3de zondag van de Advent

Mattheus 11,2-11.

 

Zijt Gij het die komen moet?

Vandaag vinden wij Johannes de Doper terug in een donkere gevangenis. Hij had aan de Jordaan gepreekt, heel Jerusalem was hem achterna gelopen als de gevierde profeet en nu is hij de gevangene van een bijgelovige koning, de speelbal van een slechte vrouw, die enkel nog zijn dood wilde. Maar de beproeving van Johannes ging nog veel dieper. Hij had de komst van een Messias aangekondigd, die de wereld zou oordelen. En wat hoorde hij nu van Jezus? In plaats van oordeel kondigde Jezus de barmhartigheid aan, in plaats van veroordelingen zat Hij met zondaars aan tafel, en bracht Hij hen en anderen tot nieuw leven.” Was dat de Messias?

Daarom zond hij zijn leerlingen naar Jezus met de vraag: «Zijt Gij de komende of hebben wij een ander te verwachten?» Jezus wijst hem op zijn daden: Kijk wat hier gebeurt, hoe overal mensen tot leven komen. Blinden zien, lammen lopen, melaatsen genezen, doven horen en doden staan op. Hij is niet gekomen om de wereld te veroordelen, maar om leven te brengen, een overvloed van leven. Jezus moet wel begrepen hebben wat er in het hart van Johannes omging en daarom voegt hij er een heel milde opmerking aan toe: “Zalig die zich aan Mij niet ergert!”

Wij staan vaak in dezelfde situatie als Johannes de Doper. Wij komen met de barmhartigheid van Jezus ook niet klaar. Hoe meer men zich aan Jezus overgeeft, des te groter worden de vragen omtrent de Persoon van Jezus. Jezus is altijd anders dan wij, mensen. Ons geloof in Hem wordt dikwijls op de proef gesteld. ‘Ik had gehoopt dat Hij mij zou helpen en Hij laat mij in de duisternis’. ‘Ik had gehoopt dat Hij mij zou genezen, zou verlossen van mijn kruis en blijkbaar word ik aan mijn lot overgelaten’. Wij zouden verwachten dat God straffend ingrijpt, een oordeel zou vellen over het boze in de wereld en wat zien wij?

‘Zijt Gij het die komen moet, of hebben wij iemand anders te verwachten?’ Dat is de vraag die ons nu ook nog bezig houdt. Is het Jezus die de wereld redden kan, of hebben wij de redding van anderen te verwachten? Raakt ons geloof in Jezus het echte leven, of gaat het leven aan ons geloof voorbij? Veel mensen denken dat het christendom in de oplossing van de wereldproblemen te kort geschoten is. Zij zoeken bij anderen hun redding. Bij politici, bij psychologen, bij journalisten.

De advent is een oproep om het getuigenis van Jezus aan deze wereld zichtbaar te maken. Evenals Jezus moeten wij ons in dienst stellen van het leven; overal waar het bedreigd wordt. Jezus heeft zijn zending geloofwaardig gemaakt door zich overal in te zetten om het volle leven tot zijn recht te laten komen. Wij moeten onze zending in de wereld geloofwaardig maken, door op onze manier het leven te bevorderen waar het bedreigd wordt. Wij verkondigen de eerbied voor de natuur, die een gave van de Schepper is. De werken van de mensen mogen niet leiden tot de vernietiging van de natuur. Wij verkondigen de eerbied voor het ongeboren leven. Een volk dat zich niet meer bekommert om het leven in de schoot van de moeder, die het als een bezit beschouwt, waarmee men kan experimenteren, gaat ten onder. Wij moeten ons inzetten voor een rechtvaardige arbeidsverdeling. Wij moeten zorgdragen voor een gezond gezinsleven, voor een menselijke bestaansmogelijkheid voor onze ouden van dagen. Wij moeten zorg dragen ook voor alle mensen in de wereld, opdat ze alles zullen hebben wat nodig is voor een menswaardig leven. Zo alleen zetten wij het heilswerk voort dat Jezus begonnen is door blinden te laten zien en doven te laten horen.

Zalig zij die zich aan deze weg niet ergeren. Als veel mensen van anderen redding verwachten dan is het omdat velen niets meer zien van het heilswerk dat door Jezus begonnen is. Daarom ergeren zij zich aan Jezus en zijn Kerk. Daarom kunnen zij niet meer geloven.

‘Zalig die zich aan Mij niet ergert!’ Jezus heeft zich helemaal ingezet ten diensten van het leven, Hij is gekomen niet om te veroordelen, maar opdat de mensen het leven in overvloed zouden bezitten.

Bron Vgl. J. Lammers, Woord van Leven, A-Cyclus, Westerlo, 1984, blz. 12-14.

Advertenties