Tags

, , , , , , , ,

Ja, het is werkelijk zo!

Derde zondag van Pasen, 22 april 2012, Evangelie volgens Lucas (Lc.24,35-48)

De woorden die we zojuist gehoord hebben zijn waar. Ja, ze zijn waar! Ze berusten op een fundament. Geen hersenschim, geen spook, geen geest die vervliegt in de ruimte. Neen: ze zijn vlees en bloed. Net zo waar als het hout van deze lezenaar en het marmer van het altaar: Jezus is verrezen met Ziel en Lichaam! Jezus is geen wazige geest als Hij aan de leerlingen na Zijn dood en verrijzenis verschijnt. Hij is er met vlees en bloed en als bewijs eet hij een stuk geroosterde vis. Een geest heeft immers geen vlees en beenderen… Hij is er met Zijn wondetekenen; daaraan wordt Hij herkend.

Zichtbare en aanraakbare waarheid in verbijstering en ontzetting ontvangen! Vreugdevolle waarheid ongekend! Hij is dus werkelijk verrezen. Niet genoeg kunnen we dit Mysterie tot ons laten doordringen. Jezus is verschenen aan Zijn elf leerlingen, want Judas was er niet bij na zijn zelfmoord.

Echter steeds weer zijn er de tegenkrachten die ons van die geloofswaarheid proberen af te houden: “Het is maar een verhaal” zeggen sommigen, het is maar een ’sprookje’, een ‘hersenschim’ van een stelletje dwazen. ”Je moet dat anders zien”, en het niet zo letterlijk nemen; zeggen zij die niet weten te geloven.

Jawel! Letterlijk! Als Jezus niet verrezen zou zijn dan waren wij hier nu niet samen. Van generatie op generatie is dit levende getuigenis doorgegeven. Op die grond werden de eerste christenen vervolgd; kwamen er martelaren die met hun bloed getuigden van die werkelijkheid; hebben velen hun leven voor het geloof gegeven; nu nog steeds!

Hij die voor ons geleden heeft, gekruisigd werd, gestorven en begraven is: Hij leeft werkelijk na de verrijzenis uit de dood. Kijk niet half, kijk volop, zie het plaatje helemaal. Durf je aan die waarheid toevertrouwen, ook als je omgeving anders denkt.

Jezus was destijds net zo tastbaar aanwezig, als u hier tastbaar aanwezig bent. We zouden kunnen tellen met hoevelen we hier zijn: 50, 100, 150, 200, 250, week in week uit: we komen toch maar. U bent er. Wij samen vormen als geloofsgemeenschap dat Lichaam van Christus gestorven en verrezen. Door uw lijfelijke aanwezigheid drukt u die geloofswerkelijkheid uit. Voor uw komst naar deze kerk hebt u iets over gehad, hebt u bewust andere zorgen voor een moment aan de kant gezet. Misschien hebt u nog even gedacht: “wat jammer dat er niet meer mensen naar de kerk gekomen zijn”, maar daardoor laat u zich niet ontmoedigen. We zijn hier samen met elkaar, samen met Onze Lieve Heer Jezus Christus, samen ook met pijn, met de zorgen, met de lasten van alledag. We kunnen ze overwinnen omdat Onze Heer Jezus Christus verrezen is. En dat is toch wel bijzonder. We staan er misschien te weinig bij stil, het is misschien zo vanzelfsprekend. En stel dat we hier maar met 50 of 100 mensen in de kerk waren, zou dat dan de verrijzenis minder waar maken? Neen, dat doet niets af aan die waarheid.

Zoals gezegd, door de eeuwen heen hebben mensen dat getuigenis aanvaard en er vanuit geleefd. De ene tijd met grotere aantallen dan de andere tijd, op de ene plaats met méér vuur een elan dan op de andere plaats. Men heeft het aanvaard mét liefde, met verwondering. Ja, het is zo; ook al kan ik het nooit helemaal vatten.

Op het fundament van Christus steunt ook het priesterschap. Ja, het is zo. Het priesterschap steunt op het Mysterie van de verrezen en levende Jezus Christus, onze Heer en God. Wij priesters verschillen van elkaar als persoonlijkheden, ieder met zijn capaciteiten en tekorten, maar in het fundament van het priesterschap komen we overeen, daarin weten we ons gesterkt: in Jezus Christus Zelf. Ik herinner me van mijn priesterwijding dat het lied gezongen is: “Wij hebben voor u gebeden dat uw geloof niet bezwijkt”. Dat gebed is nodig voor de priesters, het betekent een ondersteuning van de geloofsgemeenschap opdat de priester op zijn beurt de geloofsgenoten, zijn broeders en zusters in het geloof versterkt.

Ik ben blij dat we, zoals we hier bijeen zijn, elkaar versterken in dat geloof, dat wij Christus levend houden in onze geloofsgemeenschap. Ik bespeur dat op vele momenten. In de hartelijkheid van mensen, in de taken die mensen op zich nemen, in het gebed, het samen vieren van de Eucharistie, in de praktijk van het alledaagse leven, in het geloof, dat ondanks de pijn en de zorgen en de lasten van het moment, mensen toch hun ogen openhouden voor hetgeen ze geloven.

Ouderen maar ook jongeren! Want van deze laatsten weet ik, dat ondanks de schijn van het tegendeel, er genoeg zijn die het geloof in hun hart met zich meedragen, hoewel ze er moeite mee hebben om er openlijk voor uit te komen. Misschien mag ik hun woordvoerder zijn.

Medechristenen, ofschoon er vele mensen zijn in onze tijd die God doodzwijgen, zijn er ook tekenen dat mensen, – en met name jonge mensen, denk aan de Wereldjongerendagen – tot nieuwe inzichten komen, dat ze die bekering tot vergiffenis van zonden, waarover het evangelie spreekt, werkelijk aan den lijve ervaren, en dat ze zo ervaren dat ze als mensen met een nieuwe visie kunnen leven, en daarmee een tastbaar bewijs leveren van de verrijzenis van onze Heer Jezus Christus.

Pastoor Geudens, website http://geudens.wordpress.com 

Advertenties