederigheid van Hem overnemen, dan ruimen we plaats in voor de heilige Geest die rust geeft aan onze ziel. Amen.

www.mennenpr.nl

De liefde voor God is de norm

Dertiende zondag door het jaar A

2 Kon. 4,8-11.14-16a en Rom. 6,3-4.8-11 en Mt. 10,37-42

Gastvrijheid staat in het Oosten en dus ook in Bijbel hoog aangeschreven. Maar toch gaat het deze zondag om meer dan eenvoudige gastvrijheid. Elisa wordt door de Sunamitische vrouw gastvrij gehuisvest, omdat Hij een man Gods was. De gastvrijheid aan Elisa bewezen is zo een daad van gastvrijheid en liefde tegenover God zelf.

Dat wordt onderstreept door het evangelie, we lezen; “wie een van deze kleinen al was het maar een beker koud water geeft, omdat hij mijn leerling is, voorwaar, Ik zeg u: zijn loon zal hem zeker niet ontgaan.” Ook hier wordt de beloning gegarandeerd aan iemand die iets goeds doet aan iemand die een leerling van Jezus is: het is dan een daad van gastvrijheid en liefde tegenover Jezus zelf.

Elders in het evangelie zegt Jezus in het algemeen; “al wat gij aan de minsten der mijnen gedaan heb, hebt gij aan Mij gedaan”. Daar zegt Hij: zelfs wat je zonder aan Jezus te denken aan de armen doet, doe je feitelijk aan Hem, zonder dat je het in de gaten hebt.

Hier is het meer bewust: de welgestelde vrouw bewijst eer aan Elisa omdat hij een man Gods is; die een beker water geeft doet het omdat het een leerling van Jezus is die dorst heeft. Daarmee zegt de Schrift: eerbied en liefde voor mensen die nauw met God, met Jezus verbonden zijn, wordt beschouwd als eerbied en liefde jegens God, jegens Jezus. Dat wordt beloond.

God moet immers altijd in het middelpunt staan, ook in de omgang met je medemensen. En dan staat er heel scherp aan het begin van het evangelie van vandaag; “wie vader of moeder meer bemint dan Mij, is Mij niet waardig; wie zoon of dochter meer bemint dan Mij is Mij niet waardig.” Betekent dat dat Jezus je zou dwingen in bepaalde omstandigheden op te houden van je vader of moeder, of van je zoon of dochter te houden? Nee, dat betekent het niet. Kinderen moeten onder alle omstandigheden van hun ouders blijven houden en ouders van hun kinderen. Dat staat buiten kijf.

Maar liefde is niet zomaar een gevoel, een emotie. Christelijke liefde is altijd de bezorgdheid en de inzet voor het echte geluk van de ander. Het houden van je kinderen, het houden van je ouders moet voor een gelovige gemotiveerd worden door de liefde voor Jezus. De liefde tot Jezus en dus ook tot God moet de liefde tot de naaste bepalen. Te vaak laten we ons echter leiden door natuurlijke emoties en noemen dat liefde. Van nature, en we zien het in de dierenwereld ook, heeft de ouder de neiging zijn kind altijd in bescherming te nemen. Dat doet een kloek met haar kuikens, een leeuw met haar welp.

Maar wat Jezus vandaag in het evangelie wil zeggen, is: als je je in de liefde tot je ouders, tot je kinderen alleen laat bepalen enkel door natuurlijke emoties, zonder daarbij je gevoelens te laten leiden door de liefde voor Christus, de liefde voor God, door de normen van hun liefde, dan mag je je eigenlijk geen christen noemen.

Wij zijn gedoopt, wij hebben de oude mens met zijn zonde afgelegd! Die is sacramenteel in het doopwater gestorven en wij zijn met Christus verrezen. Daarom moeten we onszelf beschouwen en gedragen als mensen die leven voor Gods liefde in Jezus Christus. Onze Heer. Amen.

Cor Mennen,  vgl. http://www.mennenpr.nl/zondag_13a.html

100-jarig jubileum parochie ‘H. Hart van Jezus te Nieuwenhagerheide’ op 2 juli

OPENINGSWOORD
Beste mensen, wij vierden afgelopen vrijdag het hoogfeest van het Heilig Hart van Jezus. In aanloop naar het 100-jarig jubileum van onze parochie ‘H. Hart van Jezus te Nieuwenhagerheide’ op 2 juli a.s. wil ik een overdenking uitspreken ter ere van het H. Hart van Jezus.
Wij kennen allemaal wel die uitspraak van Jezus in het evangelie: “Komt allen tot Mij, die uitgeput zijt en onder lasten gebukt.” Wij mogen met al onze problemen bij Hem komen. En wij hebben allemaal wel wat. Geen mens is vrij van grote of kleine problemen. Ieder huisje heeft zijn kruisje.
Wij weten natuurlijk niet precies hoe en wanneer God ons zal helpen. Zijn wegen zijn wonderbaar en ondoorgrondelijk.
Wij weten in ieder geval allemaal zoveel van God af, dat wij ervan doordrongen zijn, dat Hij een heel grote liefde voor ons heeft, een groot Hart. Proberen wij in dat vertrouwen deze heilige Eucharistie te vieren. Belijden wij eerst ons eigen gebrek aan liefde.

OPENINGSGEBED
Laat ons bidden. God, wij hebben geen woorden om te zeggen hoe groot en hoe diep de liefde is, die Gij ons hebt betoond in het Hart van Jezus, uw Zoon. Leer ons verstaan dat wie bemint, zichzelf moet geven en dat uw liefde de kern moet worden van ons bestaan. Door onze Heer Jezus Christus, uw Zoon, die… . Amen.

PREEK
“Komt allen tot Mij, die uitgeput zijt en onder lasten gebukt.” We kennen deze tekst wel. En juist daarom bestaat het gevaar, dat wij de diepe inhoud van deze woorden over het hoofd zien. Laten wij daarom eens een stukje bijbelstudie verrichten.
“Komt allen,” staat er. Dat woord drukt een beweging uit. Een gaan van de plaats waar je bent naar de plaats waar Jezus is. We kunnen dat op twee manieren opvatten. Een lichamelijke tocht: je gaat naar de kerk waar Jezus lichamelijk aanwezig is onder de gedaante van brood en wijn.
En wij kunnen het zien als een geestelijke reis: je nadert tot Jezus, die leeft in de diepte van je eigen hart, in het hart ook van je naaste.
Wie zijn nu die “allen” die tot Hem mogen komen? Dat zijn de mensen, die “uitgeput zijn” en de mensen, die onder “lasten gebukt gaan.” Daar zit verschil tussen.
Het “uitgeput” zijn wijst meer op een innerlijk, een psychisch lijden. Een mens is als het ware een put met water. Bijvoorbeeld, andere mensen kunnen zo vaak een beroep doen op jouw goedheid, dat je op een gegeven moment jezelf helemaal gegeven hebt. Je bent leeg-geput, uitgeput. Je bent jezelf voorbijgelopen. Je energie is op.
Het “onder lasten gebukt gaan” zou kunnen duiden op een lichamelijk of materieel lijden. Mensen zijn hun leven lang gehandicapt, ziek. Zij gaan gebukt onder werkeloosheid. Zij dreigen hun huis uitgezet te worden vanwege niet meer af te betalen schulden. Maar vaak is het zo, dat geestelijk en lichamelijk lijden samengaan.
Wat zegt Jezus nu verder? “Komt allen tot Mij … en Ik zal u rust en verlichting schenken.” De rust is voor degenen, die uitgeput zijn. De verlichting voor hen, die onder lasten gebukt gaan. Beide soorten van “zieken,” zieken tussen aanhalingstekens, wil Jezus genezen.
Dan komen we toch weer even terug bij de vraag hoe God ons dan zal helpen. Het antwoord is: Hij doet het niet zonder onze medewerking! Hij zei immers: “Neemt mijn juk op uw schouders en leert van Mij: Ik ben zachtmoedig en nederig van hart.”

Wij zullen er zelf toe moeten besluiten zijn juk te willen nemen; dragen, en dan zullen wij het natuurlijk nog moeten doen ook! Wijzelf zullen moeten proberen te leren, inzicht te krijgen in wie Jezus is: een zachtmoedige en nederige God.
En dat is dan ook tegelijk het medicijn, dat Jezus ons geeft, het geneesmiddel, waardoor wij rust en verlichting zullen kunnen ervaren. Wij zullen in navolging van Hem moeten proberen zachtmoedig en nederig te zijn tegenover onze naasten, ja, ook tegenover onszelf!
Beste mensen, zoals gezegd, ieder huisje z’n kruisje. Wij hebben bijvoorbeeld mensen in onze omgeving, die ons – hoe dan ook – het leven behoorlijk zuur maken. Jezus zegt: neem dat juk op je schouders en wees zachtmoedig. Dat wil niet zeggen, dat je het maar allemaal goed moet vinden, zeker niet, maar wij zouden er niet opstandig onder moeten worden. Wij moeten de problemen niet met geweld te lijf gaan.
Wij hebben bepaalde talenten, die wij niet hebben kunnen ontwikkelen zoals wij eigenlijk wilden. Wij hebben bepaalde eigenaardigheden, waar wij ook zelf last van hebben, en wij kunnen er maar niet los van komen. Dan toch zachtmoedig zijn, d.w.z. niet kwaad worden op jezelf, op andere mensen en omstandigheden, die er de oorzaak van zijn. Proberen te aanvaarden dat je nu zo bent. Beseffen, dat God je wel tot iets beters roept, maar ook weten, dat Hij je aanvaardt zoals je nu nog bent.
Beste parochianen, een goede manier om vandaag het heilig Hart van Jezus nog eens te vereren is het bidden van de litanie van het heilig Hart van Jezus, een toewijding tot het heilig Hart te bidden, maar de mooiste manier van verering is zelf “hart hebben voor” God en voor mensen. Hart hebben voor, bij Jezus betekent dat: zachtmoedig en nederig zijn. Twee termen, die misschien helemaal uit de tijd zijn. We mogen het ook anders noemen, bijvoorbeeld: vriendelijk zijn en jezelf en anderen aanvaarden, maar hoe wij het noemen is niet zo belangrijk. Laten wij het in praktijk proberen te brengen en wij weten allemaal dat dat soms heel moeilijk is.
Laten wij echter deze twee deugden in onszelf proberen te verbeteren. Dan zullen wij inderdaad “rust en verlichting” ervaren.

De drie monniken en de H. Drie-eenheid

Naar een hoogfeest zoals Kerstmis of Pasen kunnen we lang uitkijken. Maar wie van ons kijkt verlangend uit naar het feest van de Drie-eenheid? Heeft het enige invloed op ons geloof en ons leven? In de oosterse kerken, vooral de Russische kerk, is dat anders. Het mysterie van de drie-ene God speelt daar een centrale rol. Ook in het gebed en het leven van alledag bij eenvoudige gelovigen. Ik las in het Nederlandse tijdschrift Kerugma een mooie legende uit de oosterse kerk in verband met de Drie-eenheid.

Drie eenvoudige monniken gingen op een onbewoond eiland een klooster stichten. Het waren natuurmensen. Ze hadden een primitieve boerderij. Ze konden lezen noch schrijven. Ook de meest bekende gebeden kenden ze niet. Dat kwam de bisschop ter ore en hij maakte zich zorgen over hun geestelijk leven. Hij charterde een boot en ging hen opzoeken. Met veel geduld besteedt hij een hele dag om hen te helpen het ‘Onze Vader’ van buiten te leren.

Met een goed gevoel vaart hij ‘s avonds terug. Hij geniet van de mooie avond op zee. Plots ziet hij tot zijn verbazing drie gestalten komen aanwandelen. Zomaar wandelend op het water! Toen ze dichterbij kwamen zag hij dat het de drie monniken waren. Ze klommen aan boord en vroegen: “Hoe was dat ook alweer, dat Onze Vader?” Vertwijfeld riep de bisschop uit: “Maar wat bidden jullie dan als monniken in godsnaam?” “Oh… gewoon”, zeiden ze. We zeggen: “God U bent met z’n Drieën, wij zijn ook met ons drieën, Heer ontferm U over ons.” Dat antwoord ontroerde de bisschop zozeer dat hij zei: “Ja, bidden jullie dat maar…want in dat korte gebed staat alles waarvoor we horen te bidden”.

Zoals bij God liefde wordt uitgewisseld en in hartelijke eenheid wordt beleefd, zo moeten we het ook nastreven. Onze God is geen eenzaat. Geen God alleen, die opgesloten in zichzelf leeft. Gods wezen is liefde, verbondenheid, relatie, uitwisseling.

Misschien kan het beeld van vader, moeder en kind ons helpen? Dat is ook een drie-eenheid. Liefde tussen man en vrouw die vruchtbaar wordt in het kind. Ouderliefde en wederliefde van het kind voor de ouders. Uitwisseling van onderlinge wederzijdse liefde. Drie en toch één. Eenheid in verscheidenheid.

In het boek Spreuken wordt zeer poëtisch de ‘Wijsheid Gods’, de Geest, bezongen. Als het troetelkind van de grote kunstenaar dat speelt voor zijn aangezicht. En die het een genot vindt om bij de mensen te zijn. God, de Vader, de grote Schepper. De verwekker van al wat leeft. De God die zich meedeelt. Die in liefde uitgaat. Die in heel zijn volheid leeft in Jezus, Zijn veelgeliefde Zoon. En die zich in ons hart uitstort. De H. Geest die ons bezielt.

Die drie monniken hadden gelijk met hun gebed. Ze vroegen om deel te mogen hebben aan het leven in de genadegave van God. Om opgenomen te mogen worden in die eenheid van Vader, Zoon en H. Geest. Als wij bewust en plechtig een kruisteken maken en hoofd, hart en schouders aanraken kunnen we als gelovigen ons geheel omgeven weten door de H. Drie-ene God. We kunnen beseffen dat ons leven niet is overgeleverd aan toeval of willekeur. Dat Gods leven-gevende genade ons gegeven wordt door de God van liefde.

Vgl. www.dominicanen.be


 

7de zondag van Pasen, A, 2017

our-father-in-heaven

7de zondag van Pasen, A, 2017.

Vorige donderdag vierden we de Hemelvaart van Jezus: hoe Hij op de Olijfberg voor de ogen van zijn leerlingen omhoog geheven werd en aan hun ogen onttrokken. Vandaag horen we in de eerste lezing wat daar direct op volgt: de apostelen zijn van de Olijfberg, gelegen op een kleine  kilometer van Jeruzalem, teruggekeerd naar de zaal waar ze verblijf houden, en samen met Jezus’ moeder Maria, met enkele andere vrouwen en met de vrienden en apostelen volharden ze eensgezind in gebed.

Dat is dus wat de leerlingen en de andere aanwezigen doen: ze volharden eensgezind in gebed. Er is geen sprake van paniek omdat Jezus naar de Hemel was gegaan, geen onenigheid over hoe ze zijn opdracht moeten aanpakken: de opdracht dat ze over heel de wereld van Hem moeten getuigen en alle volkeren moeten dopen in de naam van de Vader, de Zoon en de heilige Geest. Er is alleen maar eensgezindheid en gebed.

Daarbij kunnen we ons de vraag stellen of wij ook zo eensgezind volharden in gebed. Met aandrang blijven bidden tot God onze Heer, samen, maar ook alleen. Misschien vragen wij ons daarbij af wat dat bidden moet inhouden. Hoe we moeten bidden. En wellicht vergeten we dat Jezus zelf ons dat geleerd heeft. ‘Onze Vader’, leerde Hij ons bidden, en ook in het evangelie van vandaag laat Hij ons zien wat en hoe we moeten bidden.

Zo zien we dat bidden in de eerste plaats bestaat in God eren en verheerlijken. ‘Onze Vader, die in de Hemel zijt’, zo begint het gebed dat Jezus ons geleerd heeft. God is God de Vader, en Hij is in de hemel. Vandaag verheerlijkt Jezus zijn God opnieuw wanneer Hij bidt: ‘Vader, verheerlijk uw Zoon; dan zal uw Zoon ook U verheerlijken.’ En die verheerlijking komt er wanneer zijn naam geheiligd wordt, wanneer zijn Rijk van verlossing en vrede komt, wanneer zijn wil geschiedt op aarde zoals in de hemel.

God eren en danken, maar we mogen ook vragen in ons gebed. Ook dat heeft Jezus ons geleerd. ‘Geef ons heden ons dagelijks brood en vergeef ons onze schulden’, leerde Hij ons bidden. ‘Geef ons een menswaardig leven’, bidden we. Een leven dat niet neerkomt op doelloosheid. En we vragen ook dat Hij ons zou verlossen van het kwade.

Jezus leerde ons ook dat bidden ook beloven inhoudt. We vragen aan God onze Vader dat Hij ons onze schulden zou vergeven. Hoe belangrijk vergeven is, kwam wellicht het sterkst tot uiting wanneer Jezus na zijn verrijzenis voor het eerst weer aan zijn leerlingen verscheen. ‘Vrede zij u’, zei Hij drie keer. Vrede vanuit de verlossingsgenade van Jezus.

Eensgezind en met volharding bidden, dat is wat de leerlingen doen en wat Jezus ons heeft geleerd. Laten we dat dus doen: met aandrang blijven bidden om God te eren en te danken, om Hem te vragen dat Hij ons altijd bijstaat opdat we zijn weg van liefde en vrede mogen gaan… ja tot in eeuwigheid mogen gaan. Amen.

Vgl. bron preken.be


 

5de zondag van Pasen, jaar A, 2017

Johannes-14-6


Veiligheid en vrede. Wij denken terug aan de avond van Pasen als Jezus bij zijn leerlingen binnenkomt door de dichte deur. Het eerste wat Hij zegt is: “Vrede zij u”. Vrede. Hoe vaak voegt Hij er niet aan toe; “vreest niet, wees niet bang”?

Veiligheid en vrede. Miljoenen mensen op deze wereld weten niet wat het is. Omdat het in hun landen nooit vrede lijkt te worden, generaties lang uitzichtloze ballingschap. Maar ook miljoenen mensen die in hun hart ‘ontevreden’ zijn, geen vrede vinden met zichzelf en hun omgeving. Mensen van wie ‘het hart verontrust is’ zoals Jezus begint vandaag. Mensen die bang zijn, zich krampachtig aan mensen vastklampen, die niet los kunnen komen of nieuwe wegen durven gaan. Mensen zoals Thomas, die bang is Jezus te verliezen als Deze spreekt over zijn heengaan.

Mensen in onze tijd zijn, ondanks alle zekerheden die de maatschappij hen lijkt te bieden, bang om God en elkaar te verliezen. Zovelen zijn al teleurgesteld in relaties, zijn al gewond omdat ze meer dan eens in de steek zijn gelaten. Zovelen voelen zich misbruikt en onmachtig, onderdeel van een economisch en politiek systeem waar ze geen vat op hebben. Oude zekerheden zijn weggevallen, maar wat hebben we ervoor in de plaats gekregen? Zijn wij de laatsten die nog van Jezus en God de Vader hebben gehoord? Allemaal vragen en noden die mensen kunnen beklemmen. Alles is verzekerd in ons landje, behalve zin en toekomst. Wij kunnen maar moeilijk aanvaarden dat het leven een soort zoekende onrust in zich draagt, zo verlangen wij naar veiligheid en vrede.

Jezus is – u moet daar maar eens op letten – altijd de rust zelve. Nooit is er bij Hem een spoor van paniek. Niet bij de storm op het meer, niet als ze Hem willen grijpen om Hem te doden, niet als Hij voor de hogepriesters en Pilatus staat. Hij heeft in Zichzelf een soort vrede waar je jaloers op kunt zijn. Hij zegt steeds “vrees niet”, maar Hij is zelf ook voor de duivel niet bang.

Ja, Jezus is zo zeker dat alles uiteindelijk veilig en vreedzaam zal zijn, dat Hij tegen zijn bange leerlingen zegt; ‘vertrouw op Mij’. Dat is wat! “Gij gelooft in God, geloof ook in Mij”. Hij is zo vol van vrede dat Hij mensen uitdaagt om alle onrust los te laten en alles in zijn hand te leggen:

Als de Weg – alsof er geen onzekere stappen en donkere momenten meer bestaan.

Als de Waarheid – alsof er geen leugen en twijfel meer kan bestaan.

Als het Leven – alsof er geen lijden en dood meer zal zijn.

Ik weet niet of u wel eens aan het bed van stervende mensen hebt gestaan die aan het einde een onbegrijpelijke vrede uitstraalden. Niets meer te verliezen en toch ergens heel gelukkig. Zeker als mensen zich in vrede voelen met God en Maria en geloven dat er plaats voor hen is bereid in het huis van God onze Vader waar ruimte is voor velen, dan kan zo’n mooie bovennatuurlijke vrede voelbaar worden. Dan breekt daar al door van wat Jezus aan ons allen probeert duidelijk te maken. Hij is hen voorgegaan in vrede met de Weg, vervuld van de Waarheid op tocht naar het Leven. Hij heeft het waar gemaakt, en dat kunnen mensen vanuit hun geloof ook concreet beleven en navolgen. Het geeft een kracht die alle bestaansangsten kan overwinnen. Die de zekerheid geeft dat wij mensen veilig zijn in Gods hand en dat wij ons leven in Jezus’ handen durven leggen.

Het is knap als mensen in al hun soms zo uitzichtloze onrust, verdrukking, ontevredenheid en zorgen het leven zo kunnen aanvaarden als het is, in navolging van Jezus en vertrouwend op Jezus. Het is een uitnodiging om ons door Jezus te laten bemoedigen. Om Hem te vinden in geloof als de Weg, de Waarheid en het Leven. Om in Jezus vrede en veiligheid te vinden. Een rust die Hij bezat en die zovelen van zijn volgelingen alle eeuwen door hebben doorgegeven. Amen.

Vgl. bron


 

Mgr. E. de Jong: Maria, wij willen uw kinderen zijn

p1019859-d4d89d8af7aaf0262e346f40f69029c0De bisschoppen van Nederland wijden vandaag 13 mei 2017 hun bisdommen toe aan het Onbevlekt Hart van Maria. Dit doen ze precies honderd jaar na de eerste verschijning van Maria aan de drie herderskinderen, Jacinta, Francisco en Lucia in Fatima, Portugal. Tijdens deze verschijningen, 100 jaar geleden, vroeg Maria de wereld, en met name Rusland, aan haar Onbevlekt Hart toe te wijden.

De verschijningen van Maria te Fatima 

Nadat de Engel van de vrede in 1917 meerdere malen aan de kinderen van Fatima was verschenen, is Maria, de Moeder Gods, 6 maal aan hen verschenen, telkens op de 13e van de maand, behalve in augustus, toen ze zich liet zien op de 19e omdat de kinderen de 13e gevangen waren genomen. Tijdens die verschijningen toonde ze de hel aan de kinderen, vroeg Ze hen de rozenkrans te bidden en veel boete te doen voor de zondaars. Bij de laatste verschijning, op 13 oktober 1917, sloot Maria haar bezoeken af met het door haar aangekondigde zonnewonder, waarbij zo’n 50.000-100.000 mensen aanwezig waren. Dezen zagen de zon draaien, zich “naar de aarde toe bewegen” en verschillende kleuren aannemen. Zelfs de seculiere, antikerkelijke kranten konden er niet omheen dat hier iets heel bijzonders aan de hand was geweest. De boodschap van Maria was duidelijk: er gaan veel mensen verloren, en daarom is boetvaardigheid heel hard nodig. De kinderen moesten veel bidden en boete doen.

Ook gaf ze de kinderen geheimen mee. In het eerste geheim beschreef ze de verschrikkingen van de hel. In het tweede voorspelde zij het einde van de Eerste Wereldoorlog en tevens als mensen zouden doorgaan met God beledigen, het begin van de Tweede Wereldoorlog die zou beginnen na een bijzonder lichtverschijnsel. Het derde geheim betrof o.a. de aanslag op een paus… Betekenisvol is daarom het feit dat op 13 mei 1981 paus Johannes Paulus II werd neergeschoten op het St. Pietersplein, die daarna stelde dat het door de bescherming van O.L. Vrouw van Fatima was, dat hij het overleefd had. De kogel liet hij plaatsen in de kroon van het beeld van O.L. Vrouw te Fatima.

Waarom een toewijding? 

De toewijding heeft twee kanten: een zelfgave en een bescherming. Een mens wordt pas echt gelukkig als hij een doel heeft om voor te leven. Als je ergens helemaal voor kunt leven en je geven. Toewijding is een vrijwillige zelfgave. Zo zijn er toegewijde kunstenaars, sportlieden, journalisten, wetenschappers, zakenmensen, dokters, religieuzen. Je kunt je ook toewijden aan concrete mensen. Je wijdt je aan iemand toe door je beschikbaarheid en het geschenk van jezelf aan de ander. Het huwelijk is zo een wederzijdse toewijding. Je bent er je hele leven lang voor elkaar. Je kunt heel toegewijd een kind of een zieke verzorgen. Deze soort toewijding, consecratio, is verwant met het wijden van iemand tot diaken, priester of bisschop, of de drie of meer geloften van een religieus. Nog fundamenteler gebeurt deze toewijding aan God in het doopsel. Daardoor wordt iemand “helemaal van God”.

Anderzijds wordt onder toewijding ook verstaan het je stellen onder de bescherming van iemand. Degene aan wie je je toewijdt, toevertrouwt, is je patroon, je hoopt op zijn vaderlijke of haar moederlijke bescherming. Als een gezin, school, buurt, stad, streek of land aan een bepaalde heilige is toegewijd, verwacht je dat die heilige er zich speciaal om bekommert. De patroonheiligen, die je bij je doopsel krijgt, zullen je je hele leven vergezellen en je beschermen. De toewijding aan Maria na het doopsel en het huwelijk plaatst de nieuwgeborene en de gehuwden onder haar schutse.

Toewijding aan het Onbevlekt Hart van Maria 

Maria toont in Fatima haar Onbevlekte Hart. Dit staat in verband met het feit dat Ze altijd zonder zonde is geweest. Haar Hart is geheel puur, vol van genade (Lc. 1,28). Zij is een totaal pure toegewijde ziel van God. “Zie de dienstmaagd des Heren” (Lc. 1,38), zei ze tegen de Engel die haar vroeg Moeder van God te worden. Niet voor niets is ze “onbevlekt ontvangen”, gevrijwaard voor de erfzonde.

Je toewijden aan haar H. Hart is je dus enerzijds in dienst stellen van de bedoelingen van haar Onbevlekte Hart, d.w.z. van haar zuivere, liefdevolle en heilzame intenties, en je anderzijds plaatsen onder haar bescherming, je geborgen weten in de moederlijke gevoelens van haar Hart. Via haar Hart, dat zo dicht bij het H. Hart van Jezus is, leren we te leven als Christus, en steeds meer op Hem te lijken. Haar Hart is de voedingsbodem, en in zekere zin de baarmoeder van de Christenen. Het is zo het beeld van de Kerk.

Noodzaak van de toewijding aan haar in deze tijd

Meerdere redenen nopen de bisschoppen om deze toewijding nu uit te spreken. Allereerst vertrouwen we onze Nederlandse Kerk toe aan de zorgen van moeder Maria. We brengen al de zorgen en uitdagingen van deze tijd naar haar moederlijke, pure Hart. Moge Zij, met de genade die Zij ontvangt van Christus en van Hem mag doorgeven, de gelovigen sterken in hun geloof, de zieken en eenzamen nieuwe moed en zingeving schenken, vrede brengen in de gezinnen waar scheidingen dreigen, de parochies vervullen met inspiratie en moederlijke warmte, de bisdommen heilige roepingen geven tot het priesterschap en het religieuze leven.

Als we haar H. Hart tot richtsnoer maken voor onze beslissingen en daden, zullen ze volgens Gods wil zijn en de vrede dienend.

Bron: Vgl. Bisdomblad De Sleutel, Roermond, Jaargang 44, Mei 2017, Nr. 5, blz. 13-15

De verrezen Heer Jezus Christus en de H. Communie – jaar A, 2017

Derde Zondag van Pasen, jaar A, 2017

Sinds Pasen is de verrezen Heer Jezus Christus niet meer gebonden aan tijd en ruimte.

img_jezusIs het niet dat Hij op de eerste dag van de week, met Pasen, temidden van de leerlingen staat, terwijl de deuren van de zaal gesloten waren?

Ze hadden zich opgesloten. Ze waren bang om zelf ook vervolgd te worden, zoals bij Jezus. En dan staat de verrezen Jezus plots in hun midden; geen inbeelding, geen spook, geen geest. Hij staat daar, in hun midden, en toont hun Zijn Lichaam, en de wonden in Zijn handen, voeten en zijde. Het is Zijn verheerlijkt Lichaam dat de kruiswonden draagt. Het is echt. Hij laat zich zelfs aanraken, Hij eet brood en wat vis. Hij is waarlijk uit de dood opgestaan, verrezen!

Met een verheerlijkt Lichaam is Jezus in hun midden en spreekt tot hen, tot hun hart, en schenkt hen zijn H. Geest, een Geest van verzoening en goddelijke Barmhartigheid: “Ontvangt de heilige Geest. Aan wie Gij de zonden vergeeft zijn ze vergeven, en aan wie ge ze niet vergeeft zijn ze niet vergeven” (Joh. 20,22-23).

Hij schenkt zijn apostelen de geest van zijn Barmhartige Liefde, die verzoent, vergeeft en wonden geneest.

Met Zijn verheerlijkt Lichaam staat Hij in hun midden, terwijl de deuren van de verblijfplaats op slot waren; niet aan tijd en ruimte gebonden; en Hij toont aan die éne, die Thomas, en door hem aan ieder van ons, zijn zijde, de openbaring van zijn Goddelijke Barmhartigheid!

De verrezen Heer Jezus Christus heeft een Hart gevuld met Barmhartige Liefde, met een Goddelijke Barmhartigheid, die met ons spreekt en Zich aan ons geeft en meedeelt. En het is niet zozeer Thomas die de geopende zijde aanraakt, als wel Thomas die door Jezus en zijn Goddelijke Barmhartigheid wordt aangeraakt. Hij komt op dat ene moment van aanraking tot die uitroep: “Mijn Heer en mijn God!” (Joh. 20,28). Zoals we vorige week hoorden in het H. evangelie!

Overal en altijd kan de Verrezen Jezus ook ons tegemoet treden en tot ons roepen: “Kom eens hier”. Op een heel bijzondere wijze, die Hij zelf heeft gewild, komt Hij tot ons in de H. Mis, in de H. Communie. Zoals Hij die Zelf heeft ingesteld, tijdens het paasmaal: “Dit is mijn Lichaam dat voor U gegeven wordt” (Lc. 22,19), “Dit is mijn Bloed, dat voor U vergoten wordt” (Lc. 22,20).

Op heel bijzondere manier komt dan het gesprek tot stand in de H. Mis. Bij de consecratie. Bij de Communie. Gesprek wordt aanbidding. Gesprek wordt vereniging, communio. Een één-zijn van Jezus en de ziel.

Wie de H. Communie, draagt zorg in het bijzonder voor de zielen die behoren tot het mystieke Lichaam van Christus, de Kerk. In het heilig sacrament is Jezus geheel aanwezig, Lichaam en Bloed, Ziel en Godheid van Jezus. In de heilige Communie smaken we de grootheid van Zijn liefde.

Nadat de verrezen Jezus aan de twee leerlingen van Emmaüs is verschenen en zij Hem herkend hebben aan “het breken van brood” (Lc. 24,35), de Eucharistie, is de verrezen Jezus opnieuw verschenen aan zijn apostelen. Hij heeft hen wederom moeten overtuigen dat het geen inbeelding was, dat Hij het werkelijk was, met een verheerlijkt Lichaam. Hij gaf hen toen de opdracht naar de volkeren te gaan, en de vergeving van de zonden te verkondigen. Ze moeten apostelen zijn van de Goddelijke Barmhartigheid en van de Barmhartige Liefde, aan alle volkeren. Daartoe worden ze met de H. Geest toegerust. Om die Geest moeten ze bidden.

Dank U, Jezus, voor zo’n Barmhartige Liefde die U ons, kleine mensen, schenkt in het Sacrament van Uw kostbaar Lichaam en Bloed, in de heilige Communie!

Vgl. bron Legioen Kleine Zielen WordPress


 

Zondag van de Goddelijke Barmhartigheid

Zondag 23 april 2017. Tweede zondag van Pasen (beloken Pasen). Zondag van de Goddelijke Barmhartigheid

Eerste lezing: Hand.2,42-47
Tweede lezing: 1.Petr.1,3-9
Evangelie: Joh.20,19-31
img_jezusSinds het heilig Jaar 2000 staat Beloken Pasen in het teken van de Gods Barmhartige Liefde van Jezus. Een en ander houdt verband met de heiligverklaring van ‘de apostel van de Goddelijke Barmhartigheid van Jezus H. Hart’, van zuster Faustina op 30 april in het jaar 2000.

Op 1 augustus 1925 trad Helena Kowalska uit Polen toe tot de Congregatie van de Zusters van Onze-Lieve-Vrouw van Barmhartigheid en wel onder de naam: Zuster Maria-Faustina. Er werden haar buitengewone gunsten verleend; visioenen, (verborgen) stigmata, de gave van de profetie, kennis van de geheimen van de ziel en vooral ontving zij openbaringen van de grote Barmhartigheid van Jezus’ Heilig Hart. Ze kreeg tot taak om de medemensen te herinneren aan de waarheid omtrent de barmhartige Liefde van God voor ieder van ons.

In 1931 toonde Jezus zich aan haar en droeg haar dit op: “Maak een afbeelding van Mij zoals u Mij ziet en schrijf eronder: ‘Jezus, ik vertrouw op U!’ Ik zou willen dat deze afbeelding overal in de wereld vereerd wordt. Zij, die haar vereren, beloof Ik dat ze niet verloren zullen gaan. De lichte witte straal betekent het water uit mijn Zijde, dat de ziel reinigt; de rode straal stelt mijn Bloed voor dat de ziel leven geeft. Deze twee stralen verspreidden zich uit het diepst van mijn Barmhartigheid, toen mijn Hart werd doorboord door de lans. Zij beschermen de zielen die eigenlijk straf verdienen voor hun zonden. Gelukzalig de zielen die in de schaduw van deze stralen leven. De goddelijke Rechtvaardigheid zal hen sparen. Ik zal de huizen en zelfs de steden begenadigen en beschermen, waar deze afbeelding vereerd wordt. Rust noch vrede zal de mensheid kennen zolang zij zich niet richt naar Gods Barmhartigheid.”

De verering van de Barmhartigheid van Jezus Heilig Hart, waartoe zij de aanzet had gegeven beleefde een aanmerkelijke groei en dit vooral dankzij de verspreiding van de icoon van de barmhartige Christus met daarbij het opschrift: “Jezus ik vertrouw op U”.

Zuster Faustina werd op 18 april 1993 door Paus Johannes-Paulus II zalig verklaard en op 30 april 2000 heilig, eveneens door paus Johannes-Paulus II. Zelf noemde deze paus die dag de meest bijzondere van zijn leven, vanwege de instelling van de Zondag van de Goddelijke Barmhartigheid!

Opmerkelijk is dat Paus Johannes Paulus II stierf op de vooravond van de Zondag van de Barmhartigheid. Deze zondag werd door hem in het jaar 2000 voor heel de Kerk ingesteld om “vooral in de H. Eucharistie (de H. Mis) de Goddelijke Barmhartigheid te vieren, waarin God in zijn goedheid zijn eniggeboren Zoon als Verlosser heeft geschonken, opdat door het Paasmysterie van zijn Zoon‚ Jezus Christus, de mensheid het eeuwig leven kan verwerven en opdat zijn aangenomen kinderen door het ontvangen van zijn Barmhartigheid, zijn lof verkondigen tot aan de uiteinden van de aarde.”
Deze instelling van de Zondag van de Goddelijke Barmhartigheid is van groot belang voor de hele Kerk. Tevens van groot belang zijn de dagboekaantekeningen van zuster Faustina voor de wijze waarop de Goddelijke Barmhartigheid wil worden gevierd en wel door de volgende woorden: “Op die dag staan de diepste diepten van mijn tedere Barmhartigheid open. Ik stort een hele oceaan van genaden uit over die zielen die tot de fontein van mijn Barmhartigheid zullen naderen. De ziel die te biechten zal gaan en de Heilige Communie zal ontvangen, zal volledige vergeving van zonden en kwijtschelding van straf ontvangen. Op die dag staan alle sluizen van de Hemel, waardoor de genade vloeit, open.”

Op grond van deze belofte zijn wij allen uitgenodigd om onze harten te openen voor Gods Barmhartige Liefde. Mogen velen juist vandaag Gods Barmhartigheid (her)ontdekken.

Vgl. bron: Bezinning op het Woord, Inleiding in de liturgie van iedere dag, Bisdom Roermond, April 2017, blz. 51-53. Bewerking door pastoor Geudens.