Preek van Vicaris-Generaal Mgr. Schnackers bij het H. Vormsel van de kinderen van de parochies te Geulle en Waalssen/Moorveld op 4 juli 2009.

Beste jongens en meisjes vormelingen, beste ouders, medegelovigen.

Het is altijd weer een bijzonder gebeuren als een groep jongens en meisjes aangeeft het H. Sacrament van het Vormsel te willen ontvangen want daarmee geven ze te kennen dat ze voortaan als christenen door het leven willen gaan. Jullie jongens en meisjes, jullie zijn op een ogenblik in het leven aangekomen dat je veel beslissingen moet nemen: het schooljaar loopt ten einde en er moet vooruitgekeken worden naar vervolgonderwijs en daarom kom je ook bij de vraag: wat wil ik met mijn leven, welk beroep wil ik gaan uitoefenen, zie ik het als een ideaal of zie ik het alleen maar als het verdienen van een salaris. Je kunt er op verschillende manieren tegen aankijken, snel rijk, snel geld, ze denken alleen maar ikke ikke ikke, maar waar dat tot leidt dat weten we intussen: kredietkrisis.

Het gaat in het leven om meer, we moeten rekening houden met elkaar. Dan doet zich de vraag voor: wat kan ik voor de gemeenschap doen, denk ik alleen maar aan geld verdienen of ligt mijn geluk daarin dat ik andere mensen gelukkig kan maken, dat ik bij kan dragen aan het geluk van mijn medemens en aan het welzijn van de wereld? Zo kunnen we ook naar de toekomst kijken, naar de toekomst die voor ons ligt en we willen dat doen op een christelijke manier. Wat wordt er dan van ons verwacht? Het is niet voldoende alleen maar goed te zijn voor elkaar. We schuiven dan alles af naar datgene wat geen moeite meer kost, we moeten eigenlijk de lat hoog leggen en inderdaad naar een ideaal streven dat niet altijd even gemakkelijk zal zijn.

We moeten kijken naar het voorbeeld dat Jezus ons geeft, Jezus Christus, Jezus de Gezalfde. Straks worden jullie ook gezalfd en daarmee krijgen jullie een heel bijzondere band met Jezus, je vraagt dan of die Geest die Jezus tot zo’n bijzondere mens maakte, dat ook wij die Geest mogen ontvangen, dat wij meer op Jezus mogen gaan lijken, zelf iets meer goddelijk mogen gaan worden. Jezus zegt ons dat Hij gekomen is om het Rijk Gods te brengen. Hij heeft de hemel op aarde willen brengen. We moeten allemaal, jongens en meisjes, proberen de hemel op aarde te brengen want dan zullen wij gelukkig zijn, dan zullen we blij zijn, dan zal er geen verdriet meer zijn. We vragen ons af of er ooit een dag komt dat er wereldwijd, wereldbreed vrede zal zijn, dat mensen elkaar het beste wensen, dat we het niet bij wensen laten, maar het ook doen. De hemel op aarde, hoe verlangen we daar naar.

Er is veel verdriet dat we ons zelf aan doen. Natuurlijk is er het verdriet van een sterfgeval, het verdriet van een ernstig zieke, maar men weet dat dit op een of andere wijze bij het leven hoort. We gaan allemaal een keer dood. Het meeste verdriet is dat verdriet dat we elkaar zelf aandoen, dat verdriet dat niet nodig is en we voegen er dan aan toe: het had zo mooi kunnen zijn. Het komt overal voor, in alle families. Mensen die elkaar trouw beloven en niet trouw zijn., beloven goed te zijn voor elkaar, maar de ene hatelijke opmerking wordt beantwoord door een andere. Opeens staan ze tegenover elkaar en zeggen de lelijkste dingen en we zeggen: het had zo mooi kunnen zijn. Of vrienden die altijd goed op het werk met elkaar zijn omgegaan, maar opeens krijgt de een promotie en de andere niet en dan krijgen ze ruzie, ze kunnen elkaar niet meer uitstaan. En het had zo mooi kunnen zijn. Of gewoon maar in een straat waar men kwaad spreekt over iemand en het blijkt niet waar te zijn. En het had zo mooi kunnen zijn.

Er zijn zoveel manieren waardoor wij elkaar zo vaak verdriet aandoen, we staan dan hard tegen over elkaar en zeggen wraak te nemen en zo gaan we met elkaar om. Maar juist op dit punt is Jezus gekomen die zegt: Ik wijs jullie een nieuwe weg, een weg van liefde, een weg van vrede en niet die weg van wraak, nee, de weg van vergeving. Dan is er weer toekomst, dan kunnen we weer verder, een nieuwe weg.

Soms zijn we te trots om die nieuwe weg te gaan, we blijven hard tegenover elkaar, maar de nieuwe Geest die Jezus ons heeft willen geven zegt: Wees blij, geef elkaar weer de hand. Dit kunnen we alleen maar opbrengen als we ook gelovig zijn, als we geloven in God die ons daartoe de opdracht geeft.

Petrus vroeg: hoe vaak moet ik dan vergeven? Zeven keer? Neen, 70 maal zeven keer was het antwoord, dus altijd! Steeds moeten we weer elkaar de hand geven, altijd weer samen verder optrekken. Dit is niet gemakkelijk maar daar waar dit gebeurt zie je dat er iets nieuws ontstaat, dat we weer verder kunnen, dat we elkaar gelukkig kunnen maken. Jongens en meisjes, Jezus heeft deze boodschap aan ons gegeven, Hij zegt eigenlijk: maak iets moois van je leven, zorg voor een mooie binnenkant van je leven, niet een van hardheid maar een binnenkant van goedheid, van vrede, van liefde, van dankbaarheid. Iemand die blij is, die ontspannen is, die vreugdevol is, dat is een mens waar je je thuis bij voelt, want Hij straalt vrede uit.

Maak iets moois van je leven en je wordt mooi. Twaalf jaar geleden ongeveer, ben je gedoopt en je ouders hebben aan de priester gevraagd: doop ons kindje zodat het onder de bescherming van God zal opgroeien. Nu ga je zelf deze stap maken door te zeggen: ik wil christen zijn, als christen door het leven gaan. Amen.

Advertenties