2e zondag in de Veertigdagentijd

Lezingen: Genesis 12:1-4a en Mattheüs 17:1-9

In onze wereld zijn er zo’n 50 miljoen vluchtelingen. Een vluchteling is een mens die alsmaar verder moet. Steeds weer naar een andere plek, los van z’n geboortegrond. Overal waar hij komt, voelt hij zich niet veilig. Hij heeft geen tijd om rustig om zich heen te kijken. Hij rent voor zijn leven, is voortdurend op de vlucht voor arrestaties, dwangbevelen of martelingen; een mens, vervreemd van zijn omgeving, door iedereen gewantrouwd. Zelf wantrouwen zij ook iedereen en alles, omdat elk mens en elke situatie vijandig kan zijn.

Ook Jezus is ’n vluchteling geweest. Als klein kind is Hij ontkomen aan de dreigende hand van Koning Herodes. Als jong Mens van dertig jaar is Hij niet veilig voor Schriftgeleerden en Farizeeën. Er is geen plaats voor een mens die kleine mensen belangrijker vindt dan gevestigde machten. Jezus is vluchteling, maar kiest daar ook voor. Doelbewust zoekt Hij in Jeruzalem het hol van de tegenstander op, ‘hoewel Hij weet wat Hem daar te wachten staat!”

Een pijnlijke keuze gaat Jezus niet uit de weg. Ook Hij staat voor de keuze tussen succes, macht en aanzien en zijn dienst aan mensen die aan de onderkant van de maatschappij terecht zijn gekomen. Vorige week waren we getuige van deze strijd, toen we hoorden hoe Jezus op de proef werd gesteld, werd bekoord in de woestijn. 40 Dagen en 40 nachten verbleef Hij in de woestijn. 40 jaar trok het Volk vanuit Egypte door de woestijn, voordat het Beloofde Land in zicht was. In de woestijn is het Volk uitgegroeid, met vallen en opstaan, tot Gods eigen volk.

We worden dagelijks overspoeld met indringende televisiebeelden. Op ons maken die beelden nauwelijks nog indruk. Altijd is er wel ergens een aardbeving, oorlog, hongersnood. Wat kunnen wij aan die ellende doen? Sterker nog: we beginnen langzamerhand schoon genoeg te krijgen van het feit dat de Derde en Vierde Wereld onze eetlust bederven. Trouwens, bij ons moet de buikriem de laatste jaren ook wat strakker!

Jezus heeft er van alles aan gedaan om die wereld beter te maken. Daarom ook trof Hem het lot van álle wereldverbeteraars. Jezus is op weg naar Jeruzalem. Hij weet dat het zijn laatste reis zal worden. Jezus gaat zijn weg. Niemand die Hem kan ondersteunen, want niemand kan een mens vergezellen door die donkere tunnel.

Jezus zoekt zijn troost in het gebed. Drie van zijn vrienden mogen mee: Petrus, Johannes en Jakobus.

Jezus bidt daar op de berg. Niet omdat Hij verwacht dat God zijn vader zijn doodsweg zal ombuigen. Zijn kruisweg zal Hij moeten gaan. Maar wel krijgt Hij kracht naar kruis.

Vanuit die geweldige ervaring op de berg Tabor mogen we weten en ervaren dat God zelf een einde zal maken aan onze slordige en chaotische wereld. En wij mogen in Zijn spoor gaan. Hoe? Door in deze veertigdagentijd bijvoorbeeld meer aandacht te geven aan vluchtelingen, buitenlandse werknemers en vreemdelingen. Misschien krijgen we dan weer zicht op die aloude woorden: ‘Ik zal een groot volk van u maken en zegenen die u zegenen. Door u zal er zegen komen over alle geslachten op aarde’.  Een ongehoorde droom in een bedreigde wereld. Abram trok weg, zoals de Heer hem had opgedragen.

En wij worden in deze veertigdagentijd uitgenodigd met Hem op weg te gaan, het onbekende tegemoet. Maar wel met de zekerheid dat wij onder Gods zegen staan. Abraham heeft dat in zijn leven ervaren. Het is ook de ervaring van Jezus: Zijn Vader is met ons en zegent ons op onze weg door het leven. En bij God, we wisten dat al, mogen vreemden en vluchtelingen altijd voorgaan…

Bron: http://www.dekenaat-amsterdam.nl

Advertenties