Van onze nieuwe Paus Franciscus weten we ondertussen dat hij een grote nadruk legt op de zorg en aandacht voor de armen. Iedereen prijst hem daarvoor. De Kerk heeft de eeuwen door altijd aandacht gehad voor hen die het moeilijk hebben vanuit het Woord van de Heer Jezus dat wat je voor de minsten doet, dat je dat voor de Heer Zelf doet. Lang voor er sociale diensten bestonden, had elke parochie een vorm van armenzorg. Een tijd geleden zag ik in een kerk nog een offerblok hangen met een bordje erop “Brood voor de armen”.Heel wat zuster- en broedercongregaties zijn opgericht vanuit de gedachte dat de handen uit de mouwen moesten gestoken worden naar armen. Hoeveel ziekenhuizen werden niet opgericht door zusters en broeders om armen enige ziekenzorg en bejaardenzorg te geven ? Hoeveel psychiatrische instellingen en weeshuizen werden door christenen niet opgericht omdat niemand zich om hen bekommerde ? Zijn de meeste scholen niet opgericht door zusters en broeders om arme kinderen toch onderwijs te geven ? De meeste van die taken zijn ondertussen allemaal overgenomen door leken en diensten in onze gemeenten doen hun best om mensen die het moeilijk hebben te helpen. Toch zal de Kerk aandacht moeten blijven hebben voor mensen die toch nog buiten de boot vallen, mensen die tussen de mazen van het net glippen en geen menswaardig bestaan kunnen leiden. Ze moeten onze aandacht hebben en als Kerkgemeenschap zullen we met deze mensen oplossingen moeten gaan zoeken en er niet achteloos aan voorbij gaan wanneer ze in onze gemeenschap op ons pad komen.Elke normaal denkende mens zal het er mee eens zijn dat we mensen in nood nooit aan hun lot mogen over laten. We gaan daar zeker allemaal mee akkoord maar als het echt concreet wordt, hebben we dikwijls toch een andere houding. Zo las ik een tijd geleden hoe een pastoor die liefde voor de armen testte bij zijn parochianen. Toen de kerkgangers op zondagochtend naar de Mis gingen, troffen ze een landloper aan op de stoep. De man was gehuld in vodden en stonk naar bier. De kerkgangers deden hun best om te man te negeren terwijl ze hem voorbij liepen, iets wat er niet gemakkelijker op werd gemaakt door de talloze spuiten die rond hem lagen. Groot was de verbazing – en  de schaamte – toen de man zijn kleren en zijn pruik afwierp en niemand minder dan hun parochiepriester bleek te zijn. De priester haalde “de stunt” uit om de gemeenschap te herinneren aan de Bijbelpassage waarin Jezus’ leerlingen hem niet herkennen omdat hij anders gekleed ging. De priester zei: “Ik wilde de reactie van de mensen zien. Ik werd genegeerd, wat betekent dat we Gods werk niet zien en Hem niet zien in elkaar”. Zie: http://www.gva.be/nieuws/in-de-rand/schooier-leert-kerkgangers-lesje-naastenliefde.aspx

In het 25ste hoofdstuk van Matteüs lezen we hoe de Heer Jezus zich een maakt met de minsten van de maatschappij: mensen die honger en dorst hebben, ziek zijn, gevangen, vreemdeling, naakt. Wat we voor hen doen, doen we voor Hem. Wat doe ik er voor ? Heb ik er oog voor dat die armen uit het evangelie wellicht dichter bij mij wonen dan ik vermoed ?

Gods Zegen, pastoor A. Penne.
www.priesterpenne.be

Advertenties