6de zondag door het jaar – A-jaar 2014
Mt. 5,17-37
En Jezus sprak: Denk niet dat Ik gekomen ben om de Wet of de Profeten op te heffen.
Ik ben niet gekomen om ze op te heffen, maar om ze te vervullen.
Want Ik verzeker jullie; eer hemel en aarde vergaan, zal er niet één punt of komma van de wet afgaan voor het allemaal gebeurd zal zijn. Wie één van die geringste geboden ontkracht en dat de mensen leert, zal de geringste genoemd worden in het koninkrijk der hemelen. Maar wie ze onderhoudt en leert, zal groot genoemd worden in het koninkrijk der hemelen. Want Ik zeg jullie: als jullie gerechtigheid niet méér betekent dan die van de schriftgeleerden en farizeeën, zul je het koninkrijk der hemelen zeker niet binnengaan. Jullie hebben gehoord dat tot de ouden gezegd is: U zult niet doden. Wie doodt, zal uitgeleverd worden aan het gerecht.
Maar Ik zeg jullie: ieder die zijn broeder een kwaad hart toedraagt, zal uitgeleverd worden aan het gerecht. Wie `leeghoofd” zegt tegen zijn broeder, zal uitgeleverd worden aan het Sanhedrin. En wie `domkop” zegt, zal uitgeleverd worden aan het hellevuur. Dus als je je offergave naar het altaar brengt, en je herinnert je daar dat je broeder iets tegen je heeft, laat dan je offergave daar voor het altaar achter, en ga je eerst verzoenen met je broeder, en kom dan terug om je offergave te brengen. Wees je tegenpartij welgezind zolang het nog kan en zolang je met hem onderweg bent, opdat je tegenpartij jou niet uitlevert aan de rechter, en de rechter aan de gerechtsdienaar, die je in de gevangenis zet. Ik verzeker je, je zult daar niet uitkomen voor je de laatste cent hebt betaald. Jullie hebben gehoord dat er gezegd is: U zult geen echtbreuk plegen. Maar Ik zeg jullie: ieder die begerig naar een vrouw kijkt, heeft in zijn hart al echtbreuk met haar gepleegd. Maar als je rechteroog je doet struikelen, ruk het dan uit en gooi het weg. Want het is beter voor je dat een van je ledematen verloren gaat, dan dat heel je lichaam in de hel wordt gegooid. En als je rechterhand je doet struikelen, hak haar dan af en gooi haar weg. Want het is beter voor je dat een van je ledematen verloren gaat, dan dat heel je lichaam naar de hel gaat. Ook is er gezegd: Wie zijn vrouw verstoot, moet haar een scheidingsbrief geven. Maar Ik zeg jullie: ieder die zijn vrouw verstoot, behalve in geval van ontucht, brengt haar tot echtbreuk, en wie trouwt met een vrouw die is verstoten, pleegt echtbreuk. Verder hebben jullie gehoord dat tot de ouden gezegd is:
U zult uw eed niet breken, maar u houden aan uw eed voor de Heer. Maar Ik zeg jullie helemaal niet te zweren. Niet bij de hemel, omdat die de troon van God is. Niet bij de aarde, omdat die zijn voetbank is. Niet bij Jeruzalem, omdat dat de stad is van de grote koning. Zweer ook niet bij je eigen hoofd, omdat je niet één haar wit of zwart kunt maken. Maar je ja zij ja en je nee zij nee. Wat daar nog bij komt, is uit den boze.

Bezinning

Jezus en zijn leerlingen waren godsgetrouwe joden in hart en nieren. Vooral Matteüs heeft dat herhaaldelijk benadrukt. Onder meer in de evangeliepassage die we dit weekend te horen krijgen, waar hij Jezus laat zeggen: “Denkt niet dat Ik gekomen ben om Wet en Profeten af te breken. Ik ben niet gekomen om af te breken, maar om te vervullen”.

Twee vragen dringen zich hierbij op:

– Wat betekent: ‘Wet en Profeten’?

– Wat bedoelt Jezus als Hij zegt dat Hij gekomen is om Wet en Profeten te vervullen?

Wet en Profeten

Volgens de joodse traditie heeft God zich geopenbaard in de schepping en in de manier waarop Hij met zijn volk in de loop van de geschiedenis is omgegaan. Dat alles werd neergeschreven in wat de joden ‘de Thora’ noemen, en wat voor ons de eerste vijf boeken van het Oude/Eerste Testament zijn. Het auteurschap van die vijf boeken wordt aan Mozes toegeschreven, de grootste profeet die de joodse traditie kent. [Historisch onderzoek heeft aangetoond dat Mozes die nooit kan geschreven hebben, maar dat is hier niet ter zake].

Dat Hebreeuwse woord ‘Thora’ wordt gewoonlijk vertaald door ‘de Wet’. In onze oren heeft ‘wet’ een juridische klank: spelregels waaraan iedereen zich te houden heeft op straffe van. Die juridische dimensie zit niet in het oorspronkelijke woord ‘Thora’. We kunnen dus beter spreken van ‘richtsnoer’, van ‘aanwijzing’: in de verhalen over de schepping en over de manier waarop God en zijn volk destijds in goede en kwade dagen met elkaar omgingen, vindt de gelovige Jood aanwijzingen hoe God wenst dat mensen nu met God en met hun medemensen omgaan.

Profeten waren religieuze voormannen die in latere eeuwen de Thora interpreteerden en aan het joodse volk duidelijk maakten hoe het te leven had om God welgevallig te zijn. Ze leverden ook kritiek op wie zomaar zijn eigen gangetje ging. In de loop van de geschiedenis zijn toespraken van bepaalde profeten – Jesaja, Jeremia, Amos, Sefanja bijvoorbeeld – te boek gesteld. Een aantal daarvan zijn bewaard gebleven en werden ook opgenomen in ons Oude/Eerste Testament. Profetische geschriften zijn in de joodse traditie dus een nadere toelichting, een eigentijdse actualisering van de ‘Thora’.

Wanneer Jezus dus zegt dat Hij niet gekomen is om Wet en Profeten af te schaffen, dan geeft Hij daarmee te kennen dat Hij trouw is aan de joodse traditie, aan zijn eigen religieus verleden, aan het geloof van de voorvaderen. Hij onderschrijft ‘Wet en Profeten’ tot de laatste komma (v.18) en komt die vervullen. Wat betekent dat laatste?

Farizeïsme

Jezus zegt eerst wat Hij niet bedoelt: “Als jullie gerechtigheid niet méér betekent dan die van de schriftgeleerden en Farizeeën, zul je het koninkrijk der hemelen zeker niet binnengaan.”

Schriftgeleerden en Farizeeën vertegenwoordigden ten tijde van Jezus een bepaalde strekking binnen het Jodendom: zij waren de mannen van de letter van de wet. Zij degradeerden de Thora tot een wetboek. Ik zeg ‘degraderen’, want wanneer je van een ‘aanwijzing’, een ‘richtlijn’ een letterlijk na te leven regel maakt, dan kun je wel eens uitkomen bij het tegenovergestelde van wat die richtlijn beoogt.

Een voorbeeld (Matteüs 12,9-14). Jezus geneest iemand op de sabbat. De Farizeeën geven Hem ervan langs want volgens hen druist dat in tegen de voorgeschreven sabbatrust. Maar volgens hun strikte interpretatie mag iemand zijn schaap, dat toevallig op de sabbat in een beek is gesukkeld, er wel uithalen. Ze accepteren dus uitzonderingen als het eigenbelang in het geding is, maar niet om iemand anders te helpen.

Van dat soort kromme redeneringen krijgt Jezus het op de heupen. “Ware gerechtigheid steekt torenhoog uit boven wat Farizeeën en Schriftgeleerden ervan maken”. En sindsdien is ‘Farizeeër’ synoniem van ‘schijnheilige’.

Jezus, de gelovige Jood, heeft nooit het Jodendom als zodanig bekritiseerd, maar wel de farizeïsche strekking binnen het Jodendom.

Vervullen

Voor Hem is ware gerechtigheid: ten volle aan het licht brengen van wat de Thora en de profetische geschriften beogen: harmonie tussen de mens en God, en tussen mensen onderling. ‘Harmonie’ is meer dan ‘zich houden aan de spelregels’. Het betekent ook: je hart op de juiste plaats dragen, mensvriendelijke en godvriendelijke ingesteldheid. Jezus illustreert dat in dit evangelie met enkele voorbeelden uit de tien geboden die in de Thora – het boek Exodus (20, 2-17) – opgetekend staan.

Daar staat: “U zult niet doden”. Dat impliceert, zegt Jezus, meer dan alleen maar een wettelijk verbod op moord en doodslag. Je mag je medemens ook niet doodzwijgen, je mag hem ook niet kapot maken met je geroddel. Geen wet die dat kan bestraffen, maar God roept je daarvoor wel ter verantwoording. En als het tussen jou en je broeder toch scheef zit, loop dan niet naar de kerk maar naar je broeder en verzoen je met hem. Daarna ben je welkom bij God.

Er staat in de Thora: “U zult geen echtbreuk plegen”. Maar, zegt Jezus, trouw en ontrouw is niet alleen een kwestie van het juiste of het verkeerde bed. Met je blikken, in je fantasie of anderszins een medemens tot lustobject reduceren – of dat nu je partner is of iemand anders – doet geen recht aan wat God voor ogen stond toen Hij de mens schiep naar zijn beeld.

Er staat in de Thora: “U zult uw eed niet breken”. Natuurlijk mag je dat niet. Maar ik zeg jullie: je hoeft niet te zweren en God tot getuige roepen dat je de waarheid spreekt. Zeg ‘ja’ als het ‘ja’ is, en ‘neen’ als het ‘neen’ is. En als je dat altijd doet, dan weten de mensen dat ze je kunnen vertrouwen.

Heiligheid

“Ik ben niet gekomen om Wet en Profeten af te breken maar om ze te vervullen.” Jezus, de gelovige jood, komt dus – tegen de Farizeeën in – de Thora – Gods plan met de mens – in ere herstellen. Hij wil mensen bevrijden uit het karkas van het legalisme, de schijn van heiligheid doorprikken, aangeven hoe we de wereld mensvriendelijker, leefbaarder, warmer kunnen maken. Hem maken zoals God hem heeft gedroomd.

Wie zich inzet om Gods droom waar te maken, dat is toch een heilig mens? Heiligheid heeft dus alles met mensvriendelijkheid, leefbaarheid en warmte te maken. Zo eenvoudig is dat. Maar ook zo moeilijk. Want dat is vallen en opstaan.

Marc Christiaens o.p., website: www.preekvandeweek.be

Advertenties