Moge de Advent een periode zijn waarin wij toegroeien naar het geboortefeest van onze Verlosser

Legioen Kleine Zielen van het Barmhartig Hart van Jezus

Moge voor ons allen de Advent een periode zijn waarin wij toegroeien naar het geboortefeest van onze Verlosser. Maar moge vooral het Kerstfeest zelf ons tot dankbaarheid aanzetten en ons vertrouwen in God vergroten. Mogen wij allen waarachtige kinderen Gods zijn.

KERSTMIS EN HET KINDSCHAP GODS

Ons Kindschap Gods kunnen we met Kerstmis heel bewust beleven. Doordat Jezus Christus mens geworden is, laat zien dat we door God zo bemind worden! Na de zondeval van Adam en Eva werd de toegangspoort tot de Hemel gesloten. De mens was niet meer in staat om bij God thuis te komen. De heilsgeschiedenis – de periode van de zondeval tot de komst van Jezus Christus op aarde – maakt ons duidelijk hoe de mens geworsteld heeft. God heeft immers Zijn volk nooit losgelaten. Altijd heeft Hij het terzijde gestaan met Zijn hulp. Echter de mensen van het volk Israël hebben het nooit gewaardeerd.

View original post 1.796 woorden meer

Advertenties

27ste zondag door het jaar, B, 2018

Inleiding

De eerste lezing van deze zondag is genomen uit het scheppingsverhaal volgens het boek Genesis. Aan het eind van de voorafgaande vijf scheppingsdagen staat daarin telkens opgetekend: ”… en God zag dat het goed was”. Nadat God de mens geschapen had op de zesde dag, horen we echter in de eerste zin van de eerste lezing van vandaag, dat God zag dat het niet goed was. Pas na het scheppen van de vrouw als een “hulp die bij hem past” is de mens als man en vrouw een complete en onverbreekbare eenheid naar Gods bedoeling. Die bedoeling van God wordt door Jezus in het heilig evangelie van vandaag nog eens nadrukkelijk bevestigd en is door de Kerk van alle eeuwen als constante leer verkondigd, waarvoor zelfs velen bereid waren de marteldood te sterven. Als we ons ervan bewust zijn dat we Gods bedoelingen over huwelijk, seksualiteit en gezin te weinig beleefd en verkondigd hebben, dan belijden we daarover onze schuld en vragen we om vergeving aan God en aan elkaar.

Eerste lezing: Gen. 2,18-24.

De HEER God sprak: ‘Het is niet goed dat de mens alleen blijft. Ik ga een hulp voor hem maken die bij hem past.’ Toen boetseerde de HEER God uit de aarde alle dieren op het land en alle vogels van de lucht, en bracht die bij de mens, om te zien hoe hij ze zou noemen: zoals de mens ze zou noemen, zo zouden ze heten. De mens gaf dus namen aan alle tamme dieren en aan alle vogels van de lucht, en aan al de wilde beesten; maar een hulp die bij hem paste vond de mens niet. Toen liet de HEER God de mens in een diepe slaap vallen; en terwijl hij sliep, nam Hij één van zijn ribben weg en zette er vlees voor in de plaats. En de HEER God vormde de rib die Hij uit de mens had weggenomen tot een vrouw, en bracht haar naar de mens. Toen zei de mens: ‘Eindelijk, dit is been van mijn gebeente en vlees van mijn vlees! Mannin zal zij heten, want uit een man is zij genomen.’ Daarom zal een mens zijn vader en zijn moeder verlaten en zich hechten aan zijn vrouw, en die twee zullen één zijn.

H. Evangelie: Mc. 10,2-16.

Er kwamen farizeeën op Hem af met de vraag of een man zijn vrouw mag verstoten; ze wilden Hem op de proef stellen. Hij gaf hun ten antwoord: ‘Wat heeft Mozes u voorgeschreven?’ Ze zeiden: ‘Mozes heeft toegestaan een scheidingsakte te schrijven en haar dan te verstoten.’ Daarop zei Jezus hun: ‘Omdat u verstokt van hart bent, heeft Mozes u dat voorgeschreven. Maar vanaf het begin van de schepping heeft Hij hen mannelijk en vrouwelijk gemaakt. Daarom zal een mens zijn vader en moeder verlaten en zich hechten aan zijn vrouw, en die twee zullen één zijn. Ze zijn dus niet meer twee, maar één. Dus: wat God heeft verbonden, moet de mens niet scheiden.’ Thuisgekomen vroegen de leerlingen Hem opnieuw hierover. Hij zei hun: ‘Wie zijn vrouw verstoot en met een ander trouwt, pleegt echtbreuk tegenover haar, en als zij haar man verstoot en met een ander trouwt, pleegt zij echtbreuk.’ Ze brachten kinderen bij Hem met de bedoeling dat Hij hen zou aanraken. Maar de leerlingen wezen hen terecht. Toen Jezus dat zag, werd Hij verontwaardigd: ‘Laat die kinderen bij Me komen, en houd hen niet tegen, want van zulke kinderen is het koninkrijk van God. Ik verzeker jullie, wie het koninkrijk van God niet aanneemt als een kind, komt er beslist niet in.’ Hij omarmde hen en zegende hen, terwijl Hij hun de handen oplegde.

Homilie

Het Hart van God

We leven in een geseculariseerde wereld, dat wil zeggen: in een wereld waar liefst niet al te veel over God gesproken wordt. Allerlei instellingen, levenspatronen enz. die met God en godsdienst te maken hebben, worden zoveel mogelijk teruggedrongen. Namen van scholen, organisaties, ziekenhuizen, bejaardentehuizen, instellingen die voorheen nog aan het heilige of de heiligen deden denken, zijn in die zin niet meer herkenbaar. Kruisbeelden in huizen, momenten van gezamenlijk gebed in huis, zijn eerder uitzondering dan regel. Enkele jaren geleden gaf ik een aanstaand bruidspaar wat teksten mee voor hun huwelijksmis. De volgende keer toen ze bij mij terugkwamen hadden ze de tekst die ze uitgekozen hadden dusdanig veranderd dat er het woord God niet meer in voorkwam. God geschrapt!

Wanneer je de wereld anno 2018 gadeslaat, dan kom je tot de conclusie dat een en ander niet zonder gevolgen blijft, wanneer we O.L. Heer uit ons leven samen met elkaar uitbannen. In sommige kringen worden priesters beschouwd als lastige lieden omdat – nog voordat ze een woord gezegd hebben – ze naar God verwijzen. Ik vermoed dat het in sommige kringen not-done is wanneer je een beroep doet op een priester, wanneer je een beroep doet op je kerk, parochie of godsdienst. Het wordt dan afgedaan als ouderwets, niet van deze tijd. Dat schrappen van God in het leven gebeurt natuurlijk niet van de een op de andere dag. Het is een geleidelijk proces: iedere dag een beetje minder God, iedere week een beetje minder kerk. En van regeringswege, incluis de plaatselijke politiek en commercie, wordt het alleen maar gestimuleerd. Denkt u maar eens aan de verwezenlijking van de plannen om de zondag als dag des Heren te schrappen; denken we aan de koopzondag en dergelijke. Dat schrappen van God uit het dagelijkse en gemeenschappelijke leven kan natuurlijk niet zonder gevolgen blijven. Je ziet veel tekenen van des-organisatie in het openbare leven, in huwelijk, gezin en families: ontbindingsverschijnselen.

Steeds minder bespeuren we daar de bereidheid om te leven vanuit de Heer, Die is de alles verbindende band van Liefde waaruit mensen pas echt kunnen leven: die relatie tot God. En wanneer die band er niet meer is, dan is er ont-binding: ontbinding in de relatie tot God, ontbinding in de relatie tot je medemensen, ontbinding in je relatie van je huwelijk met je man of je vrouw: God is echter een liefdevolle Vader van ons allen. Hij is oerbegin van ons bestaan, onze levensdraad, onze Schepper en Herschepper. Hij is de Bouwheer van heel de wereld, van alles wat ademt en leeft. Het lijkt erop alsof velen dit bouwwerk niet meer nodig hebben en zich een eigen huis bouwen, los van God. Het lijkt erop alsof velen zich eigen godjes zoeken, allemaal verschillende, en dus los komen te staan van O.L. Heer en dus ook van elkaar: ontbinding.

Mensen schrappen God inderdaad definitief weg uit hun leven. Dat kan niet zonder gevolgen blijven, zoals we horen in de volgende eigentijdse parabel:

Een spin leefde tevreden in baar web totdat iemand zei: Je moet gaan rationaliseren, alles wat niet meer dient moet je afbreken en opruimen. De spin ging direct aan de slag en inspecteerde haar web: maar geen enkele draad was overbodig, ze schenen allemaal nodig te zijn voor de vangst van haar prooi. Ze zocht en zocht verder totdat ze tenslotte een draad vond die kaarsrecht naar boven liep. Dat leek haar een schijnbaar nutteloze draad. Dus weg ermee. Ze beet hem door… en haar hele web stortte in elkaar. Het was de draad waaraan het hele web hing.”

Die schijnbaar nutteloze draad is de levensdraad die ons verbindt met God.

Naar het heilig evangelie van deze dag. Aan Jezus werd de vraag gesteld: “Staat het een man vrij zijn vrouw te verstoten?” Daarmee wilden de Farizeeën Jezus op de proef stellen. Ze stellen niet zomaar een vraag, maar ze willen Jezus uitdagen en kijken of ze Hem ergens van kunnen beschuldigen. Namelijk dat Hij ofwel tegen het gebod van God ofwel tegen de wet van Mozes ingaat; ofwel om met Hem te kunnen discussiëren om welke reden zo’n scheidingsbrief dan wel of niet zou kunnen worden opgesteld. Jezus doorziet hun onoprechtheid en zegt dat de bepaling van Mozes is gekomen om de hardheid van hun hart, maar dat de bedoeling van God vanaf het begin heel anders was…

Het Hart van God is een hart van liefde en barmhartigheid; van onbaatzuchtigheid, van vrijheid en vergeving. Het Hart van God is niet hard, maar zacht. Het Hart van Jezus is eveneens zo: vol liefde, vol overgave, trouw, zachtmoedig, geduldig en vergevingsgezind.

Wij allen hebben een hart; een hart waarin goedheid kan wonen en waarin plaats mag zijn voor oprechte, trouwe liefde: vragen wij O.L. Heer in deze H. Mis om zo’n zachtmoedig en liefdevol hart, zodat wij elkaar steunen in ons gegeven woord, in onze relatie met elkaar en met God. Wat God verbonden heeft mag een mens niet scheiden: noch de liefde tot de medemens, noch de liefde tot God en Zijn Kerk.

Voorbede:

Bidden wij in geloof tot God, die de oorsprong is van alle liefde tussen mensen: dat de Kerk als bruid van de Heer altijd de trouw voorleeft en de goddelijke liefde gestalte blijft geven in haar woorden en werken;

/ dat de gehuwden hun liefde naar Gods beeld mogen ontplooien en trouw mogen blijven ondanks de moeilijkheden en beproevingen van alledag;
/ dat onze parochiegemeenschap een voorbeeld moge zijn van het bruidsverbond dat God met zijn mensen is aangegaan;
/ dat de wereld mag openstaan voor het liefdesaanbod van God en dat zij meer en meer wordt geraakt door Gods liefde, die niet ophoudt zijn schepselen te beminnen;
/ dat de zieken en noodlijdenden in onze gemeenschap onze steun en liefde mogen ervaren als teken van Gods nabijheid;
/ dat onze dierbare overledenen mogen delen in de vreugde van het hemels bruiloftsmaal.

God, in de verkondiging van Christus hebt U uw liefde voor ons geopenbaard. Verhoor onze gebeden en laat de heilige Geest ons de weg van het leven leren, zodat wij met alle gelovigen de volledige eenheid met U tegemoet mogen gaan. Dat vragen wij U door Christus onze Heer. Amen.

Bronnen: prekenarchief. Vgl. ‘bezinning op het woord’, inleiding in de liturgie van iedere dag, Roermond, oktober 2012, blz. 14-15. Idem, oktober 2018, blz. 16-17.

26ste zondag door het jaar B (2018)

Johannes denkt, dat hij van Jezus wel een complimentje en bijval zal krijgen: ‘Meester, het is toch ongepermitteerd, we hebben iemand die niet bij ons hoort in uw naam duivels uit zien drijven. We hebben gezegd dat dat niet mocht. Maar ze deden het toch. Dat lijkt nergens op’.

Volgens Johannes kon er eigenlijk niets in de naam van Jezus, niets evangelisch buiten de groep rond Jezus gebeuren. Maar Jezus denkt daar anders over: laat ze maar, zegt Hij, als ze goede dingen doen en nog wel in mijn Naam, dat is toch prachtig. Het gaat toch niet om onze groep; het gaat toch om het heil, om het geluk van mensen. Wij komen wel eens in de verleiding een beetje als Johannes te denken, een beetje zwart wit; ‘in de Kerkgemeenschap leeft Jezus, leeft zijn Geest, daar is het allemaal goed en daarbuiten zijn het goddeloze heidenen’.

Natuurlijk Jezus heeft een Kerk gesticht, aan die Kerk heeft Hij zijn H. Geest gegeven, zijn evangelie en de sacramenten van het heil. En daarmee is de Kerk bij uitstek het instrument van het heil. Maar ook buiten de Kerk beleven mensen soms bepaalde evangelische waarden. En de Kerk moet dat erkennen en er zelfs blij om zijn. Wie niet tegen ons is, is voor ons. De Kerk moet zelfs op bepaalde terreinen samenwerken met andere groepen van mensen, die hetzelfde evangelische ideaal beogen, zelfs al kennen ze het uitdrukkelijke evangelie niet.

Veel meer mensen bv dan alleen christenen werken aan vrede en gerechtigheid in de wereld. De Kerk zal niet bang moeten zijn op die terreinen met die mensen samen te werken. Jezus zegt vandaag als het ware: ‘jullie, christenen, mogen gerust met niet-christenen samenwerken om de boze geesten van oorlog en armoede uit de wereld te bannen’. Jezus toont zich erg verdraagzaam tegenover buitenstaanders van goede wil en Hij zegt zelfs dat al hun goede daden jegens christenen – hoe klein ook – door de hemelse Vader beloond zullen worden.

Minder verdraagzaam is Jezus ten opzichte van zijn volgelingen. Dat zijn immers gelovigen die precies met het evangelie bekend zijn! Die zeggen dat ze erachter staan. Daar mag je ook meer van verwachten.

Als je christen bent mag je niet met dezelfde hand je arbeiders hun rechtvaardig loon onthouden en tegelijk met die hand gevouwen in de kerk zitten. Hak ze af die onrechtvaardige hand.

Alles wat in jezelf het geloof verzwakt; onverschilligheid en laksheid, zelfverzekerdheid en eigengereidheid, het onbeheerste jachten naar geld en genot, het onrecht van grijpgrage handen, het geklets en geroddel van beweeglijke tongen, de gewelddadigheid van machtige voeten, die iemand in de hoek trappen om er zelf beter van te worden, die begerige ogen, ruk ze uit, hak ze af om het Koninkrijk van God te verwerven.

Christen zijn – zegt Jezus – eigenlijk is: mild zijn in je oordeel over anderen en streng voor jezelf. Wij zijn dikwijls andersom. We hebben enorm veel kritiek op anderen en onszelf praten we schoon. Wij hebben het evangelie, wij hebben het geloof en de sacramenten en wij doen het vaak niet. Mogen we dan kritiek hebben op mensen die het evangelie niet kennen zoals wij en toch nog vaak goede dingen doen?

Laten we anderen prijzen waar ze het goed doen en laten we op onszelf wat kritischer worden. Amen.

 

Bron 

 

29 september Feest van de H. Michaël, Gabriël en Rafaël

Aardsengelen michaël gabriël en rafaël aartsengelen

Op 29 september viert de Kerk wereldwijd de aartsengelen Michaël, Gabriël en Raphaël.

Wie zijn de engelen? Zij zijn de dienaren van God. Daarin komen zij overeen met ons mensen – met dit verschil dat de engelen zich steeds bewust zijn van hun dienstbaarheid in tegenstelling tot velen van ons, mensen.
Engelen zijn de dienaren van God, maar zij zijn vooral Zijn boodschappers. Zij omringen steeds Christus – vanaf Zijn geboorte in de Kerstnacht met het Gloria in excelsis Deo (Eer aan God in den hoge) (Lc 2,14) tot aan Zijn wederkomst, wanneer Hij zal verschijnen, ‘vergezeld van alle engelen’ (Mt 25,31).

Wanneer wij de engelen vereren, brengen wij hulde aan Gods heerlijkheid. Door Christus huldigen de engelen Gods majesteit. En met de engelen aanbidden wij God in de hemel, aan Wiens rechterhand de verheerlijkte Heer Jezus Christus, na de reiniging van de zonden aan ons mensen te hebben voltrokken, Zich heeft neergezet – ‘ver verheven boven de engelen’ (Heb 1,3-4).

Christelijk leven betekent in geloof deel nemen aan de gelukzalige gemeenschap van engelen en mensen, verenigd in de Drie-ene God. Hem bidden wij: ‘Laten zij die in de hemel altijd in dienstbaarheid voor U staan ons leven op aarde beschermen.’ (Gebed van de dag)

De aartsengelen vervullen elk hun eigen taak van dienstbaarheid: Raphaël vertegenwoordigt de genezing door God, Gabriël de kracht van God, Michaël de bescherming door God. Hij is volgens het boek Daniël helper in de strijd (10,21), hoogst voorname vorst (10,13), beschermer van Israël (12,1).

Michael en zijn hemelse heerscharen hebben strijd gevoerd tegen de draak, de duivel, de tweedrachtzaaier, de uit hoogmoed gevallen machtige engel, Lucifer genoemd. God had immers de engelen zoals de mensen een eigen wil gegund. En wie het hoofd hoog draagt en dus hoogmoedig, zal eerder of later vallen.
‘Wee u, aarde en zee: De duivel is ziedend van woede; want hij weet dat zijn dagen zijn geteld.’

Eens zal het goede het kwade hebben overwonnen. ‘Ziet’, had Jezus de apostelen gerust gesteld, ‘Ik ben met U alle dagen tot aan de voleinding van de wereld (Mt 28,20). Het is onze eerste taak het slechte en daarmee de satan – de tegenspeler van Michaël – in de strijd tussen goed en kwaad waakzaam te onderkennen. Wie belijdt dat kwaad niet bestaat en dat zondigheid tegenover God niet meer van deze tijd is, die geeft te meer ruimte aan verspreiding van het kwaad, omdat het niet meer wordt herkend. Onze tweede taak is het met het goede het kwade te overwinnen (Rom 12,21). Dat wil zeggen: Nooit ‘oog om oog, tand om tand’, maar altijd ‘bemint uw vijanden’. Nooit de vergelding als het laatste woord, maar altijd vergeving. Niet de haat (het satanische en satan) zal de palm wegdragen maar de liefde (het goddelijke en God). Ziet af van vernederende vergelding en schenkt liefdevolle vergeving. Dat is Christus’ boodschap en die kan de voortgaande verharding van de Nederlandse maatschappij enigszins keren. Acht niet om u zelf, maar geef acht op de anderen. Zoek niet u zelf, maar wees de dienaar van de anderen – voor Gods aangezicht.
Ten slotte gaat het om de lef van onze overgave aan Christus – niet om het oog van de wereld maar om onze eigen diepste vrede in Hem, op Wie wij vertrouwen.

Wij behoeven ons niet te schamen de voorspraak van de aartsengel Michael bij God aan te wenden en aldus te bidden:
‘Aartsengel Michael, verdedig ons in de strijd tegen de slechtheid, wees onze bescherming tegen de kwaadaardigheid en de hinderlagen van de duivel. Laat God hem berispen tot in de hel toe. In Gods kracht, versla de kwade en zijn trawanten – zij die in deze wereld uit zijn op de teloorgang van onze zielen’. (Vgl. gebed van Leo XIII)

Bron

24ste zondag door het jaar B (2018)

Weet u nog van dat kinderversje toen je vroeger verstoppertje speelde? “Blijf zitten waar je zit en verroer je niet. Blijf zitten waar je zit…” Misschien zingt u het opnieuw na afloop van deze H. Mis, want het verhaal van deze avond (morgen) is weerbarstig.

Elia

Er was eens een koning in Israël. Hij had wat zijn hartje begeerde. Maar zijn vrouw, de koningin, vond haar tuin te klein. Nu liet ze haar oog vallen op de tuin van de buren en ze zeurde haar man aan z’n hoofd dat hij moest proberen die tuin te verkrijgen. De koning ging naar zijn buurman en hij zei: “Verkoop mij jouw tuin.” De buurman antwoordde: “Dat kan ik niet doen, het is familiegoed, overgegaan van vader op zoon. Ik kan hem niet verkopen.” En de koning kwam terug en vertelde het verhaal. Dan zegt de koningin: “Dat is majesteitsschennis, landverraad! Haal de rechters bijeen en roep hem voor het gerecht.” Zo gezegd, zo gedaan. De rechter zei ook – want de koning was streng en de koningin nog erger – “Dat is majesteitsschennis, dat is landverraad.” En de man werd ter dood veroordeeld en geëxecuteerd. Koning Achab en koningin Jezebel hoorden van het gebeurde en ze namen wat hun hart begeerde, namelijk de tuin van de buurman. Maar er bestond nog gerechtigheid in die dagen. De profeet van God, Elia, gaat naar koning Achab en zegt: “Schandalig wat je hebt gedaan, schandalig om zo het recht van je buurman te schenden.” Maar de koning liet zich niets gezeggen, en Elia moest rennen voor zijn leven.

Als Jezus vraagt: “Wie zeggen de mensen dat Ik ben?” luidt het antwoord: Zo iemand als Elia! Blijkbaar nam Jezus geen blad voor zijn mond als het ging om gerechtigheid.

Johannes de Doper

Zo iemand als Johannes de Doper zeggen ze, want die kon er ook wat van. Ook hij was in aanvaring gekomen met de koning van zijn dagen, Herodes. Nu is er geen grond gestolen van de buren, nee, veel erger: deze koning heeft de vrouw van zijn broer uit zijn huis weggeroofd en is ermee getrouwd. Johannes de Doper zegt: “Schandalig dat je op deze manier de rechten van je broer met de voeten treedt, want er hoort trouw te zijn tussen man en vrouw.” Maar ook Herodes neemt dat niet. Johannes wordt gevangen genomen en hij moet het met de dood bekopen.

Als Jezus vraagt: “Wie zeggen de mensen dat Ik ben?” Dan antwoordden ze: “Zo iemand als Johannes de Doper.” En als Hij het aan zijn leerlingen vraagt, dan zeggen ze: “U bent de Christus, de Messias”.

Jezus antwoordt: “Zwijg stil, want het zal Me niet in dank worden afgenomen. De Mensenzoon zal veel moeten lijden. En als iemand mijn volgeling wil zijn, dan zal hij omwille van zijn opkomen voor Gods wet zijn kruis te dragen hebben.

Want het verlangen, dat ieder mens een thuis heeft, het verlangen dat huwelijken heel blijven, het verlangen dat kinderen (ook zij die nog in de moederschoot verblijven) beschermd worden, dat verlangen betekent: ongerechtigheid benoemen. En dat betekent lijden. Want ze zullen je wegroddelen, wegschrijven, weghonen. Ze zullen zeggen; laat naar je kijken, je bent niet goed wijs. En misschien zullen ze je dan links laten liggen…

Elia, Johannes, u en ik?

Wij moeten hen, die in deze wereld geen naam hebben, opnieuw hun naam geven. Wij moeten hen zeggen wie ze zijn volgens Gods wetten van gerechtigheid en naastenliefde; in het licht van zijn barmhartige liefde. Blijf zitten waar je zit…, of juist niet?

Misschien zou het goed zijn als we hen zouden steunen, de profeten van onze tijd, zij die opkomen voor de slachtoffers van strenge mensenwetten. Zij die de gerechtigheid van Gods heiligheid verdedigen. Zij die de moed hebben om op te komen voor allen, die in onze wereld naamloos worden gemaakt. Dan ben je op de goede weg.

Vgl. Het hoge Woord eruit, preken voor het jaar B, Werkgroep voor Liturgie, Heeswijk, 1999, blz. 99-100.

 

21ste Zondag door het jaar, B, 2018

Inleiding

De meesten van ons gaan sinds hun kindertijd elke zondag of toch bijna elke zondag naar de H. Mis. Voor veel gelovigen is het jammer genoeg een soort van routine geworden, waaruit, bij manier van spreken, het hart verdwenen is. Er is nog weinig besef over van wat er allemaal gebeurt en waar het om draait.

Hierdoor komt het waarschijnlijk dat mensen afhaken, ‘het is maar een saaie boel’, ‘er worden woorden gesproken die weinig of niets meer zeggen’. In de een brief over de Eucharistie, sacrament van de liefde, staat geschreven: “De heilige Eucharistie is het geschenk van de zelfgave van Jezus Christus, waardoor Hij ons Gods oneindige liefde voor iedere mens openbaart.” Dit gebeurt elke H. Mis, elke Eucharistie, opnieuw. Het is aan ons om voor die liefde te leren openstaan en ze te leren kennen. Daarvoor hebben we tijd nodig. Is het misschien daarom dat de Heer zelf ons na elke consecratie uitnodigt met de woorden: “Blijft dit doen om Mij te gedenken”?

Het is in het bewust en verlangend herhalen van deze gedachtenis dat onze openheid voor Zijn liefde kan groeien. Daarom willen wij ook deze morgen de heilige Mis vieren.

Verdieping

Het centrum van ons christelijk leven, is de H. Eucharistie ofwel de H. Mis! Het leidt ons naar de grootste schat die God ooit aan de mensen kon geven. Doorheen de Eucharistie confronteert Hij ons met het mooiste en grootste wonder van de Liefde van God voor de mensen, die Hij vanaf het begin oneindig liefheeft. Zou men zich een grotere Schat kunnen voorstellen dan God, Die Zich voor de mens zonder ophouden in Brood en Wijn opoffert? Zou God Zelf een groter wonder van Zijn Liefde kunnen bewerken, dan brood in Zijn Lichaam en wijn in Zijn Bloed te veranderen, om aan ieder van ons geestelijk voedsel te bieden?

We moeten helaas vaststellen dat wij vaak een nogal onverschillige houding aannemen tegenover dit grootste bewijs van Goddelijke Liefde! We moeten bovendien vaststellen dat de Eucharistie te weinig met ons kan doen; na zoveel jaren trouw aan de heilige Mis, bemerken we, dat het ons niet altijd kan raken en dat we weinig veranderd zijn. Hoe komt dat? De H. Mis is een ontmoeting met de Levende God. Hoe bereid ik mij voor op deze ontmoeting? Wat doe ik met deze ontmoeting? Wat zou ik moeten doen, opdat deze ontmoeting mij keer op keer meer geluk zal brengen?

Een oude levensregel, die elke moeder kent, luidt: wat je ook doet, doe het met liefde, met vreugde en overgave, bewust en vrijwillig, maar ook met verantwoordelijkheid!

Als we dit toepassen op de H. Mis, betekent dit dat het bijwonen ervan een bewuste daad moet zijn, een daad die het diep persoonlijke geloof en de acceptatie van de eucharistische tegenwoordigheid van Christus uitdrukt. De ontmoeting met Christus, Die uit liefde voor ons allen Zijn leven offert en tot Brood en Wijn van ons leven wordt, kan alleen maar een vreugdevolle ontmoeting zijn! Het is zo jammer dat wij de grote Liefde van Christus niet begrijpen en de Mis soms ervaren als een lastige aangelegenheid; het is zo jammer dat wij soms onbelangrijke dingen laten voorgaan en zo de grootste gave, die aan een mens kan geschonken worden, ontlopen!

Wat zou een vriend voelen, die iemand uitnodigt en een rijke maaltijd heeft klaargemaakt, als zijn gast slechts met tegenzin komt, tegen zijn zin een gesprek voert, geen vragen aan de gastheer stelt, geen sprankje interesse vertoont en er alleen op wacht, dat de maaltijd beëindigd wordt, om direct zo snel mogelijk naar huis te vertrekken, terwijl de gastheer een fijne tijd met hem wilde doorbrengen en hem gelukkig wilde maken‘? Dat zou voor de gastheer een grote belediging zijn. De kans is groot dat dit zelfs een zekere breuk van de vriendschap zou betekenen. De H. Mis is niets anders dan een feestmaal met de goddelijke Vriend, ja veel meer nog! Zij is het Levende Offer van het goddelijke Leven, dat wordt opgedragen voor ons en ons heil, voor de vrede en de liefde in de wereld. Daarom verdient de eucharistische Liefde van Christus het, dat wij haar beleven en haar schoonheid begrijpen.

Wij moeten ons bewust worden van de aangeboden genade en haar aannemen. Wij moeten met liefde naar de Eucharistieviering komen en ze vol verantwoording en bewust vieren. Deze bewustwording begint met ons voor te bereiden op de Eucharistie. Dat kunnen we op verschillende manieren doen: zorgen dat we op tijd in de kapel of kerk zijn, en er biddend stil staan bij wat we er komen doen, bidden tot de H. Geest, opdat ons hart open zou gaan voor de genade die wij zullen ontvangen; Maria vragen dat Zij ons hart voorbereidt op de ontmoeting met de Drieëne God, en alles wat ons hart wordt ingegeven.

Niemand kan ontkennen dat alle mensen verlangen naar vrede, liefde, vergeving, geluk… Als onze ontmoeting met Christus in de Eucharistie een blijde ontmoeting wordt, doordat wij er bewust en met liefde naartoe gaan en er ons goed op voorbereiden, dan zullen wij veranderd naar huis terugkeren. Wij zullen vreugdevol naar huis gaan, en deze vreugde kunnen delen met de mensen rondom ons, zo zullen wij actief meewerken aan de doorbraak van Gods Rijk van Liefde in onze gebroken wereld.
“Blijf dit doen om Mij te gedenken”, zegt Jezus ons in elke Heilige Mis. Laten we vandaag bidden dat wij voortaan op een nieuwe manier gehoor geven aan deze uitnodiging die Christus zelf tot ons richt.

Voorbeden

Heer, leer ons iets van het grote wonder van de heilige Mis begrijpen. Laat ons bidden…

Heer, doe ons verlangen naar de H. Eucharistie, en help ons om ze een belangrijke plaats in ons leven te geven. Laat ons bidden…

H. Maagd Maria, leer ons ons goed voor te bereiden op de ontmoeting met de Levende Heer in de heilige Mis. Laat ons bidden…

M.V.

Maria Tenhemelopneming         

De grootste en meest vereerde heilige in de Kerk is een vrouw; de Moeder Gods Maria ver verheven in heiligheid en Godsnabijheid boven alle andere mensen.

Om die heiligheid gaat het in de Kerk, niet om je functie in de hiërarchie. Mensen worden in de Kerk niet zalig geprezen om aanzien en bestuurlijke macht. Het gaat om heiligheid van leven, om je toegewijd zijn aan God, om het vervullen van Zijn wil, daar wordt je grootheid en je belang in de Kerk uiteindelijk aan afgemeten: “Zalig Zij die geloofd heeft wat tot vervulling zal komen wat Haar vanwege de Heer gezegd is”. We mogen constateren dat de eerste en de hoogste in de Kerk – in de ogen van God – een vrouw is.

Een vrouw die voor alles leeft en durft te leven van Gods genade. Die zich in geloof overgeeft aan Gods roepstem en hoewel Ze niet begrijpt, durft te zeggen: “Zie de dienstmaagd des Heren, mij geschiede naar uw woord.” Dankzij dit gelovige, vertrouwvolle woord werd zij de Moeder van God, en begon in haar het heilswerk van God aan de mensen, begon in haar de verlossing werkelijkheid te worden.

En wat is dat verlossingswerk? Wat moest er opgeruimd worden dat als een barrière tussen God en mens in staat: dat is de zonde en dat is de dood. Door zijn lijden, sterven en verrijzen is Christus het Lam geworden dat de zonden van de wereld wegdraagt, heeft Hij plaatsvervangend de schuld voldaan die de mensheid van God scheidde. Hij is de nieuwe Adam geworden in wie wij door geloof en doopsel tot nieuwe mensen, tot kinderen van God herboren worden. En als de zonde is weggenomen, dan heeft ook de dood zijn angel verloren; dan is de dood overwonnen en liggen verrijzenis en eeuwig leven voor de mens open. Dat is de verlossing.

Omdat Maria in geloof beantwoordde aan Gods genade-aanbod en door haar ja-woord de menswording en daarmee de verlossing mogelijk maakte, heeft God in zijn genade de verlossing aan Maria reeds vooraf volledig voltrokken. Vanaf het begin was Zij zonder de smet van erfschuld ontvangen; vanaf het begin was Zij zonder zonde; een waardige reine Tempel voor de Zoon van God.

En omdat Zij zonder zonde was vanaf het begin, kon het bederf van de dood haar lichaam niet aantasten. En daarom leert de Kerk dat Maria als eerste en allerheiligste van de gelovigen ten volle in de verlossing deelt en met ziel en lichaam ten Hemel is opgenomen, terwijl alle andere heiligen de verrijzenis van het lichaam op het einde van tijden nog verwachten.

Maria is daarmee de eerst-verloste en het beeld van de hele Kerk. Evenals de Kerk wordt Zij moeder genoemd van alle gelovigen.

De Kerk is onze Moeder, omdat zij door het water van de doop ons doet worden tot kinderen van God in Christus. En als een Moeder leert de Kerk haar kinderen door het Woord hoe ze moeten leven. Als een Moeder bidt de Kerk voortdurend voor haar kinderen en heiligt hen door de sacramenten.

Ook Maria is onze Moeder, omdat Zij de Moeder van Christus is en omdat door Christus zelf aan het kruis haar moederschap is uitgebreid over alle gedoopten. Ook Maria wijst ons zoals op de bruiloft van Kana voortdurend naar Jezus; “doet maar wat Hij u zeggen zal”. Ook Maria is een voortdurende voorspraak voor haar kinderen en niemand neemt tevergeefs zijn toevlucht tot haar moederlijke zorg.

De vrouw uit de eerste lezing van dit feest is Maria. Zij is bekleed met de zon, de maan onder haar voeten en op haar hoofd een kroon van twaalf sterren. Zij, Maria, ontsnapt aan de aanval van de Satan, van de vuurrode draak die zoveel macht op aarde heeft. Zij wordt weggevoerd naar het hemelse Jeruzalem waar God alles nieuw heeft gemaakt.

De grootste in de Kerk is de heilige Maagd, Maria. Aan haar alleen is de verlossing reeds volledig werkelijkheid geworden. Zij is ons voorbeeld, zij is onze troost. Zij is de Moeder die reeds thuis is bij God, maar die door haar moederlijke zorg en voorspraak ons, haar kinderen, die haar vereren, omringt totdat ook wij thuis zijn. Amen.

>>> mennenpr.nl

18de zondag door het jaar B 2018

Jezus de honger van ons hart

Brood en spelen, beste gelovigen, daar kun je mensen mee rustig houden. Dat wisten de oude Romeinse keizers al. Als je de mensen maar volop te eten geeft en je geeft ze vermaak, dan zijn ze tevreden. Dan komt er geen opstand. Dan vragen ze gewoonweg niet verder.

Het manna van de welvaart ligt hier in onze tijd voor het oprapen. We kopen en vermaken ons. Brood en spelen. En velen, zeer velen, zijn daarmee tevreden en vragen niet verder. Veel harten zijn echter dor en de geesten leeg en God is ver weg. Sommigen zeggen zelfs, dat Hij dood is, dat Hij niet zou bestaan…

En geen wonder, hoe kun je ook de levende God zien, als je buik je afgod geworden is? Maar zo snel als er een kink in de kabel komt, wanneer brood en spelen hun belangrijkheid verliezen, bijvoorbeeld bij ziekte, ongeval, eenzaamheid, dood, dan is er opeens geen uitzicht meer. Alleen maar opstandigheid en verwijt…

Het manna van de welvaart, beste gelovigen, is niet het ware brood uit de hemel.

In het evangelie van deze zondag zien we dat de mensen die Jezus achternalopen in de richting van Kafarnaum ook alleen maar oog hebben voor het brood dat hun magen vult. Jezus had ze veel te eten gegeven. Ze zijn enthousiast. Brood en spelen-enthousiasme, zegt Jezus. “Jullie zijn alleen maar uit op brood, dat de maag vult. Eet liever brood, dat jullie hart en geest voedt. Dat wil Ik jullie geven. Dat is het ware brood uit de hemel, waarvan je nooit meer honger krijgt dat eeuwig leven geeft”.

En dan zagen we als reactie: “Geef ons van dat brood. Zo’n wondermiddel willen ze wel eten. Brood dat eeuwig leven geeft”. Jezus antwoord luidt: “Ik ben het brood des levens. Mij moet je eten. Mijn Boodschap, mijn leven moet je helemaal in je opnemen. Dan zul je gelukkig zijn, dan zul je pas echt leven, met God verbonden.

Jezus eten betekent dan; je hart en je geest voeden met zijn Geestkracht. Het leven leven zoals Hij deed. Niet te veel stilstaan bij materiële dingen, maar stilstaan bij de mensen uit liefde. Weten dat God altijd bij je blijft, in voorspoed en in tegenslag. Dat God nooit dood is, omdat we biddend in de stilte van ons hart zijn aanwezigheid voelen.

Jezus eten is dus offers brengen, lijden, ziekte, narigheid en dood aanvaarden, wetend, dat God je nabij is en je door lijden en dood heen omvormt tot de dezelfde heerlijkheid als van Hem. Ja, Jezus’ Woord, zijn Boodschap is ons brood. En er is nog meer. In deze H. Mis geeft Hij ons – in een heilig teken als brood – zijn gebroken en verrezen Lichaam, Zichzelf te eten als waar voedsel voor onze geest en ons hart. Dit Brood – de H. Communie – komt hier vandaag op het altaar, dat is het ware Brood uit de  Hemel, dat onze werkelijke honger stilt. De honger van ons hart: het is de Heer zelf, zijn leven, zijn dood en verrijzenis. Christus leeft in ons.

Bron: http://www.mennenpr.nl/zondag_18b.html

Het sterke getuigenis van Thomas

Preek 2de zondag van Pasen B (2018)

Gezellen en Gezellinnen van de Gekruisigde en Verrezen Jezus en Maria Onbevlekt Ontvangen

Preek 2de zondag van Pasen B (2018)

Ik heb me laten vertellen dat er destijds in de concentratiekampen van de nazi’s een straf bestond waarbij gevangenen dagenlang in een kleine cel werden opgesloten, helemaal in het donker. Als ze dan uiteindelijk na enkele dagen dat hok mochten verlaten, konden ze lange tijd geen daglicht verdragen. Hun ogen konden het plotse zonlicht niet aan.

Als wij de Bijbel lezen, lijkt het wel alsof ook de leerlingen van Jezus uit een langdurige duisternis komen en plots de schittering van de zon in hun ogen krijgen. Hun eerste reactie is geen vreugdevol en feestelijk ‘alleluja’, maar wel een  zelfverdediging.

Het evangelie beschrijft twee verschijningen van de verrezen Jezus aan de leerlingen: de eerste zonder, en de tweede met Thomas. En wat blijkt? Niet alleen de eerste keer, maar ook de tweede keer hebben de leerlingen zichzelf opgesloten. Grendel ervoor, goed gebarricadeerd, de…

View original post 495 woorden meer

Preek 5de Zondag van de Vastentijd B (2018)

Gezellen en Gezellinnen van de Gekruisigde en Verrezen Jezus en Maria Onbevlekt Ontvangen

Twee weken scheiden ons nog van Pasen. Maar de tocht naar het lege graf passeert langs Golgotha. Pasen is niet verkrijgbaar zonder Goede Vrijdag. In de aanloop naar de Goede week staan de lezingen ook meer en meer in het teken van wat er te gebeuren staat. Waarom moest Jezus eigenlijk op zo’n brutale manier vermoord worden?

De bevolking zuchtte onder de Romeinse bezetter en Jezus had grote verwachtingen gewekt bij de bevolking. Ze leefde in de terechte of onterechte verwachting dat Hij hen van de Romeinen zou bevrijden. Zo rond het paasfeest, met de vele pelgrims in Jeruzalem, was één vonk genoeg om de vlam in de pan te laten slaan. Jezus had kunnen afzien van zijn reis naar Jeruzalem. Hij heeft het niet gedaan. In Jeruzalem had Hij kunnen ontsnappen, maar heeft het niet gedaan. Hij had Judas Iskarioth van zijn idee om hem te verraden, kunnen afbrengen…

View original post 393 woorden meer