Twaalfde zondag door het jaar, jaar C, 2013.

Evangelie: Lucas 9, 18-24

Enquête over Hem

image033Statistieken, opiniepeilingen, enquêtes zijn aan de orde van de dag. Ze zijn de orakels van onze tijd geworden. Op hun resultaten steunen vele van onze conclusies. Jezus houdt vandaag een enquête in beperkte kring over wat de mensen over Hem denken. Het resultaat lijkt niet zo slecht. De mensen hebben een goede indruk over Hem. Hij komt in de rij van de grote figuren te staan, in het gezelschap van Elia en Johannes de Doper.

Maar toch is Jezus er niet al te gerust in. Hij wil niet steunen op horen zeggen alleen. Want Hij vraagt aan zijn leerlingen op de man af: “Maar gij, wie zegt gij dat lk ben?” En dan komt Petrus. Het lijkt wel of hij die vraag verwacht had. Zonder aarzelen, trots als een student, geeft hij zijn antwoord: “De Gezalfde van God.”

Maar hij krijgt geen felicitatie van de leraar. Hij haalt geen onderscheiding, maar spreekverbod. “Hij verbood hun nadrukkelijk dit aan iemand te zeggen.” Een vreemde reactie op een uitstekend antwoord. Niettemin is het heel goed op zijn plaats, niet alleen voor de leerlingen, maar ook voor ons. Want diezelfde leerlingen die hier, in theorie, met glans lijken te slagen, zullen enige tijd later, in de praktijk, wanneer de nood aan de man en het lijden in de buurt van Jezus komen, zich even duidelijk onderscheiden door slechte cijfers op hun rapport te halen.

Diezelfde leerlingen die Jezus hier in het rijtje van de grote profeten plaatsen, laten Hem later zonder meer in de steek of leveren Hem zelfs aan de beulen over. Dezelfde Petrus, die vandaag getuigt dat Jezus de Gezalfde van God is, verklaart enkele tijd later met evenveel bravour en tot driemaal toe: “lk ken die man niet.” En onbewust en ongewild, heeft hij wellicht ook daar de waarheid gesproken.

Hij kende Jezus inderdaad nog niet, net zo min als de andere leerlingen. Maar wij zijn er niet beter aan toe. Ook wij bidden en belijden vaak, vol geloof, dat Jezus de Christus is, de Zoon van de levende God. Maar even vaak verklaren wij Hem dood of willen we Hem niet meer kennen, in de noden, in de woorden en vragen van de mensen die wij ontmoeten. Vaak kennen ook wij Hem niet meer in de kansen die elke dag ons biedt. Vaak kennen ook wij Hem niet meer omdat we weigeren onszelf, onze tijd, onze capaciteiten ten volle in te zetten.

Daarom is de conclusie die Jezus uit dit mini-onderzoek trekt ook voor ons de beste. Laten wij er niet al te groot op gaan, laten wij er niet al te vol van zijn dat we weten wie Jezus is, dat wij echte gelovigen zijn. Het zou wel eens een heel ongeloofwaardige indruk kunnen maken, als de mensen en ook wijzelf zien wat we er in het leven van elke dag van terechtbrengen. Laten we eerder nederig en eerlijk toegeven dat wij Hem nog lang niet voldoende kennen en bidden dat Hij ons ongeloof tegemoetkomt.

Uit; Bezinningen van Gods Woord van dag tot dag, door Norbertijnen van de Abdij Postel, Brepols, 1989, blz. 614-616.

Advertenties