25ste zondag door het jaar – A-jaar.
Jes. 55,6-9 – Fil. 1,20b-24.27a – Mt. 20,1-15


In die tijd zei Jezus: Met het koninkrijk der hemelen gaat het als met een landeigenaar die ’s morgens heel vroeg eropuit ging om arbeiders te huren voor zijn wijngaard. Hij werd het met de arbeiders eens over een denarie per dag en stuurde hen naar zijn wijngaard. Toen hij rond het derde uur eropuit ging, zag hij nog andere mensen zonder werk op het marktplein staan. Hij zei tegen hen: “Ga ook naar mijn wijngaard, en ik zal betalen wat billijk is.” En ze gingen. Rond het zesde en het negende uur ging hij weer en deed precies zo. Toen hij rond het elfde uur eropuit ging, zag hij nog andere mensen staan, en hij zei tegen hen: “Waarom staan jullie hier de hele dag zonder werk?” Ze antwoordden hem: “Omdat niemand ons gehuurd heeft.” Waarop hij tegen hen zei: “Ga ook naar mijn wijngaard.” Toen het avond was geworden, zei de eigenaar van de wijngaard tegen zijn opzichter: “Roep de arbeiders en betaal hun het loon uit, de laatsten het eerst.” De arbeiders van het elfde uur kregen ieder een denarie. De eersten verwachtten toen dat ze meer zouden krijgen. Maar ook zij kregen ieder een denarie. Ze namen hem aan, maar mopperden tegen de landeigenaar: “Die laatsten daar hebben één uur gewerkt, en u stelt hen gelijk met ons die de last van de dag en de brandende hitte gedragen hebben.” Maar hij gaf een van hen ten antwoord: “Vriend, ik doe je geen onrecht. We waren het toch eens geworden voor een denarie? Pak je geld maar aan, en ga. Ik wil die laatste evenveel geven als jou. Of mag ik niet met het mijne doen wat ik wil? Of ben jij jaloers omdat ik goed ben?

Wat een prachtig verhaal zowel sociaal als spiritueel. Je merkt dat het uit twee delen bestaat. Het eerste gaat over aanwerven, het tweede over uitbetalen en de vraag of loon naar werken wel juist is. In de beide delen komt echter eenzelfde aspect naar voor: de milde, overvloedige houding van de eigenaar.

In het eerste deel is de mildheid waarmee hij aanwerft sprekend. Veronderstel dat de wijngaard, zoals op andere plaatsen in het evangelie, symbool staat voor de (Joodse) samenleving of de ruimere wereld, en dat met de eigenaar God wordt bedoeld. Dan wil Jezus met zijn verhaal zeggen dat de tijd dringt en iedereen wordt opgeroepen om in de wijngaard te gaan werken. Geen strenge selectie waarbij alleen de verstandigen en evenwichtigen worden aangenomen (wat in de tijd van de eerste christenen de viri probati zouden worden, een idee die vandaag weer opduikt), neen iedereen ontvangt een zending om op haar of zijn manier bij te dragen in het oogsten. Welk uur van de dag we ook zijn, hoe ook de omstandigheden, altijd moet je een helpende, ondersteunende houding aannemen, zodat mensen licht en ruimte in hun leven gaan ervaren en open komen voor het spirituele. De eigenaar straalt van vertrouwen en zekerheid dat alles goed zal aflopen.

Zo is God, wil Jezus zeggen. Altijd wervend, mensen aantrekkend en hen stimulerend om een taak op zich te nemen. Iedereen van hoog tot laag heeft talenten, die dienstig zijn voor anderen. Misschien is de een sterk in het snoeien, een ander in het plukken en ophalen, weer een ander in het persen en brengen tot de juiste gisting. Ieder heeft zijn eigen bekwaamheid en inbreng, die je niet, zoals in de parabel van de talenten, in de grond mag steken.
Nog sterker is het tweede deel van dit verhaal, als aan het einde van de dag iedereen loon ontvangt. Ook de laatst aangeworvenen krijgen één denarie. Een denarie was het gewone loon voor een dag handenarbeid. Door de vele oorlogen en de economische verschuivingen was er in de tijd van Jezus veel werkloosheid. Mannen hingen overal rond in de hoop voor één dag aangenomen te worden. Geen werk, geen loon. Zo moesten veel gezinnen van dag tot dag in bestaansonzekerheid leven. Daarom staat er in het boek Deuteronomium geschreven:
Een dagloner, die het al moeilijk genoeg heeft, mag u niet uitbuiten, of het nu iemand van uw eigen volk betreft of een vreemdeling die in een van uw steden woont. U moet hem nog dezelfde dag, voor zonsondergang, uitbetalen; want hij is arm en het gaat hem juist om dat loon. (Deut. 24, 14 – 15)
Het verrassende in de parabel is dat iedereen evenveel krijgt en dus de laatst aangeworvenen voldoende hebben om te leven. Sociaal gezien toch bijzonder dat Jezus het recht op een minimuminkomen verdedigt. Wat moeten al die paria’s niet glunderend naar elkaar hebben gekeken, toen ze dat hoorde.

Nu zult u misschien denken: prima voor die laatst waren aangeworven, maar dan had die eigenaar aan de eersten ook meer moeten geven dan hij was overeengekomen. Dat is rechtvaardigheid: loon naar werken. Ik denk dat de parabel een andere richting uit ging. Jezus wil dat zijn volgelingen een grondige bekering doormaken zodat ze anders gaan kijken, en een houding aannemen zoals die van de eigenaar. In het dagelijkse leven zijn mensen altijd bezig met vergelijken, en door te vergelijken worden ze jaloers op wie meer heeft of wie iets heeft dat zij nog niet hebben (denk maar aan de mimesis-theorie van René Girard). Ik kan dan moraliserend zeggen: we moeten leren leven met genoeg, met genoeg voor iedereen.

Maar de parabel gaat volgens mij verder. Ik denk dan aan die andere parabel over kwijtschelding: een knecht was 10.000 talenten schuldig aan zijn heer, terwijl een ander aan diezelfde knecht 100 denarieën schuldig was. Omdat de heer bereid was die enorme schuld te vergeven, had die dienaar mild moeten zijn voor zijn naaste. Hetzelfde principe komt hier terug: Jezus wil niet moraliserend wijzen op het principe van voldoende om te leven (hoe belangrijk die idee ook is), Hij wil zijn volgelingen gevoelig maken voor de grootmoedigheid en gulheid van de eigenaar, van God. Wie dat eens heeft mogen ervaren, houdt op met vergelijken. Wie de liefde en nabijheid van God heeft mogen ondervinden, leeft spontaan vanuit een sobere, blije houding van genoeg. Dat is de vreugde van de Blijde Boodschap en van de komst van het Rijk van God waarin voor concurrentie, jaloezie en boosheid geen plaats meer is. Zo zou het nieuwe leven en samenleven moeten zijn, aldus de droom van Jezus.

door Marcel Braekers o.p


Advertenties