Vader staat aan het roer

De goddelijke wijsheid – zegt de Heilige Schrift strekt zich machtig van het ene uiteinde van de wereld tot het andere uit en regeert alles ten beste’ (Wijsh. 8, 1). De goddelijke wijsheid is dus één met de goddelijke voorzienigheid, die alles ordent, beschikt en leidt tot het bereiken van een wel bepaald doel: Gods glorie als laatste en hoogste doel; en als onmiddellijk doel en op de tweede rang, het goed en het geluk van de schepselen. Niets bestaat zonder reden, niets ter wereld geschiedt bij toeval, maar alles, volstrekt alles, staat in het grootse plan van de goddelijke voorzienigheid geschreven. In dat plan heeft elk schepsel, ook het geringste, zijn plaats, zijn doel, zijn waarde, is elke gebeurtenis, ook de onbeduidendste, tot in zijn kleinste bijzonderheden van eeuwigheid voorzien en beschikt. In dat wonderbaar en weidse plan zijn alle schepselen van de heerlijkste – als de engelen – tot de nederigste – als dauwdruppels en grashalmen – geroepen tot de harmonie en het welzijn van het geheel bij te dragen.

Wij kunnen sommige toestanden niet begrijpen. Wij vatten niet altijd het waarom van sommige omstandigheden en waarom wezens ons doen lijden. Omdat wij niet kunnen ontdekken welke plaats ze in het plan van de goddelijke voorzienigheid innemen, waarin alles voor ons opperste goed beschikt is. Ja, zelfs de smart is voor ons goed en God, die oneindig goed is, wil en duidt ze enkel met een bepaalde bedoeling. Wij geloven het wel in theorie maar vergeten het zo gemakkelijk in de praktijk! En in duistere of smartelijke omstandigheden die onze plannen en wensen stukslaan of storen, komen wij in verwarring en vragen vol angst: ,Waarom laat God dit toe?’ Maar het antwoord is er altijd, algemeen geldend en onfeilbaar gelijk de goddelijke voorzienigheid zelf: God laat het alleen toe om ons goed. Deze overtuiging moeten wij hebben om aan de beproevingen van het leven geen aanstoot te nemen. Gods wezen is al goedheid en trouw voor wie zijn Verbond en zijn wet naleven’ (Psalm 24, 10). Wij mogen aan onszelf twijfelen, aan onze goedheid en aan onze trouw, maar nooit aan God, die oneindig goed en trouw is.

Bezorgd als een moeder

Na ons geschapen te hebben laat God ons niet aan onszelf over. Gelijk een tedere moeder blijft Hij ons bijstaan en in al onze behoeften voorzien: ,Kan een vrouw ooit haar kind vergeten?… En al zou zij het ook vergeten zegt de Heer, – Ik, Ik vergeet u nooit’. Ieder mens mag in waarheid die woorden nemen als tot zich gericht, als voor hem alleen. Want Gods voorzienigheid is zo oneindig en zo machtig dat zij het heelal omvat en toch tevens met ieder van zijn schepselen, ook het geringste, bijzonder gebaat is. Jezus zelf heeft de voorzienigheid van de hemelse Vader met die trekken geschilderd: ,En toch, zal buiten de wil van u, vader niet één mus op de grond vallen… Weest dus niet bevreesd: gij zijt toch meer waard dan en zwerm mussen’ (Mat. 10, 29 en 31). God heeft ons niet in serie geschapen, maar Hij schept afzonderlijk de ziel van elke mens die ter wereld komt. Evenzo beperkt de goddelijke voorzienigheid er zich niet toe, ons in groep bij te staan, maar helpt ze ons één voor één, kent ze goed al onze behoeften, al onze moeilijkheden, ja al onze verlangens, en weet zij best wat voor ons werkelijk geluk het best past.

Zelfs de meest bezorgde moeder kan een nood van haar kind soms niet opmerken of vergeten, kan er verkeerd in voorzien of niet in staat zijn ervoor te zorgen; met God gebeurt dit nooit: zijn voorzienigheid weet alles, ziet alles, vermag alles. Geen mens wordt vergeten; de nederigste veldbloem wordt niet verwaarloosd: ,Kijkt naar de leliën in het veld – zegt Jezus -, hoe ze groeien. Ze arbeiden noch spinnen. Toch zeg Ik u: Zelfs Salomon in al zijn pracht was niet gekleed als een van hen. Als God nu het veldgewas, dat er vandaag nog staat en morgen in de oven wordt geworpen, zo kleedt, hoeveel te meer dan U, kleingelovigen?’ (Mat. 6,28-30). Gods voorzienigheid omringt ons alom, door haar leven wij, door haar bewegen wij ons, bestaan wij, en toch zijn wij zo traag en zo wanhopig om in haar te geloven! Hoe nodig is het ons hart voor een ruimer geloof en vertrouwen open te zetten, ja voor een grenzeloos vertrouwen, want grenzeloos is Gods voorzienigheid.

In uw handen, God

God, Gij hebt de wereld geschapen en regeert en bestuurt ze met wonderbare orde. Gij doet de planten kiemen en groeien, de bloemen ontluiken en de vruchten rijpen. Gij bestuurt de zon, de maan, de hemellichamen, ja alles hebt Gij naar een wonderbare orde geschapen en dat alles voor de mens gemaakt. En de mens hebt Gij voor U alleen gemaakt en in hem wilt Gij rusten zoals ook hij alleen in U rust en vrede vinden mag. Gij hebt uw schepsel niet nodig en toch gewaardigt Gij U, in hem uw rust te zoeken, opdat het op zijn beurt van U moge genieten in eeuwigheid, gelukkig U van aanschijn tot aanschijn moge zien, met heel het Paradijs.

Uw goddelijke Voorzienigheid, Heer, gaat zo ver, dat Gij voor ieder zorgt alsof hij alleen ware, en voor elkeen alsof allen in hem besloten lagen. Ach, werd uw voorzienigheid maar begrepen! Elk schepsel zou zich dan van de dingen van deze wereld afkeren om U te volgen en zich met uw voorzienigheid te kunnen verenigen!’ (H. Magdalena de Pazzi).

Goedertieren zijt Gij, Heer, voor allen en uw barmhartigheid strekt zich over al uw schepselen uit. Dat al uw werken U loven en de vromen U prijzen; aller ogen zien naar U uit en Gij geeft voedsel aan allen, elk op hun tijd. Gij opent uw handen en verzadigt naar hartenlust al wat leeft. Gij verdedigt verdrukten en reikt brood aan de hongerigen. Gij verlost de gevangenen, opent de ogen van de blinden, maakt de kreupelen recht, hebt de rechtvaardigen lief. Gij geneest de gebroken harten en verbindt hun wonden. Gij bedekt de hemel met wolken, bereidt de regen voor de aarde en doet het gras op de bergen ontspruiten. Gij geeft aan het vee zijn voedsel, de jonge raven hetgeen waarom zij roepen. Heer, alle schepselen verbeiden de roem van uw grenzeloze goedheid en jubelen over uw goedertierenheid’ (Cfr. Psalm 144; 145; 146).

Uit: van hart tot hart, meditaties voor elke dag van het jaar, Gabriel van de H.Maria Magdalena O.C.D., uitgave: Stichting Immaculata

Met dank aan Br. Hendrikus ocd

Advertenties