24ste zondag dh jaar (C) Gezinsmisviering 2013

“Verloren voorwerpen”

Welkomstwoord

Fijn dat u er allemaal bent,
Dat u de weg naar de kerk kent.
In deze tijd,
Zijn veel mensen de weg kwijt.
Ze raken af van de goede weg,
En weten niet meer van goed en slecht.
Ze gaan achter eigen voordeel aan,
En zien een ander niet meer staan.
Heel soms, wist u dat,
Geraakt iemand weer op het rechte pad.
Wij kunnen zo iemand vergeven,
Dat is ons door God de Vader ingegeven.
Het leidt tot een vreugdevol moment,
Wellicht dat u dit herkent.
Net zoals bij spullen, die kwijt zijn.
Kwijt, dat voelt niet fijn.
Gevonden, dat voelt pas opgelucht,
Ons dierbaar bezit is immers weer terug.
Straks komt hierover een verhaal,
Goed luisteren allemaal.

Bijbelverhaal

(Jezus vertelt de mensen eerst over een herder die een schaapje kwijt is, dan over een zilverstuk dat kwijt was en tenslotte vertelt hij het verhaal van de verloren zoon. De zoon lijkt wel een beetje op dat schaapje of dat zilverstuk dat kwijt was. De zoon schaamde zich voor de slechte dingen die hij had gedaan. Maar toch ging hij terug naar zijn vader.)

Er kwamen behalve goede mensen ook slechte mensen naar Jezus luisteren. De farizeeërs en schriftgeleerden vonden dat maar niks. Hoe kon Jezus omgaan met slechte mensen? Toen vertelde Jezus hun dit verhaal.
Stel je voor: een herder heeft honderd schapen. Hij raakt er eentje kwijt. Laat hij dan niet de andere schapen achter om dat ene schaapje te zoeken? En als hij het dan vind, neemt hij het op zijn schouders. Hij zal heel blij zijn als hij thuiskomt en tegen zijn vrienden zeggen: “Vier feest met me, want ik heb mijn verloren schaap teruggevonden!” Jezus zei: “Er zal in de hemel meer feest zijn om één zondaar die naar God komt dan over negenennegentig mensen die al in God geloven.

Of als een vrouw die tien zilverstukken bezit, één ervan verliest, zal ze dan niet de lamp aansteken, het huis vegen en zorgvuldig zoeken, totdat ze het vindt? En als ze het vindt, haar vriendinnen en buurvrouwen bij elkaar roepen en zeggen: ”deel in mij vreugde, want het zilverstuk dat ik verloren had, heb ik teruggevonden”.
Jezus zei: ”God zal al heel blij zijn over één zondaar die naar Hem toe komt”.

Jezus vertelde nog verder:
Een man had twee zonen. De jongste zoon vroeg aan zijn vader: “Vader, geef mij mijn deel van de erfenis.” En de vader gaf beide zonen de helft van wat hij had.
De jongste zoon ging op reis en nam al het geld dat hij had gekregen mee. Hij ging naar een ver land. Daar gooide hij het geld over de balk.
Toen al het geld op was, kwam er een hongersnood in dat verre land. Ook de jongste zoon had honger. Daarom ging hij voor iemand de varkens hoeden. De zoon had graag gegeten van het eten van de varkens, maar niemand gaf hem wat.
Toen dacht de zoon: “De mensen die voor mijn vader werken hebben genoeg te eten en ik heb honger. Ik ga terug naar mijn vader. Ik zal tegen hem zeggen: “Ik heb veel verkeerde dingen gedaan. Ik ben geen goede zoon voor u. Laat me voor u op het land werken.” Toen ging hij op weg naar zijn vader.
Toen de zoon nog ver van huis was, zag zijn vader hem al aankomen. De vader kreeg medelijden met hem. Hij liep op hem af en omarmde hem en kuste hem.
“Vader,” zei de zoon, “ik heb veel verkeerde dingen gedaan. Ik ben geen goede zoon voor u.”
Maar de vader zei tegen de slaven: “Haal de mooiste kleren en doe ze mijn zoon aan. Schuif een ring om zijn vinger en doe schoenen aan zijn voeten. Slacht het kalf, zodat we lekker kunnen eten.
“Laten we feestvieren, want mijn zoon is weer thuis. Ik dacht hij dood was, maar hij leeft! Ik was hem kwijt, maar ik heb hem weer gevonden.” En het feest begon.
De oudste zoon was nog op het land aan het werk. Toen hij weer thuis kwam, hoorde hij muziek. De oudste zoon vroeg aan een slaaf wat er aan de hand was.
De slaaf zei: “Uw broer is weer thuis gekomen. Uw vader heeft het kalf laten slachten, omdat uw broer weer gezond is thuis gekomen.” Toen werd de oudste zoon kwaad. Hij wilde niet naar binnen.
De vader kwam naar buiten. Hij vroeg de oudste zoon om toch naar binnen te gaan.
Maar de zoon zei: “Ik werk al heel lang voor u. Ik heb altijd gedaan wat u gevraagd hebt. En u heeft voor mij nooit een feestje gegeven. Maar nu die zoon van u thuisgekomen is, geeft u een groot feest.”
Toen zei de vader: “Maar jongen, jij bent altijd bij me. Alles wat van mij is, is van jou. Kom, vier toch feest en wees blij. Want we dachten dat die broer van je dood was, maar hij leeft! Hij was verloren, maar we hebben hem weer gevonden.”

Toneelstukje

“Waarom huil je, Leonie?”
“Ik ben mijn kettinkje kwijt, Katja”
“Bedoel je dat kettinkje met dat kruisje?”
Leonie knikt.
“Moet je huilen om zo’n prul?!” vraagt haar klasgenootje, Marjan, spottend. “Kijk als ik nou mijn gouden kettinkje verloren had met dat echte diamantje, dat zou pas erg zijn! Weet je wel hoeveel dat gekost heeft?”
“Hou nou eens je mond, Marjan,” komt Katja tussenbeide. “Dat kettinkje was van haar moeder! Zij heeft het gedragen tot aan haar dood.”
Alle kinderen zijn nu stil. Ze weten heel goed dat de moeder van Leonie vorig jaar na een langdurige ziekte gestorven is. Zelfs Marjan, die altijd meent dat zij meer is dan een ander, omdat zij de dochter is van een bankdirecteur, houdt nu haar mond.
“Wij gaan dat kettinkje samen zoeken. Wie doet er mee?” vraagt Katja.
Moniek, John en Richard, allemaal goede vrienden van Leonie, sluiten zich bij haar aan. Na school gaan ze samen met Leonie naar huis. Ze zoeken echt overal. Ze kijken onder elke struik in de tuin, onder het bankstel, tussen de kussens en onder het tapijt maar ze kunnen het nergens vinden.
“Sinds wanneer ben je het kwijt, Leonie?” vraagt Moniek.
“Sinds gistermiddag, ik heb toen nog huiswerk gemaakt op mijn kamer.” Natuurlijk wordt nu de hele kamer overhoop gehaald, maar zonder succes. Leonie is er echt verdrietig van. Plotseling zegt Katja: ”Wat heb je gisteren nog meer gedaan?”
“Even denken…O ja, ik ben nog op het balkon geweest om de planten water te geven.” Katja gaat naar het balkon en komt even later weer terug. “Leonie, ik heb het gevonden!” Wat is Leonie blij! Vlug gaat ze, samen met Katja, het goede nieuws aan de anderen vertellen…
“Jongens, hartstikke bedankt dat jullie allemaal zo goed hebben meegeholpen! Daar gaan we even wat lekkers op drinken en eten om het te vieren!”

Voorbeden:

1. Geef ons sterke schouders
om de zorgen van vandaag en morgen te dragen
en om de pijn van anderen te ondersteunen.
Geef ons de kracht om de roepstem van mensen in problemen te herkennen.
Laat ons bidden….

2. Geef ons onvermoeibare voeten
om onze eigen levensweg te bewandelen
en om de mensen te bezoeken die ons verwachten.
Laat ons bidden…..

3. Voor alle mensen, die eenzaam en zich verloren voelen,
dat zij weer vrolijk en blij mogen worden;
Dat ze nieuwe kracht en nieuwe moed mogen krijgen
Laat ons bidden….

4. Laten we openstaan voor andere culturen.
Laten we ook hun geloof begrijpen en hen aanvaarden.
Tenslotte leven we allemaal samen op een wereld.
Laat ons bidden…..

5. Zieke mensen hebben ook nog een leven voor zich.
Laat ze niet alleen vechten tegen hun ziekte, maar laten we hen steunen in goede en slechte dagen.
Laat ons bidden…..

6. Voor alle mensen, die helpen de vrede te bewaren, dat ze een voorbeeld mogen blijven, in navolging van Jezus, dat ze anderen tot inzicht kunnen brengen.
Laat ons bidden…..

7. Laat ons vasthouden aan het goede dat gebeurt.
Voor alle grote en kleine mensen op deze wereld.
Dat wij blijven openstaan voor Jezus droom
om te worden als één grote familie.
Laat ons bidden…..

8. Voor alle mensen, die hun geloof dreigen te verliezen,
Dat zij blijven vertrouwen op god, dat ze zullen ervaren dat alles weer goed komt.
Laat ons bidden…..

Slotwoord

Soms zijn we iets kwijt,
Zoals de ketting, in het verhaal van die meid.
Soms zien we de goede weg niet meer,
Zijn we verdwaald, met zoeken zoeken zoeken in de weer.
We vinden vervolgens de weg terug,
En zijn enorm opgelucht.
Jezus wijst ons de goede weg,
Als we hem volgen, komen we goed terecht.
Doch, we kunnen allemaal wel eens falen,
En van het rechte pad afdwalen.
Bij ons kun je echter altijd weer aansluiten,
We sluiten nooit iemand buiten.
Iedereen willen we met ons hart verwarmen,
De verdwaalden ontvangen we met open armen.
Zo heeft Jezus het ons geleerd.
Volg hem op de goede weg, dan kom je goed terecht,
En ga je niet snel verkeerd.

Advertenties