Op het Hoogfeest Maria Boodschap, Nazareth. “Zie de dienstmaagd des Heren, mij geschiedde naar Uw woord” (Angelusgebed).
1

25 maart 2000, de plechtige viering van de Aankondiging in het grote Jubeljaar: op deze dag zijn de ogen van de gehele kerk op Nazaret gericht. Ik heb ernaar verlangd terug te komen in de stad van Jezus,om nog eens te voelen, van nabij, de aanwezigheid van de vrouw van wie Sint Augustinus schreef: “Hij koos de moeder die Hij had geschapen; Hij schiep de moeder die Hij had gekozen” 1 . Speciaal hier is het makkelijk te begrijpen waarom alle generaties Maria gezegend noemen (Lc. 1, 48).

2

We zijn hier bijeen gekomen om het grote mysterie te vieren dat 2000 jaar geleden vervuld werd. De Evangelist Lucas situeert deze gebeurtenis duidelijk in plaats en tijd: “In de zesde maand werd de engel Gabriël van Godswege gezonden naar een stad in Galilea, Nazaret, tot een maagd die verloofd was met een man die Jozef heette…de naam van de maagd was Maria” (Lc. 1, 26-27). Maar om duidelijk te begrijpen wat er 2000 jaar geleden in Nazaret gebeurde, moeten we terugkeren naar de Lezing van de brief aan de Hebreeën. Die tekst maakt het ons mogelijk om, als het ware, te luisteren naar het gesprek tussen de Vader en de Zoon betreffende Gods doel van alle eeuwigheid. “Slachtoffers en gaven hebt Gij niet gewild, maar Gij hebt voor Mij een lichaam bereid. Brandoffers en zoenoffers konden U niet behagen. Toen zei Ik: Hier ben Ik. Ik ben gekomen, o God om Uw wil te doen” (Hebr. 10, 5-7). De brief aan de Hebreeën vertelt ons dat in gehoorzaamheid aan de wil van de Vader, het Eeuwige Woord onder ons komt om het offer te brengen dat alle opofferingen van het vorige Verbond te boven gaat. Hij is het eeuwige en volmaakte offer dat de wereld vrijkoopt. Het goddelijke plan werd langzamerhand geopenbaard in het Oude Testament, speciaal in de woorden van de profeet Jesaja, die we zojuist hebben gehoord: “Daarom geeft de Heer u zelf een teken: Zie, de jonge vrouw is zwanger en zal een zoon ter wereld brengen en gij zult hem de naam Immanuel geven” (Jes. 7, 14). Immanuel – God met ons.In deze woorden is de unieke gebeurtenis voorzegd die plaats zou gaan vinden in Nazaret in de volheid der tijden, en het is deze gebeurtenis die we hier met diepe vreugde en geluk vieren.

3

Onze Jubileumpelgrimstocht is een geestelijke reis die begon in de voetstappen van Abraham, “onze vader in geloof” 2 (Rom. 4, 11-12). Deze reis heeft ons vandaag naar Nazaret gebracht waar we Maria ontmoeten, de ware dochter van Abraham. Het is Maria boven alle anderen die ons kan leren wat het betekent het geloof van “onze vader” na te leven. Op vele manieren is Maria duidelijk anders dan Abraham; maar als je verder kijkt dan gelijken “Gods vriend” en de jonge vrouw uit Nazaret heel veel op elkaar. Beide ontvingen een geweldige belofte van God. Abraham was voorbestemd om vader te worden van een zoon, van wie een groot nageslacht zou komen. Maria was voorbestemd Moeder te worden van een Zoon die de Messias werd, de Gezalfde. “Luister”, zei Gabriël, “Gij zult zwanger worden en een zoon ter wereld brengen&..God de Heer zal Hem de troon van zijn vader David schenken&..en aan zijn koningschap zal nooit een einde komen” (Lc. 1, 31-33). Voor zowel Abraham als Maria komt de goddelijke belofte als iets compleet onverwachts. God ontwricht hun dagelijkse gang van leven, werpt hun geregelde ritme en gewone verwachtingen omver. Voor zowel Abraham als Maria lijkt de belofte onmogelijk. Sara, de vrouw van Abraham, was onvruchtbaar en Maria was nog niet getrouwd: “Hoe zal dit geschieden, daar ik geen gemeenschap heb met een man?” (Lc. 1, 34).

4

Net zoals Abraham wordt aan Maria gevraagd ja te zeggen tegen iets wat nooit eerder gebeurd is. Sara is de eerste van de onvruchtbare vrouwen in de Bijbel die door Gods genade zwanger zal raken, net zoals Elisabeth de laatste zal zijn. Gabriël spreekt over Elisabeth om Maria gerust te stellen: “Weet, dat zelfs Elisabeth, uw bloedverwante, in haar ouderdom een zoon heeft ontvangen” (Lc. 1, 36). Evenals Abraham moest Maria door duisternis lopen, waarin zij eenvoudig de Ene die haar geroepen had moest vertrouwen. Zelfs haar vraag “Hoe zal dit geschieden” veronderstelt dat Maria al bereid is ja te zeggen, ondanks haar angsten en onzekerheden. Maria vraagt niet of de belofte mogelijk is, maar alleen hoe het vervuld zal worden. Het komt daarom niet als een verrassing, wanneer zij uiteindelijk haar fiat uitspreekt: “Zie de dienstmaagd des Heren, mij geschiede naar Uw woord” (Lc. 1, 38). Met deze woorden toont Maria zich de ware dochter van Abraham en wordt zij de Moeder van Christus en Moeder van alle gelovigen.

5

Om verder in het mysterie te kunnen binnendringen moeten we terug kijken naar het moment van Abrahams reis toen hij de belofte ontving.Het was toen hij in zijn huis de drie mysterieuze gasten verwelkomde en hen de aanbidding passend bij God aanbood: tres vidit et unum adoravit. Deze mysterieuze ontmoeting was de voorbode van de Aankondiging, toen Maria krachtig werd betrokken in de eenheid met de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Door het fiat wat Maria uitsprak in Nazaret werd de menswording de wonderlijke vervulling van Abrahams ontmoeting met God. Dus, de voetstappen van Abraham volgend, zijn we naar Nazaret gekomen om de lofzang over de vrouw te zingen “waaruit voor de wereld het Licht is opgegaan (hymne Ave Regina Caelorum).

6

Maar we zijn ook hier gekomen om haar te smeken. Wat vragen wij, pelgrims onderweg in het derde christelijke millennium, aan de Moeder Gods? Hier in de stad die Paus Paulus VI toen hij Nazareth bezocht de “school van het Evangelie” noemde, 3 waar “we leren te zien naar en te luisteren naar, te overwegen en te doorgronden de diepe en mysterieuze bedoeling van de zeer eenvoudige, zeer nederige en zeer mooie verschijning van de Zoon van God” 4 , bid ik allereerst voor een grote vernieuwing van geloof in alle kinderen van de Kerk. Een diepe vernieuwing van geloof: niet alleen als een algemene levenshouding, maar als een bewuste en moedige belijdenis van het Credo: “Hij heeft het vlees aangenomen door de Heilige Geest uit de Maagd Maria en is mens geworden”. In Nazareth, waar Jezus “toenam in wijsheid en welgevalligheid bij God en de mensen ” (Lc. 2, 52), vraag ik de Heilige Familie alle Christenen te inspireren om het gezin te verdedigen tegen zovele hedendaagse dreigingen tegen zijn natuur, zijn standvastigheid en zijn zending. Aan de Heilige Familie vertrouw ik de pogingen van de Christenen en van alle mensen van goede wil om het leven te eerbiedigen en het respect en waardigheid van elk menselijk wezen te bevorderen. Aan Maria, de Theotókos, de Moeder van God, wijd ik toe de gezinnen van het Heilige Land, de gezinnen van de wereld. In Nazareth, waar Jezus zijn openbare leven begon, vraag ik Maria de Kerk overal te helpen het “goede nieuws” te prediken aan de armen, net zoals Jezus deed (Lc. 2, 18). In dit “Genadejaar van de Heer”, vraag ik Haar ons de weg van nederige en vreugdevolle gehoorzaamheid aan het Evangelie in dienst van onze broeders en zusters te leren, zonder voorkeur en zonder vooroordelen.

Bron: http://www.rkdocumenten.nl/rkdocs/index.php?mi=600&doc=71

Advertenties