7de Paaszondag – A-jaar 2014 –

“Het eeuwige leven, dat is dat zij u kennen, de enige ware God, en hem die u gezonden hebt, Jezus Christus.”

Die ene zin levert de inhoud voor de hele preek. Hij komt uit het lange afscheidsgebed van Jezus zoals het Johannesevangelie dat weergeeft.

In de Bijbel gaat het dikwijls over ‘eeuwig leven’. Zelfs de parabel van de barmhartige Samaritaan is het antwoord op de vraag van de farizeeër wat hij moet doen om het eeuwig leven te verwerven. Dat ‘eeuwig leven’ heeft niets van doen met een leven na de dood dat wordt opgevat als een eindeloos uitgerekte tijd. Een bestaan na de dood is tijdloos en ruimteloos. In de Bijbelse visie kunnen we ‘eeuwig leven’ het best vertalen met synoniemen zoals: vervuld, voltooid… leven. Het gaat om deelhebben aan Gods bestaan. Dat bestaan noemt Johannes ergens anders gewoon ‘Liefde’. Met een grote ‘L’. De Liefde Gods. Verderop in het afscheidsgebed zal Jezus bidden om die Liefde als Hij vraagt dat allen één zouden zijn zoals Hij in de Vader en de Vader in Hem.
Eenheid, verbondenheid, van jou en mij, van ons allen, met de levende reële God. Dat is nogal wat! Het is al heel wat als we kunnen zeggen dat we de liefde met een kleine ‘l’ mogen ervaren in ons leven! Paulus bezingt die liefde in zijn Hooglied in de eerste brief aan de Korintiërs (1 Kor.13): “Zonder de liefde ben ik niets”, staat er. Zonder liefde is het geen leven. Geen ‘echt’ leven. Het is opnieuw Johannes die de twee zal verbinden en zal schrijven dat als God ons zozeer bemint we ook elkander moeten liefhebben. Als we elkaar liefhebben blijft God in ons. De ene liefde kan niet zonder de andere. Omdat God niet iemand is naast de mens, maar bron, hart, en kern, van onze liefde. Die God is dichter bij ons dan wij bij onszelf, zei reeds Augustinus. Godsliefde en mensenliefde zijn niet te scheiden. Ze zijn wel te onderscheiden. Want God is nu eenmaal niet gelijk aan een mens. Ook al openbaart Hij zich in mensen.

Jezus heeft het in dit deel passage van zijn afscheidsgebed duidelijk over de Liefde van God voor ons en over onze liefde tot Hem. Want dat betekent juist het ‘kennen’ van God. In de Bijbelse visie is ‘kennen’ niet een rationele theoretische kennis van het verstand maar een ‘kennis met het hart’. Zoals wij zeggen van iemand die een geliefde heeft, dat hij of zij ‘kennis heeft’ met hem of haar. Het gaat dus om een persoonlijke liefdevolle band. In het Bijbelboek dat ook ‘Hooglied’ heet, wordt deze liefde van man en vrouw op poëtische en romantische wijze bejubeld. Deze liefde overstijgt veruit al het rationele. Ze is toch het grote levensmysterie! Niet te vatten in droge begrippen en gebrekkige woorden. Hoeveel te meer is de realiteit van Gods Liefde onuitsprekelijk.

Als de apostel Johannes schrijft dat het eeuwig leven bestaat in het kennen van de enige ware God, voegt hij er in één adem aan toe: en Hem die Hij gezonden heeft, Jezus Christus. In Jezus zegt God ons zijn liefde toe. Jezus is de menselijke belichaming van Gods Liefde. De liefdesrelatie van onze Heer Jezus Christus met zijn hemelse Vader (Abba) is de kern van zijn wezen. Die ‘Abba-ervaring’ wil Hij ons doorgeven. Het mysterie van een persoonlijke liefdevolle God die zich aan ons overgeeft. Geloven is juist zich wederkerig in vertrouwen overgeven aan die onnoembare volheid van Gods Liefde. Dit is het geheim van Jezus’ zending en leven.

De beminnelijke ervaring van een overgrote goddelijke aanwezigheid, deze diepgaande gelukkig makende ervaring wil Jezus ons meegeven. Is dat wel iets voor ons, gewone stervelingen? Is het niet veeleer een ervaring van enkele uitverkorenen die we heiligen noemen? We kennen hun namen: Johannes van het kruis, Theresia van Avila, Catharina van Siëna, Hildegard van Bingen, Theresia van Lisieux, Pater Pio.

Gebed en Godsliefde, zijn er echter niet om ons uit ons leven van alledag te trekken. “Ga terug naar je werk”, schrijft bijvoorbeeld Hadewijch. “Als je God niet vindt in de stal of de keuken zal je hem ook niet vinden in de kapel”, zegt Eckhart.

Hadewijch spreekt over intense liefdeservaringen van God als over een ‘oerkracht’ die ons overal en altijd draagt en ons stuwt naar een leven als ‘beeld van God’. Een leven dat we ‘eeuwig leven’ mogen noemen.

Vgl aan de bron: http://www.preekvandeweek.be/

Advertenties