Guardian_Angel_1900 Mattheus 18,1-5.10.

In diezelfde tijd richtten de leerlingen tot Jezus de vraag: ‘Wie is nu wel de grootste in het Rijk der hemelen?’
Hij riep een klein kind, zette het in hun midden en zei:
‘Voorwaar, Ik zeg u: als gij niet opnieuw wordt als de kleine kinderen, zult gij het Rijk der Hemelen zeker niet binnengaan.
Wie dus zichzelf gering acht zoals dit kind is de grootste in het Rijk der hemelen.
En wie in mijn Naam zulk een kind opneemt, neemt Mij op.
Hoedt u er voor een van deze kleinen te minachten, want Ik zeg u: zij hebben engelen in de hemel en deze aanschouwen voortdurend het aangezicht van mijn Vader die in de hemel is.


Overweging bij de lezing van vandaag: 

Z. John Henry Newman (1801 – 1890), priester, stichter van het Oratorium in Engeland, Sermon “The Invisible World”, PPS, t. 4, nr. 13

“Zij hebben engelen in de hemel en deze aanschouwen voortdurend het aangezicht van mijn Vader die in de hemel is” 

      De engelen houden zich in de Kerk actief met ons bezig; men zegt “dat ze zijn als dienende geesten, uitgezonden ten behoeve van hen die de redding zullen erven”  (He 1,14). Er bestaat geen nederige christen die niet door de engelen wordt bediend, als hij uit het geloof en de liefde leeft. Hoewel ze zo groot, zo glorieus, zo zuiver, zo geweldig zijn dat alleen al hun blik ons op aarde zou werpen, zoals dat de profeet Daniël overkwam (10,9)… toch zijn ze “dienaren zoals wij” (Ap 19,10) en onze gezellen bij het werk. Ze waken over ons; ze verdedigen ons, zelfs de meest kleine onder ons, als wij maar van Christus zijn.

Dat ze deel uitmaken van onze onzichtbare wereld, dat blijkt uit het visioen dat onze voorvader Jacob heeft gehad (Gn 28,10v)… Omdat hij dacht dat er iets wonderbaarlijks was met de plaats waar hij had geslapen! Het was een plek net als alle andere, een eenzame en ongemakkelijke plek…; en toch was de werkelijkheid daar zo anders! Jacob zag slechts de zichtbare wereld; hij zag de onzichtbare wereld niet, en toch was de onzichtbare wereld daar aanwezig. Het was er ook al had Jacob zich deze aanwezigheid niet meteen gerealiseerd, maar het moest hem geopenbaard worden op een bovennatuurlijke manier. Hij heeft deze onzichtbare wereld in zijn slaap gezien: “een ladder die op de aarde stond en waarvan de top tot in de hemel reikte. Langs die ladder stegen Gods engelen op en daalden zij neer. Bovenaan stond de Heer”.

Het ging hier over een andere wereld: de mensen spreken erover alsof deze niet nu bestaat maar pas na de dood. Nee, het bestaat nu, zelfs als we het niet zien; het is onder ons, om ons heen. Het werd aan Jacob getoond: de engelen waren om hem heen, zelfs toen hij het niet wist. En wat Jacob in zijn slaap zag, hebben anderen ook gezien… en gehoord, zoals de herders met kerstmis. Deze gelukkige geesten loven God dag en nacht, en wij kunnen ze in onze staat van zijn, navolgen.

Bron: hetdagelijksevangelie

Advertenties