ONZE-LIEVE-VROUW LICHTMIS (2 februari)

Ontmoeting met de Heiland

Het feest van vandaag, waarop de Kerstcyclus Sluit, is zowel het feest van Jezus als van Maria. Van Jezus die, naar de Wet, veertig dagen na zijn geboorte door zijn Moeder naar de tempel gebracht wordt. Van Maria die zich aan het reinigingsoffer onderwerpt.

De liturgie viert vooral de eerste intrede van het Kind Jezus in de tempel: ,Zie, daar komt, op zijn tijd, de Heerser, de Heer: verheug U en jubel, Sion, en ga uw God tegemoet’. Gaan wij Hem ook tegemoet met de gevoelens van de oude Simeon die, geleid door de Heilige Geest’ (vgl. Lc. 2, 22-32), naar de tempel gaat en vol vreugde het kind Jezus in zijn armen neemt.

Om deze ontmoeting plechtiger te maken, laat de Kerk vandaag de kaarsen wijden en uitreiken; met brandende kaarsen gaan wij in processie de tempel binnen. De brandende kaars is het symbool van het christelijk leven, van het geloof en van de genade die in onze ziel moeten glanzen. Maar zij is ook het symbool van Christus, licht van de wereld, een licht tot verlichting der heidenen’, naar Simeons begroeting. De brandende kaars herinnert ons eraan, dat wij Christus steeds in ons moeten dragen, Hij, die de bron is van ons leven, van het geloof en van de genade. En Jezus zelf bereidt ons door zijn genade om Hem in groter geloof en liefde tegemoet te gaan. Vandaag is onze ontmoeting met Hem bijzonder innig en heiligend.

Jezus wordt naar de tempel gebracht om aan de Vader opgedragen te worden. Hij hoeft niet teruggekocht te worden zoals de andere eerstgeborene Joodse kinderen: Hij is het slachtoffer dat voor de verlossing van de wereld zal moeten ter dood gebracht worden. Zijn opdracht in de tempel is om zo te zeggen het ,offertorium’ van zijn leven; het offer zelf zal later op de Kalvarieberg volbracht worden. Laat ons, met Jezus, ook ons leven opdragen.

Medeverlosseres

Jezus wordt door zijn Moeder in de tempel gebracht: wij beschouwen dus Maria vandaag in haar rol van Medeverlosseres. De Heilige Maagd wist wel dat Jezus de Verlosser van de wereld was. Door de sluier van de profetieën heen voelde zij ook aan dat zijn zending slechts in een lijdensmysterie zou volbracht worden, waaraan zij, als Moeder, wel haar deel van zou moeten hebben. En Simeon’s voorspelling verzekerde het haar: en ook uw eigen hart zal door een zwaard worden doorboord’ (Lc. 2, 35). Toen moest Maria wel in de diepte van haar hart haar fiat herhalen: ,Zie de dienstmaagd des Heren, mij geschiede naar uw woord‘ (ibid. 1, 38). Steeds innig met haar Zoon verenigd, offert ze Hem, offert ze zichzelf.

Alvorens nu de tempel te betreden om er Jezus op te dragen, wil Maria zich aan de Wet onderwerpen, die de zuivering oplegt. Ondanks haar maagdelijkheid stelt zij zich met al de andere moeders gelijk en gewoon tussen de anderen wacht zij geduldig haar beurt af. Zij brengt de offerande van de armen, ‘een paar tortels’. Wij zien dus hoe Jezus en Maria zich aan wetten onderwerpen die hen nochtans geenszins bonden. Jezus hoefde niet teruggekocht, en Maria hoefde niet gezuiverd te worden. Voorwaar een les in deemoed en in onderwerping aan Gods wet.

Er zijn echter wetten waaraan wij wel gehouden zijn en waaraan onze eigenliefde zich onder valse voorwendsels onttrekt. Wij doen beroep op wetten die in werkelijkheid niet bestaan, om wederrechtelijke vrijstellingen op te eisen. Laat ons nederig wezen. Gedenken wij Maria die geen zuivering behoefde en erkennen wij hoezeer onze zielen moeten gezuiverd worden.

Onszelf mee opdragen

Jezus, vandaag wil ik mij door Maria’s handen met U aan de eeuwige Vader toewijden. Maar Gij zijt de allerzuiverste, heiligste, onbevlekte Hostie, terwijl ik bezoedeld, ellendig en zondig ben. Maria, mijn Moeder, Gij die hebt willen gezuiverd worden al waart Gij vrij van elke onvolmaaktheid, ik smeek U, zuiver mijn arme ziel, dan kan zij aan de Vader minder onwaardig opgedragen worden, in vereniging met zijn en uw Jezus; Allerzuiverste Maagd, breng mij op de weg naar echte en diepe zuiveringen en sta Gij persoonlijk mij gedurig bij, dat op de harde weg mijn kleinmoedigheid niet mogen bezwijken.

Bron

Van Hart tot Hart, 1962,
Gabriel van de H.Maria Magdalena o.c.d.
Uitgave: Stichting Immaculata 2013

Gemeenschap ‘Carmeli Deus Caritas’
Bierbeek

Advertenties