Tags

, , ,

Semper vigilans (1ste zondag van de Advent, C)

Het wachtwoord, het codewoord dat we in het Evangelie van vandaag horen is: waakzaamheid! Waakzaamheid voor het gevaar dat zich aandient, maar ook waakzaamheid voor het goede, het nieuwe en onvermoede dat komen gaat.

Wij mensen van deze technische en geautomatiseerde wereld zijn langzaamaan gewend geraakt aan allerlei beveiliging- en bewakingssystemen: controlesystemen en computers waken in het verkeer over onze veiligheid, in het ziekenhuis over onze gezondheid, en thuis waarschuwen ze ons in geval van inbraak. De agenda waakt over onze tijd, over wat we wel en niet moeten doen, over wie we wel en niet kunnen verwachten. Het kan gebeuren dat we zozeer op al die systemen vertrouwen dat we het verleren on ook zelf waakzaam te blijven.

En zo kan het dan gebeuren dat er een situatie ontstaat waarin er plots iets gebeurt dat onze planning, ons systeem doorbreekt en we met de handen in het haar zitten; bijvoorbeeld op een zwaar beveiligd kruispunt rijdt een auto, waarop we niet bedacht zijn door rood licht, zelf hadden we groen licht. Of de dief komt door dat kleine raampje, waar we net niet aan gedacht hadden. Of op een onbewaakte overweg komt een vertraagde trein aanstormen, nét op het moment waarop we op andere dagen onoplettend konden oversteken. Ik vermoed dat er op zware beveiligde kruispunten meer ongelukken gebeuren dan op moeilijke kruispunten? Waarom? Omdat we geneigd zijn om op plekken, waar er bordjes en de lampjes in overvloed staan minder waakzaam te zijn, dan op plekken waar dat niet het geval is.

Waakzaamheid te allen tijde, zegt het Evangelie. Waakzaamheid niet alleen voor het gevaar, maar ook waakzaamheid voor het goede, het vreugdevolle dat komen gaat en dat in stilte groeit… waakzaamheid in situaties waarin de systemen werken en de lampjes, maar ook waakzaamheid in situaties waar dat niet het geval is, onopvallend en in stilte…

En dan gaat het om waakzaamheid die niet enkel in onze agenda staat; om wanneer er plotseling en onverwacht iemand bij je aanklopt… om dan bereid te zijn hem of haar te ontvangen…

Een robot, een systeem of een automaat kan daar geen rekening mee houden, maar voor ons mensen van vlees en bloed, met een hart dat verwachtingsvol klopt voor hetgeen komen gaat, maakt dat nou juist het menselijke uit van al ons doen en laten. Wanneer ik alleen rekening zou houden met hetgeen ik verwacht, ik bedoel, ik plan en geen rekening zou houden met die vraag die van buitenaf komt; die mens die plotseling mijn agenda doorkruist; die mens die een beroep op me doet; dan zou ik wel eens de jus van het leven kunnen missen.

En zo gebeurt het ’s avonds laat of midden in de nacht, bij het hanengekraai of ‘s morgens vroeg: Als Hij onverwachts komt, laat Hij ons dan niet slapende vinden!

Bij zijn vertrek tijdens Hemelvaart heeft Jezus ons een kostbare opdracht gegeven: ‘Doet dit tot mijn gedachtenis’! Weest goede beheerders van de liefde die ik jullie ben komen brengen, geeft ze door aan elkaar! En omdat we niet weten wanneer Hij terugkomt, daarom moeten we alle momenten waakzaam blijven!

Waakzaamheid zit vaak in kleine dingen, zeggen ze ook bij de brandweer. ‘Semper vigilans’, ‘altijd waakzaam’, het betekent dat je aandacht moet besteden aan het nog smeulende vuurtje, de kleine vlammetjes, want die zouden wel eens samen een grote brand kunnen aansteken…

Dadelijk ontsteken we een kleine kaars: teken van de liefde die in eenvoud groeit. Laten we dat kleine vlammetje bij elkaar aanwakkeren zodat het een vuur van liefde wordt. Het kleine vlammetje geeft richting en oriëntatie. Je weet waar je heen gaat; naar Kerstmis: God de Zoon die met grote Liefde als een kleine Mens geboren wilde worden.

(De eerste kaars van de adventskrans wordt nu aan gestoken)

Pastoor Geudens

Advertenties