Een nieuw gebod

resolve

De maanden mei tot en met september zijn geliefde maanden om in het huwelijk te treden. Trouwen vandaag kost veel geld en energie: de uitnodigingen, de kleding, enzovoorts. Ook gaan de bruidsparen in gesprek met de pastoor die voorgaat in de huwelijksviering. Er wordt gezocht naar teksten en verhalen, die bij hen passen. Voor de meeste jonge mensen die gaan trouwen, kan het woord ‘liefde’ in hun boekje niet vaak genoeg voorkomen: in gebeden, in liederen en in lezingen. Het is alsof de liefde gratis verkregen wordt. Je hoopt dan maar, dat het hen wapent en sterk maakt voor de dagen, dat de liefde wel iets kost. Want zij zullen merken, dat de liefde wel degelijk een ‘prijs’ heeft, die betaald wordt met inwisseling van eigen belang en het eigen gelijk, met het delen van ruimte, materieel en ook geestelijk.

De tekst uit het Johannesevangelie van vandaag, wordt nogal eens gekozen in een huwelijksviering: ‘Een nieuw gebod geef Ik u: gij moet elkaar liefhebben.’ We kunnen de keuze voor deze tekst gemakkelijk meevoelen en tegen elkaar zeggen: ‘Precies, daar gaat het om! Als dat maar eens gebeurde’. Maar wat is er ‘nieuw’ aan dit gebod tot liefhebben? Liefde is toch van alle tijden?

Laten we proberen te luisteren, want het zijn geen gemakkelijke woorden van Jezus. Volgens het evangelie van Johannes zijn deze woorden gesproken bij het laatste avondmaal met zijn leerlingen. Juist voordat Hij dit nieuwe gebod introduceert, is een van zijn vrienden, Judas, de kamer uitgegaan met geen andere bedoeling dan om Jezus over te leveren aan de overheid en Hem op die manier te dwingen van tactiek te veranderen of om Hem anders maar de dood in te jagen.

En direct na de woorden over het elkaar beminnen roept Petrus uit, dat Jezus in elk geval op hem kan rekenen! Maar de volgende morgen al, nog voor de haan helemaal is uitgekraaid, heeft diezelfde Petrus al drie keer gezegd, dat hij niets met Jezus te maken heeft.

Judas en Petrus horen tot de binnenste kring van Jezus’ vrienden. Hier is blijkbaar een nieuw gebod hard nodig. Hoe zij zich ook gedragen, waarheen ze ook vluchten, de leerlingen raken niet uit Jezus’ aandacht. En dat is nieuw! ‘Hieruit zullen allen kunnen opmaken dat jullie mijn leerlingen zijn: als jullie de liefde onder elkaar bewaren.’

Wij waren vroeger gezegend met vele verenigingen en instellingen, die zich katholiek noemden: van de voetbalclub tot de fanfare en harmonie, van de school tot het ziekenhuis. Wij zijn daar tegenwoordig wat bescheidener in geworden en we spreken ook meer van ‘christelijk’ dan van katholiek.

Maar waar dat woord gebruikt wordt, komt ook vaker de vraag naar voren, wat die naam dan betekent of wat die zou moeten betekenen. ln het evangelie van vandaag luidt heel duidelijk en zonder omwegen het antwoord: je mag die naam dragen als je de liefde bewaart, zonder grenzen te stellen. Die radicale liefde is nieuw, het oude gebod krijgt hier nieuwe kracht. Door die liefde tot het uiterste zal de nieuwe Hemel en de nieuwe aarde ontstaan, waarvan in de eerste lezing sprake is; een wereld voorbij aan alle tranen en rouw.

Vgl. bron: Het hoge woord eruit, Preken voor het jaar C, Wim van Bergen/Harry de Groof, Uitgeverij Abdij van Berne, Heeswijk, 2003, blz. 50-51.

Advertenties