Overweging bij Maria Tenhemelopneming door monnink A. van Rielvaux

“Van nu af prijzen alle geslachten mij zalig”

Als Maria Magdalena – die zondares was en bij wie de Heer zeven demonen had uitgedreven – het verdiende om door Hem dusdanig verheerlijkt te worden, dat haar lofzang altijd in de bijeenkomst der heiligen blijft, wie kan dan meten hoezeer “de rechtvaardigen jubelen voor het gelaat van God en dansen van vreugde” om Maria, die geen man heeft gekend?… Als de apostel Petrus – die niet alleen niet in staat was om een uur te waken bij Christus, maar Hem ook nog eens verloochend heeft – toch zo’n genade heeft ontvangen dat de sleutels van de hemel hem toevertrouwd zijn, welke eer is Maria dan niet waardig, zij die de koning van de engelen in eigen persoon, die de hemel niet kan omvatten, in haar schoot heeft gedragen? Als Saulus “die slechts dreiging en moord tegenover de leerlingen van de Heer kon aanrichten”…, zo’n grote barmhartigheid ontving… hij werd verheugd “tot in de derde hemel, hetzij in zijn lichaam, hetzij buiten zijn lichaam”, dan is het niet verbazingwekkend dat de heilige Moeder van God – die bij haar zoon gebleven is in zijn beproevingen die Hij vanaf de wieg had ondergaan – ten hemel opgenomen werd, met haar lichaam en verheerlijkt werd tot boven de engelenkoren.

Als er “vreugde in de hemel is bij de engelen om een zondaar die zich bekeert”, wie zal dan zeggen welke vreugdevolle en mooie lofzang zich bij God ten aanzien van Maria, die nooit heeft gezondigd, aangeheven wordt?… Als werkelijk zij die “vroeger duisternis zijn geweest” en vervolgens “licht in de Heer” zijn geworden, “die stralen als de zon in het koninkrijk van hun Vader”, wat zal dan de maat zijn van “het eeuwige gewicht van heerlijkheid” van de heilige Maria, die in deze wereld is gekomen “opgaand als de dageraad, schoon als de blanke maan, stralend als de gloeiende zon”, en uit wie “het waarlijk licht dat alle mensen verlicht, toen Hij in de wereld kwam” geboren is? Overigens, aangezien de Heer heeft gezegd: “Indien iemand Mij wil dienen, hij volge Mij, en waar Ik ben, daar zal ook mijn dienaar zijn”, waar denken we dan dat zijn moeder is, die Hem constant heeft gediend met zoveel bereidwilligheid? Als zij Hem is nagevolgd en tot in de dood aan Hem gehoorzaam was, dan zal niemand verbaasd zijn dat zij, tot nu toe, meer dan wie dan ook, “het Lam navolgt waar Hij ook heen gaat.”

Bron: 2e sermon voor Maria Tenhemelopneming; door Aelred van Rielvaux (1110-1167), cisterciënzer monnik

Advertenties