29e zondag dh jaar (A) Gezinsmisviering 2011

Thema: “Geef God de eer”

BEGROETING

WELKOMSTWOORD

Kind: Lieve God,
Vaak is alles zo vanzelfsprekend voor ons
dat wij niet beseffen
hoe dankbaar wij mogen zijn.
Ook tegen U zeggen wij vaak
geen dankjewel voor de leuke dingen
die in ons leven gebeuren.
Of voor die hele mooie dag.
Help ons toch om vaker
dankjewel te zeggen.
Tegen U,
maar ook tegen onze vader en moeder.
Want U denkt aan ons,
ook als wij niet aan U denken.

DIENST VAN HET WOORD

EERSTE LEZING: (1 Tess, 1, 1-5b) door een kind

Lezing uit de eerste brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Tessalonica. Van Paulus, Silvánus en Timoteüs aan de christengemeente van Tessalonica, die is in God de Vader en de Heer Jezus Christus. Genade voor u en vrede! Wij zeggen God dank voor u allen. Telkens wanneer wij uw naam noemen in onze gebeden. Zonder ophouden gedenken wij voor het aanschijn van God, onze Vader, uw werkdadig geloof, uw onvermoeibare liefde en uw standvastige hoop op onze Heer Jezus Christus. Wij weten, broeders en zusters, dat God u liefheeft. En dat gij door Hem zijt uitverkoren. Want wij hebben u het Evangelie verkondigd. Niet alleen met woorden, maar met kracht en heilige Geest, en volle overtuiging. Zo spreekt de Heer.
Al.: Wij danken God.

EVANGELIE: (Matteüs 22,15-21)

Verteller: Op een dag overlegden de Farizeeën met elkaar hoe ze Jezus met zijn eigen woorden konden vangen. Zij stuurden hun leerlingen samen met de aanhangers van Herodes op Hem af met de vraag:
Leerling: “Meester, wij weten dat U eerlijk bent en de weg van God in eerlijkheid leert. U trekt zich van niemand wat aan, want U kijkt de mensen niet naar de ogen. Zeg ons daarom wat U meent. Is het toegestaan belasting te betalen aan de keizer of niet?”
Verteller: Maar Jezus begreep hun valsheid en zei:
Jezus: “Waarom proberen jullie Mij te vangen, jullie huichelaars? Laat mij de belastingmunt eens zien.”
Verteller: Ze hielden Hem een geldstuk voor. Hij vroeg hun:
Jezus: “Van wie is deze afbeelding en het opschrift?”
Verteller: Zij antwoordden:
Leerling: “Van de keizer.”
Verteller: Daarop zei Hij tegen hen:
Jezus: “Geef dan de keizer wat van de keizer is, en aan God wat van God is.”
Verteller: Zo spreekt de Heer.
Al.: Wij danken God.

PREEK: Samenspraak met de kinderen
De leerlingen van de joodse leiders de Farizeeën (en vandaag ook de vrienden van Herodes een Joodse bevelhebber) probeerden steeds Jezus in de val te lokken door Hem strikvragen te stellen, vragen waarop eigenlijk geen antwoord bestaan.

(Wat betekent een strikvraag? Een strikvraag is een vraag die geen juist antwoord toelaat. De reden voor een dergelijke vraag kan zijn, dat de vragensteller probeert de ander tot een verkeerde uitspraak te verleiden. Bijvoorbeeld: Sommige maanden hebben 31 dagen, maar andere hebben er 30. Hoeveel maanden hebben 28 dagen? Antwoord: Allemaal! Iedere maand in een jaar heeft minstens 28 dagen! Nog een voorbeeld: Als je maar 1 lucifer had en je zou een koude donkere kamer binnen gaan, waarin een olielamp, olieverwarming en een kaars stonden. Wat zou je dan als eerste aansteken? Antwoord: De lucifer!)

Zo vroegen ze hem op een keer: Jezus, wij weten dat U precies doet wat God wil, en U niets aantrekt van wat de mensen van U zeggen. Kunt U ons dan helpen met het volgende probleem? Moeten we nu belasting betalen aan de keizer, de baas van de Romeinen die ons land bezet houden, of niet? Jezus, begreep wel wat ze van plan waren.

Als hij zegt; ja, je moet de keizer betalen, dan vertellen we (‘we’ zijn dus de leerlingen van de joodse leiders) dat aan alle Joden, die juist een hekel aan de keizer hebben. Dan krijgen ze vanzelf een hekel aan Jezus.

Maar als hij zegt: nee, je moet de keizer niet betalen, want die Romeinen horen hier niet thuis, dan vertellen we (‘we’ zijn hier dan die vrienden van de Romeinse bevelhebber) het aan de Romeinen, en dan nemen die hem wel gevangen.

Maar Jezus zei: ik heb jullie wel door, jullie proberen mij een strikvraag te stellen. Nou, laat me eens een munt zien. Aha, wie staat daarop? De keizer. Nou, als die graag munten wil, geef ze hem dan maar. Maar geef aan God wat Hij wil, en dat zijn geen Romeinse geldstukken.
Jezus trapte er dus niet in, maar gaf een antwoord waarover ze lang moesten nadenken. De leerlingen van de Farizeeën en de vrienden van Herodes waren stomverbaasd en gingen ervandoor…

VOORBEDEN

Pr.: Bidden wij tot God, die onvoorwaardelijke liefde geeft.
Kind: Voor onze Kerk, dat er eenheid mag zijn; dat niemand zich belangrijker voelt dan de ander; dat we als echte Christenen de Boodschap van Jezus mogen uitdragen. Laat ons bidden.
Al.: Heer onze God, wij bidden U verhoor ons.
Kind: Voor de mensen die onderdrukt worden door hun leiders, dat ze bevrijd mogen worden. Laat ons bidden.
Al.: Heer onze God, wij bidden U verhoor ons.
Kind: Dat wij dankbaar zijn voor Gods onvoorwaardelijke liefde en dit mogen laten blijken in ons gedrag naar anderen toe. Laat ons bidden.
Al.: Heer onze God, wij bidden U verhoor ons.
Kind: Dat wij meer op God mogen gaan lijken. Hij oordeelt niet, iedereen is voor Hem gelijk. Dat wij ook iedereen zonder vooroordeel tegemoet mogen treden. Laat ons bidden.
Al.: Heer onze God, wij bidden U verhoor ons.
Kind: Dat wij in de wereld samen in vrede kunnen leven, met respect voor iedereen. Laat ons bidden.
Al.: Heer onze God, wij bidden U verhoor ons.
Kind: Dat wij dankbaar zijn voor het gezin waar wij in leven; dat wij mogen zien dat de mensen dicht om ons heen het beste voor ons willen. Laat ons bidden.
Al.: Heer onze God, wij bidden U verhoor ons.
Pr.: Voor … (misintenties …)
Laat ons bidden.
Al.: Heer onze God, wij bidden U verhoor ons.

SLOTGEDACHTE door een acoliet
God, U bent belangrijk voor mij. Ik voel U als een constante in mijn leven. Altijd en overal bent U er. Nooit heeft U kritiek. Bij U kan ik zijn wie ik ben. Dat ik daar dankbaar voor ben, wil ik laten zien door het dragen van het bandje met daarop de letters B.I.G. Mijn familie is belangrijk voor mij. Het is mijn tweede constante. Ik weet dat ik er altijd terecht kan. Ik kan zijn wie ik ben. Dat ik daar dankbaar voor ben wil ik laten zien door tijd samen door te brengen. Vrienden zijn belangrijk voor mij. Zonder kritiek elkaar aanvaarden. Over en weer. Ook dan kan ik zijn wie ik ben. Dat ik daar dankbaar voor ben wil laten zien door respectvol te zijn en tijd voor mijn vrienden te maken. God, dank u wel voor alles.

ZEGEN EN WEGZENDING

Advertenties