‘Kiezen voor God geeft ruimte’ (door pastoor-deken Ad van der Helm)

Eerste lezing: Joz. 24,1-2.15-17.18 (niet gebruikt in preek)
Tweede lezing: Ef. 5,21-32
Schik u naar elkaar, uit ontzag voor Christus. Vrouwen, schik u naar uw man als naar de Heer, want de man is het hoofd van de vrouw, zoals Christus het hoofd is van de kerk. Hijzelf is de verlosser van zijn lichaam. Welnu, zoals de kerk zich schikt naar Christus, zo moet ook de vrouw zich in alles naar haar man schikken. Mannen, heb uw vrouw lief, zoals ook Christus de kerk heeft liefgehad en zich voor haar heeft overgeleverd om haar heilig en rein te maken, door het waterbad en het woord, om haar tot zich te voeren in haar luister, zonder vlek of rimpel of iets dergelijks, maar heilig en onbesmet. Zo moeten ook de mannen hun vrouwen liefhebben, als waren die hun eigen lichaam. Wie zijn vrouw liefheeft, heeft zichzelf lief. Want niemand heeft ooit zijn eigen lichaam gehaat; integendeel: hij voedt en koestert het, zoals Christus de kerk, omdat wij ledematen zijn van zijn lichaam. Daarom zal een man zijn vader en moeder verlaten en zich hechten aan zijn vrouw, en die twee zullen één zijn. Dit geheim is groot. Ikzelf betrek het op Christus en de kerk.

Evangelie: Joh. 6,60-69
Velen van zijn leerlingen die Hem gehoord hadden, zeiden: ‘Dit zijn harde woorden. Wie kan daar nog naar luisteren?’ Maar Jezus, die wist dat dit bij zijn leerlingen gemor uitlokte, zei: ‘Dit ergert jullie dus? En als jullie nu de Mensenzoon eens zien opstijgen naar waar Hij vroeger was? Het is de Geest die levend maakt, het vlees helpt niets. De woorden die Ik tot jullie gesproken heb, zijn geest: ze zijn leven. Maar er zijn er onder jullie die niet geloven.’ Jezus wist immers al vanaf het eerste moment wie het waren die niet geloofden en wie het was die Hem zou overleveren. En Hij vervolgde: ‘Dat is de reden waarom Ik zei dat niemand naar Mij toe kan komen tenzij hem dit door de Vader geschonken is.’ Toen keerden velen van zijn leerlingen Hem de rug toe en trokken niet langer met Hem mee. Hierop vroeg Jezus aan de twaalf: ‘Jullie willen toch niet óók weggaan?’ Simon Petrus antwoordde: ‘Maar Heer, naar wie zouden we gaan? In uw woorden vinden we inderdaad eeuwig leven. Wij geloven vast en zeker dat u de heilige van God bent.’

Christus

Veel mensen verkeren in de vooronderstelling dat wanneer iemand kiest voor God dat dit betekent dat zijn leven sterk wordt ingeperkt. Geloof hangt in die vooroordelen samen met het gehoorzamen aan allerlei oude geboden en met de gedachte dat de mens aan allerlei eisen moet voldoen. In een tijd en een cultuur waarin vrijheid een groot goed is, lijkt het steeds moeilijker om gelovig te zijn.

Kiezen voor God betekent inderdaad dat veel zaken gerelativeerd worden die in onze cultuur als noodzakelijk worden beschouwd. Juist daarin schuilt de vrijheid. De eisen van de samenleving worden echter niet vervangen door de eisen van God, maar slechts door het gebod van onderlinge liefde en zorg. Daartoe nodigt Jezus ons uit in ons leven en als teken daarvan delen we het Brood van Leven, Jezus Christus zelf hier aanwezig in ons midden.

Het is ontroerend te horen hoe Jezus zijn leerlingen de ruimte geeft om hun eigen keuze te maken en hun eigen weg te vervolgen. Aan het einde van dit lange zesde hoofdstuk van Johannes, na het lange gesprek over het voedsel ten leven, biedt Jezus zijn leerlingen een keuzemoment. God dringt zich niet op. Hij nodigt uit. Hij wil slechts in vrijheid gezocht en bemind worden. Een groot aantal leerlingen verlaat Hem, de Twaalf vrienden echter blijven Hem volgen en Petrus getuigt van zijn geloof.

Na het wonderlijke breken en delen van brood en vis, heeft Jezus zijn gesprekspartners proberen binnen te voeren in het geheim van het leven met God. Hij heeft hen proberen duidelijk te maken hoe een mens zich kan laten voeden door God. Het voedsel dat God geeft is nergens te koop en is anders dan alle materiële overvloed die we dagelijks, ondanks de crisis, over ons uitgestort krijgen. De levenswandel van Jezus zelf is het voedsel dat een mens helpt om een weg te vinden die van blijvende waarde is. Wanneer het ons lukt om in navolging van Hem te leven, worden we gevoed door diezelfde Geest die in Jezus aanwezig was. Deze Geest van de Eeuwige God, die in Christus zichtbaar is geworden, leren we dan steeds beter kennen als bron van leven, als bron van eeuwig leven. (..)

Tederheid is misschien niet het eerste woord waar men aan denkt bij het verbond tussen God en de mensen. Toch vind ik dat typerend voor Jezus omgang met zijn leerlingen en de mensen die hij ontmoet: tederheid. Ik lees het vandaag in het gesprek tussen Jezus die zijn leerlingen de ruimte geeft om hun eigen beslissing te nemen. Ook op andere momenten: wanneer de rijke jongeling meent niet mee te kunnen gaan omdat hij geen afstand kan doen van zijn bezit, wanneer een zieke vrouw zijn mantel aanraakt, wanneer een Romeinse officier Jezus vraagt zijn knecht te genezen, wanneer een schuldige vrouw gestenigd dreigt te worden. Voorbeelden genoeg: Jezus is het gelaat van Gods tederheid jegens zijn schepselen.

Die tederheid is ook een karaktertrek die meer aan het licht komt, wanneer je een weekend in een rustig, stil klooster doorbrengt, zoals ik vorige week mocht doen, bij de Foyer Marthe Robin een lekengemeenschap in Thorn bij Roermond. Daar waar minder woorden worden vuilgemaakt aan het alledaagse, is er meer ruimte voor de onderlinge aandacht en tederheid, ook voor mensen die je niet kent. Het is voor de eerste christenen ook een ontdekking dat het mogelijk is om die tederheid een plaats te geven in je menselijke omgang. Het ligt ook onder de aansporing van de lezing uit de Efeziërsbrief van Paulus. Mensen haken misschien af bij het woord onderdanigheid, maar hier is sprake van menselijke relaties die zich spiegelen aan de relatie tussen Christus en zijn kerk, tussen God en zijn volk. Als die gekenmerkt wordt door tederheid, betekent dit dat de relatie tussen christenen, tussen mannen en vrouwen ook door diezelfde tederheid gekenmerkt kan worden. Kiezen voor God betekent leven vanuit diezelfde tederheid en elkaar tederheid betonen. Amen.

Aanpassing voor versie ‘laagdrempelige preek’, vgl. origineel: http://www.preken.be/index.php?option=com_content&view=article&id=8492:21e-zondag-door-het-jaar-2009

Advertenties