Tags

, ,

“Als Christus niet is opgestaan, dan is onze prediking zonder inhoud en uw geloof leeg”. Deze woorden van Paulus in zijn eerste brief aan de christenen van Korinthe hebben nog niets van hun actualiteit verloren. Als Christus niet verrezen is, dan verliest het christelijk geloof inderdaad zijn kern, zijn hart, zijn zin en reden van bestaan. Het is de moeite daar in deze paastijd even bij stil te staan.

Heel veel mensen vinden Jezus een belangrijke figuur uit onze geschiedenis en hebben een grote waardering voor Hem. Toch geloven ze niet in zijn verrijzenis. Ze zeggen dat Jezus hen inspireert in hun manier van leven maar blijven heel sceptisch tegenover de boodschap van zijn verrijzenis. Dat standpunt is natuurlijk niet helemaal onbegrijpelijk. Jezus heeft ons ontegensprekelijk een aantal fundamentele menselijke waarden aangereikt en op die manier de beschavingsgeschiedenis diepgaand en misschien wel onherroepelijk beïnvloed. Het is dus mogelijk dat mensen grote waardering hebben voor de historische persoonlijkheid van Jezus maar Hem niet erkennen als de Verrezen Heer. Om Jezus op die manier te waarderen, hoef je inderdaad geen gelovige te zijn. Dat Jezus een belangrijke en inspirerende figuur is uit de geschiedenis is geen voorwerp van geloof maar een nuchtere en objectieve constatatie.

Dat laatste laat ons al aanvoelen hoe belangrijk het verrijzenisgeloof is om het hart van het evangelie te verstaan. Evangelie betekent “goed nieuws”. Stel dat Jezus niet verrezen is en dat het geloof in zijn verrijzenis nergens op slaat, dan is het toch zeer de vraag of het evangelie nog wel goed nieuws is? Het is de moeite die vraag in ons te laten doordringen. Jezus had aanvankelijk grote hoop gewekt in het hart van zijn tijdgenoten. Hij had het woord van God zo verkondigd dat het hun hart raakte. “Een nieuwe leer met gezag!” (Mc 1,27). Maar gaandeweg groeide de tegenstand. Niet in het minst van de kant van hen die in gezag waren gesteld. Uiteindelijk werd Hij door de hogepriesters en de Romeinse gouverneur ter dood veroordeeld.

Op zich maakt die schandelijke dood het leven en het optreden van Jezus niet meteen zinloos. Het is niet omdat hij door de gezagdragers werd veroordeeld, dat datgene waarvoor Hij geleefd en gestorven is niet inspirerend en zinvol zou zijn voor mensen na Hem. Maar kan men hier dan echt spreken van “goed nieuws”? Het is eerder tragisch nieuws. Bij nader toezien is het zelfs geen nieuws. Dat mensen die het goed menen en waarachtigheid betrachten heel dikwijls aan het kortste eindje trekken, dat is spijtig genoeg het lot dat velen voor en na Jezus moeten ondergaan. Dat is geen nieuws, dat weten we uit de menselijke geschiedenis maar al te goed. Dat Jezus “goed nieuws” is, echt evangelie, dat moet dus toch nog aan iets anders liggen.

Op het ogenblik dat Jezus wordt veroordeeld, zijn de meeste leerlingen al gevlucht. Marcus noteert heel nuchter: “toen lieten allen Hem in de steek en namen de vlucht” (Mc 14,50). En we horen de leerlingen van Emmaüs zeggen: “we hadden zo gehoopt” (Lc 24,21). Waren diezelfde leerlingen niet tot geloof in zijn verrijzenis gekomen, dan was de kerk nooit ontstaan. Dan was er ook nooit sprake geweest van christelijk geloof. De kerk is niet ontstaan vanuit de overtuiging dat Jezus niettegenstaande zijn dood toch een interessante en inspirerende figuur is. De kerk is ontstaan vanuit de overtuiging dat Hij leeft, dat de dood geen macht meer heeft over Hem. Dat is het wat we horen in de paasverhalen van de evangeliën: na zijn dood hebben de leerlingen Jezus als de Levende ontmoet. Hij heeft zichzelf als de Levende aan hen geopenbaard. Het geloof van de leerlingen is ontstaan uit die overrompelende ontmoeting. Hij die veroordeeld was, monddood gemaakt en aan het schandhout opgehangen, Hij is door God met heerlijkheid bekleed, verheerlijkt. Hij leeft!

Dat wou ik jullie met Pasen zeggen. De leerlingen zijn niet tot geloof gekomen vanuit het nuchtere inzicht dat Jezus een inspirerende figuur is. Ze zijn christenen geworden omdat ze Hem als de Levende ontmoet hebben, als diegene die de macht van de dood overwonnen heeft. Dat is mijn wens en mijn gebed in deze paastijd: dat wij die gedoopte christenen zijn en proberen leven volgens het evangelie, kracht en vreugde mogen putten uit die ontmoeting. Bij alles wat we vandaag als kerk meemaken, bij al ons zoeken en tasten, moeten we terug naar die bron, naar Hem met wie en om wie het allemaal begonnen is. Zoals de leerlingen op weg naar Emmaüs het verwoorden: “Brandde ons hart niet in ons zoals Hij onderweg met ons sprak en ons de Schriften ontsloot?” Dat wens ik jullie allen toe. Zalig Pasen.

Bron: http://www.facebook.com/pages/Jozef-De-Kesel/51472019815

Advertenties