De Verrezen Heer Jezus en de H. Communie
Paastijd 2014
De verrezen Heer is niet gebonden aan tijd en ruimte. Is het niet dat Hij op de eerste dag van de week, met Pasen, te midden van de leerlingen staat, terwijl de deuren van de zaal gesloten waren? Ze hadden zich opgesloten! Ze waren bang. En dan staat de verrezen Heer in hun midden, geen inbeelding, geen spook, geen geest. Hij staat daar, in hun midden, toont hun Zijn Lichaam, de wonden in zijn Lichaam. Zijn verheerlijkt Lichaam dat de kruiswonden draagt. Het is echt. Hij laat zich aanraken, Hij eet wat brood, wat vis. Hij is waarlijk uit de dood opgestaan, verrezen! Met een verheerlijkt Lichaam is Hij in hun midden en spreekt tot hen, tot hun hart, en schenkt hen zijn Geest, een Geest van verzoening en goddelijke Barmhartigheid: “ontvangt de heilige Geest. Aan wie Gij de zonden vergeeft zijn ze vergeven, en aan wie ge ze niet vergeeft zijn ze niet vergeven” (Joh. 20,22-23). Hij schenkt hen de geest van zijn Barmhartige Liefde, die verzoent, vergeeft, wonden geneest. Met een verheerlijkt Lichaam staat Hij in hun midden, terwijl de deuren van de verblijfplaats gesloten waren, niet aan tijd en ruimte gebonden, en Hij toont aan die éne, Thomas, en door hem aan ieder van ons, zijn zijde, de openbaring van zijn Goddelijke Barmhartigheid!
Het is niet zozeer Thomas die de geopende zijde aanraakt, als wel Thomas die door de Verrezen Heer en zijn Goddelijke Barmhartigheid wordt aangeraakt; hij komt op dat ene moment van aanraking tot die uitroep: “Mijn Heer en mijn God!” (Joh. 20,28). Overal en altijd kan de Verrezen Heer ons tegemoet treden en ons roepen: “Kom…”.
Op een heel bijzondere wijze, die Hij zelf heeft gewild, komt Hij tot ons in de Eucharistie, in de H. Communie. Zoals Hij die zelf heeft ingesteld, tijdens het Paasmaal: “Dit is mijn Lichaam dat voor U gegeven wordt”(Lc. 22,19), “Dit is mijn Bloed, dat voor U vergoten wordt” (Lc. 22,20). Op heel bijzondere manier komt het intiem gesprek tot stand in de Eucharistie. Bij de Communie.
Nadat de verrezen Heer aan de twee leerlingen van Emmaüs is verschenen en zij Hem herkend hebben aan “het breken van Brood” (Lc. 24,35), de Eucharistie, is de verrezen Heer opnieuw verschenen aan zijn apostelen. Hij heeft hen wederom moeten overtuigen dat het geen inbeelding was, dat Hij het werkelijk was, met een verheerlijkt Lichaam. Hij gaf hen toen de opdracht naar de volkeren te gaan, de vergeving van de zonden te verkondigen. Ze moeten apostelen zijn van de Goddelijke Barmhartigheid en van de Barmhartige Liefde, aan alle volkeren. Daartoe werden ze met de H. Geest toegerust.

Om dit Vuur van de H. Geest moeten wij aanhoudend blijven bidden, opdat ook wij verkondigers mogen zijn naar het Hart van de Verrezen Heer Jezus.
Vgl bron WordPress.com

Advertenties