Tweede zondag door het jaar A (2014)

door pastoor F. Domen

Openingswoord

De meeste mensen verlangen naar een vrije wereld, een geweldloze maatschappij waarin iedereen zich veilig kan voelen. Maar de mensen weten niet hoe zij tot zulk een wereld kunnen komen. Meer blauw op straat, meer bewakingscamera’s, een mentaliteitsverandering. En krachtige uitspraken, die wij soms horen tijdens stille tochten, uitspraken als “wij tolereren het niet meer” zijn uitingen van woede, onbegrip en frustratie.

De apostel Paulus richt zich in de tweede lezing van vandaag tot mensen, die, geheiligd in Christus Jezus, bestemd zijn tot heiligheid. Wij zijn kinderen van God. God leeft in ons. Ik draag heiligheid in mij en ook de ander draagt heiligheid in zich.

Bidden wij, dat mensen weer meer beseffen, dat zij tot heiligheid zijn geroepen, heiligheid in zich dragen. Zij hoeven hun hart maar te openen, voor God en voor elkaar, dan zal de heiligheid werkzaam in hen worden, dan zal de liefde de wereld regeren. Bidden wij, dat mensen God en zijn geboden mogen herontdekken als de enige en ware bron van vrede.

Preek

Beste parochianen, in veel sprookjes en tekenfilms horen wij over dieren met menselijke karaktereigenschappen. Je herkent in hen je eigen jaloezie terug, je eigen trots of kleinzieligheid, of je heldhaftige doorzettingsvermogen.

In het evangelie horen wij over twee dieren: het lam en de duif. Als Johannes de Doper ons iets over Jezus Christus wil duidelijk maken noemt hij Hem een Lam, het Lam van God. Een lam is een jong en dartel dier. Op zijn wankele pootjes lijkt hij op een kind dat zelf nog maar pas kan lopen. Zo’n speels lammetje in de wei is de bode van de lente, een teken van het nieuwe leven.

Johannes noemt Jezus het Lam. Hij ziet Hem als de bode van het nieuwe leven. Met Jezus begint het Rijk van God. Dat Lam van God is een mens vol mededogen, zelf klein en teer kleineert het een ander niet. Integendeel, wie klein en kwetsbaar is tilt Hij als een lam op zijn schouders. Hij tilt de mensen op, boven zichzelf uit, en laat zien, laat voelen, hoe groot de mens is in de ogen van God. Niet de sterken en groten hebben Gods voorkeur, maar de zwakke en wankele mensen. Daarom zegt Johannes de Doper: Zie daar, Hij is het Lam van God.

De keuzes, die Jezus Christus maakt, moet Hij bekopen met zijn dood: “Als een lam zal Hij naar de slachtbank worden geleid”, staat er bij de profeet Jesaja voorspeld. Maar door het bloed van dit nieuwe paaslam, worden ook wij gered en zullen ook wij het nieuwe leven vinden. Ook dat speelt mee als Johannes de Doper zegt: Hij is het Lam van God, dat de zonde van de wereld wegneemt.

En dan is er tenslotte nog de duif. Ook Noach koos na de zondvloed een duif om te kijken of het water al gezakt was. Waarom een duif? Er zijn veel mooiere vogels met prachtige bonte veren. Het belangrijkste wat een duif heeft is het ingeboren richtingsgevoel en dat maakt de duif tot een bode van de vrede van God. Als de duif met een klein takje in haar bek terugkeert bij de ark, betekent dat: het water is aan het zakken. Er komt een nieuwe tijd.

Als Jezus in het water staat, ziet Johannes de Doper over Hem een duif neerdalen. Dat betekent: met Hem begint er een nieuwe tijd.

Ik denk, dat als mensen in Nederland verlangen naar een wereld zonder geweld, dat dat een heilig verlangen is. Maar God – als de Bron van echte en blijvende vrede – is de enige, die ons kan helpen om tot zo’n geweldloze wereld te komen. Wij zullen opnieuw moeten leren om God te eren door Jezus na te volgen, door net als Hij zachtmoedig als een lam te zijn; door net als Hij als een lam ons lijden te dragen in plaats van gewelddadig te reageren; door net als de duif, de heilige Geest, de goede richting in te gaan. Dan zullen wij als gave de vrede van God ontvangen.

Beste parochianen, We zouden misschien wat meer kunnen getuigen van ons gezamenlijke geloof, ook buiten het kerkgebouw. Dat wij, bij gelegenheid, net als Johannes de Doper tegen anderen durven te zeggen: Dáár is het Lam God! Daar, in de kerk; in het Woord van God; in de sacramenten; is de vrede van God te vinden. Jezus zei ooit: De oogst is groot, maar arbeiders zijn er weinig. Proberen wij met ons allen die arbeiders in de wijngaard te zijn.

Het geloof mag je nooit voor jezelf alleen houden, maar is als een kostbare schat waarvan wij onbeperkt kunnen en moeten uitdelen.

Vgl. bron: www.preken.be/2e-zd-dh-jaar.html

Advertenties