Tags

, , , , , , ,

Zesde Zondag van Pasen, 13 mei 2012 (dubbele Moederdag), jaar B.

De H. Maagd Maria doet ons geloven: God is Liefde

God is Liefde: wie in de liefde woont, woont in God en God is met hem”. Deze woorden brengen op een eenmalige manier tot uitdrukking wat de kern is van het christelijk geloof, evenals van het christelijk godsbeeld en het daaruit voortvloeiende beeld van de mens en de weg die deze moet gaan.

Wij geloven in die Liefde. Zo kan de christen de fundamentele beslissing van zijn leven tot uitdrukking brengen. Christen zijn wordt niet in eerste instantie bepaald door een ethische beslissing of hoogstaand idee, doch door een ontmoeting met een gebeurtenis, met de Persoon Jezus Christus, die ons leven een nieuwe horizon en daarmee de beslissende richting geeft. In zijn evangelie heeft Johannes deze gebeurtenis als volgt omschreven: “Zozeer immers heeft God de wereld liefgehad, dat Hij zijn eniggeboren Zoon heeft gegeven, opdat al wie in Hem gelooft … eeuwig leven zal hebben” (Joh 3,16).

Gods liefde voor ons is een belangrijke levensvraag en roept belangrijke vragen op: wie is God en wie zijn wij zelf? Hier krijgen we echter eerst te maken met een taalprobleem. Het woord ‘liefde’ is tegenwoordig tot één van de meest gebruikte en ook misbruikte woorden geworden, en het kan heel verschillende betekenissen hebben.

1. Laten we bedenken hoeveel betekenissen het woord ‘liefde’ wel niet heeft voor ons mensen: we spreken over vaderlandsliefde, liefde voor het vak, liefde onder vrienden, liefde voor het werk, liefde tussen ouders en hun kinderen, tussen broers en zussen en andere familieleden, liefde tussen man en vrouw, liefde tot de naaste en liefde tot God.

2. Maria’s Zoon en Gods Zoon; onze Heer Jezus Christus heeft de daad van zelfgave blijvend aanwezig gemaakt door de instelling van de Eucharistie tijdens het Laatste Avondmaal. Hij anticipeert op zijn dood en verrijzenis door zichzelf reeds in dit uur aan zijn leerlingen te geven in brood en wijn, zijn Lichaam en Bloed, als het nieuwe manna.

Christelijk geloof, hoop en liefde horen bij elkaar. De hoop wordt in praktijk gebracht door de deugd van het geduld dat niet ophoudt het goede te doen, ook als er schijnbaar geen resultaat wordt geboekt, en door de deugd van de nederigheid, die Gods geheim aanvaardt en Hem ook in donkere dagen vertrouwt. Het geloof toont ons God die zijn Zoon voor ons overgeleverd heeft, en schenkt ons zo de overweldigende zekerheid dat het waar is: God is liefde!

Het geloof, de verinnerlijking van Gods liefde, die zich in het doorstoken hart van Jezus aan het kruis heeft geopenbaard, doet de liefde ontstaan. Zij is het licht dat de donkere wereld steeds weer verlicht en ons de moed geeft te leven en te handelen. De liefde is mogelijk en wij kunnen die in praktijk brengen omdat we naar Gods beeld geschapen zijn.

Laten we denken aan de heiligen, die de liefde op voorbeeldige wijze in praktijk hebben gebracht. Tot het leven van de heiligen hoort echter niet alleen hun aardse biografie, maar ook hun leven en werken van God uit na hun dood. In de heiligen wordt het zichtbaar: wie naar God gaat, gaat niet weg van de mensen, maar is hun juist nu pas werkelijk nabij. Dat zien we nergens meer dan bij Maria.

De H. Maagd Maria stelt niet zichzelf in het middelpunt maar maakt ruimte voor God. Maria is groot, juist omdat ze niet zichzelf, maar God wil verheerlijken. Ze is nederig. Ze wil niets anders zijn dan de dienstmaagd des Heren. Ze weet dat ze alleen maar tot het heil van de wereld bijdraagt, omdat ze niet haar eigen werk wil volbrengen, maar zich geheel en al beschikbaar stelt voor wat God wil ondernemen. Ze is vervuld van hoop. Alleen omdat ze gelooft in Gods beloften en het heil van Israël verwacht, kan de engel tot haar komen en haar roepen voor de beslissende dienst aan deze beloften. Ze gelooft: “Zalig ben je, omdat je geloofd hebt”, zei Elisabeth tot haar. Het Magnificat is geheel geweven uit draden van de heilige Schrift, uit de draden van Gods Woord. Zo wordt zichtbaar dat ze werkelijk thuis is in Gods Woord, er naar binnen en naar buiten gaat. Ze spreekt en denkt met Gods Woord; Gods Woord wordt haar woord, en haar woord komt voort uit het Woord van God. Zo is ook zichtbaar dat haar gedachten worden gevormd door meedenken met Gods gedachten, dat haar willen meewillen met de wil van God is.

Het woord van Jezus de gekruisigde tot zijn leerling Johannes en door hem tot alle leerlingen van Jezus: “Zie daar uw moeder” wordt alle geslachten door steeds opnieuw waar. Maria is inderdaad de Moeder van alle gelovigen geworden. Tot haar moederlijke goedheid, evenals tot haar maagdelijke zuiverheid en schoonheid komen de mensen van alle tijden en alle werelddelen in hun nood en hun hoop, in hun vreugde en pijn, in hun eenzaamheid en in gemeenschap. En altijd ervaren zij het geschenk van haar goedheid, ervaren ze haar onuitputtelijke liefde, die zij uit de grond van haar hart meedeelt. De getuigenissen van dankbaarheid die haar in alle werelddelen en culturen worden gebracht, zijn een erkenning van die reine liefde die niet zichzelf zoekt maar eenvoudigweg het goede wil.

De verering van de gelovigen toont tegelijk een onmiskenbare intuïtie aangaande de manier waarop zulke liefde mogelijk wordt: door de meest innige eenwording met God, door van Hem doordrongen te zijn, waardoor degene die uit de bron van Gods liefde heeft gedronken zelf kan worden tot bron “waaruit stromen van levend water vloeien”. Maria, de Maagd, de Moeder, toont ons wat liefde is, wat haar oorsprong is en waar haar altijd vernieuwde kracht vandaan komt. Aan haar vertrouwen we de Kerk en haar zending in dienst van de liefde toe:

Heilige Maria, Moeder van God,
Gij hebt de wereld
het ware Licht geschonken.
Jezus, uw zoon – de Zoon van God.
Gij hebt u geheel
aan Gods roeping toevertrouwd
en bent zo geworden tot bron van het goede
dat uit Hem stroomt.
Toon ons Jezus, leid ons tot Hem.
Leer ons Hem kennen en Hem liefhebben,
opdat ook wijzelf
oprecht kunnen liefhebben
en bronnen van levend water
kunnen worden
te midden van een dorstende wereld.

Door Paus BENEDICTUS XVI

ENCYCLIEK ‘DEUS CARITAS EST’Libreria Editrice Vaticana, R.-K. Kerkgenootschap in Nederland, 2006.

Vgl bron: http://www.vatican.va/holy_father/benedict_xvi/encyclicals/documents/hf_ben-xvi_enc_20051225_deus-caritas-est_nl.html

Bron van de afbeelding: http://www.geloofenleven.be/B002-643X.JPG

Advertenties