Tags

, , ,

Preek 31ste zondag door het jaar, B, 2012

Duizend en een dingen

Jezus zegt: ”God is de enige Heer”. Wat bedoelt Hij daarmee? Wellicht dit: Als God niet de enige Heer is, worden we zelf wel ‘heer’, ‘meester’, ‘god’. Dan maken we onszelf tot de maat van alle dingen. Dan zijn we geen rentmeester, geen zetbaas meer op aarde, maar dan lopen we het gevaar zelf de baas te willen worden en ons af te sluiten voor de liefde tot God en tot onze naaste.

“Hoor, Israël! De Heer onze God is de enige Heer. Gij zult de Heer uw God beminnen met geheel uw hart, geheel uw ziel, geheel uw verstand en geheel uw kracht. Het tweede is dit: Gij zult uw naaste beminnen als uzelf. Er is geen ander gebod voornamer dan deze twee.” Dit is het antwoord van Jezus op de vraag van de schriftgeleerde: “Wat is het allereerste gebod”. Het mag ons opvallen dat het antwoord op die twee geboden begint met een oproep om te luisteren: “Hoor Israël”! Om te horen wat God ons te verstaan geeft; om ons open te stellen voor de liefde van God; die liefde tot al onze vezels te laten doordringen; en van daaruit te handelen!

Het valt niet mee om goed te horen; om echt te luisteren en de boodschap door te laten dringen. Wij mensen van deze tijd waarin zoveel op ons afkomt, we zijn vaak bezig met duizend en één dingen tegelijk, zonder dat we ons de vraag stellen wat werkelijk belangrijk is; met welke intentie dat we de dingen doen; of ons hart bij God en de naaste is!

We weten allemaal van de tijd van Jezus dat het Jodendom bij wijze van spreken 1000 en 1 wetten kende (250 geboden en 350 verboden!), en wel tot in de kleinste details. Men kwam dan in de verleiding om slechts uiterlijk te doen wat al die wetten voorschreven. Jezus liet met zijn leven en sterven zien dat de Liefde het Hart van de Wet kan zijn. Zulks vraagt ook ieder van ons om te luisteren naar wat God ons ingeeft in hart en geest, én om werkelijk echt te luisteren wat anderen van ons vragen…

Velen valt het in deze tijd echter moeilijk om te luisteren naar anderen en om te rade te gaan bij die ander. We leven in een soort ‘ik-vind’-tijdperk. Als ik wat vind dan is dat goed, en dan heeft daar niemand verder iets mee te maken. Velen raken door zo te denken verstrikt in zichzelf en komen in de invloedssfeer van krachten waar ze niet meer los van kunnen komen. Ze ervaren een zuigkracht in zichzelf, naar de diepte van henzelf in eenzaamheid en alleen zijn. Een therapie om daaruit te komen is: het centrum van alles niet in jezelf zoeken maar naar buiten leggen. Het kan dan helpen om je goed te concentreren op hetgeen er van buiten op je af komt. Dat is als het ware ook de therapie die Jezus ons geeft – niet zomaar vrijblijvend – neen; Hij benoemt het tot een gebod van de Liefde. Leg je centrum van jezelf in God, wetend dat Hij het is die je leven draagt en schraagt, dat Hij het is die ons Zijn liefde schenkt en dat Hij ons daardoor de weg wijst naar die ander, zo dat wij werkelijk iets voor die ander kunnen betekenen…

En hoe moeten we dan die ander liefhebben? Jezus zegt: op de wijze zoals jullie zelf graag bemind zouden willen worden…. “wat gij niet wilt dat u geschiedt, doet dat ook een ander niet”. Een chinees sprookje geeft hiervan een voorbeeld: een voorbeeld dat laat zien dat je je geluk nooit daar moet gaan zoeken, waar je dat van een ander zou moeten vernietigen.

Toen de oorlog tussen twee nabuurvolken onvermijdelijk werd, stuurden de generaals van beide kanten spionnen om na te gaan, waar men het nabuurland het gemakkelijkst kon binnenvallen. Dezen keerden terug en vertelden aan beide kanten hetzelfde: er was maar één plaats aan de grens die daarvoor geschikt was. Maar daar, zeiden ze, woont een brave kleine boer in een klein huis met zijn lieve vrouw, ze houden van elkaar en men zegt dat ze de gelukkigste mensen van de wereld zijn. Ze hebben een kind. Als we over zijn terrein marcheren, verstoren we dat geluk. Dus kan er geen oorlog komen. De generaals begrepen het en de oorlog bleef uit, zoals iedereen zal begrijpen”.

In deze eenvoudige verklaring ligt niets anders opgesloten dan het gebod dat we onze naaste moeten beminnen als onszelf. Dit als ‘onszelf’ kan onmogelijk een ego-centrische betekenis hebben. We zullen de ander in al zijn beperktheid en in al zijn gebrekkigheid pas kunnen aanvaarden wanneer we geleerd hebben onszelf te aanvaarden zoals we zijn: een mens vol tekorten en beperktheden. En dit laatste zullen we pas kunnen wanneer we kunnen geloven dat God ons aanvaard heeft. Omdat God ons aanvaard heeft, daarom kunnen wij ook de ander aanvaarden! Dat is God liefhebben en de naaste als jezelf! Amen.

Pastoor Geudens

Advertenties