1ste zondag van de Advent (C) Gezinsmisviering 2003 te Haanrade

Thema: EEN LICHTJE VAN HOOP

INTREDEPROCESSIE
De kinderen komen samen naar voren en brengen dennentakken mee die zij op een tafeltje bij het altaar neerleggen. Op het tafeltje staat een grote brandende kaars.

Tijdens de intredeprocessie speelt een kind op een muziekinstrument

OPENINGSWOORD door de kapelaan

DIALOOG met de kinderen en de schuldbelijdenis
(Kind 1 blaast de grote kaars uit)
Kind 2: Waarom blaas jij die kaars nu uit? Ze brandde net zo mooi. Kaarslicht maakt mij heel blij.
Kind 1: Nou, ik voel mij helemaal niet blij. Voor mij hoeft die kaars niet te branden. Kijk eens om je heen. Bomen gaan zomaar dood. Mensen maken oorlog en doen elkaar pijn. Ook ik maak wel eens ruzie met andere kinderen. Al die dingen maken het donker om mij heen.
Priester: Toch kan het weer licht worden, voor jou en ook voor andere mensen. Laten wij God om vergeving vragen voor de dingen die wij verkeerd deden. Dan wordt het licht bij ons en kan het kaarsje weer aan.
Kind 3: Heer Jezus, U leert ons licht te brengen, door goed te zijn. Toch leven wij vaak voor onszelf en zoeken wij alleen ons eigen plezier. Dat spijt ons! We steken een lichtje van hoop aan. Heer ontferm U over ons.
Allen: Heer ontferm U over ons.
Kind 4: Christus, uw woorden geven ons licht. Maar wij luisteren vaak zo slecht naar U en doen niet wat U zegt. Dat spijt ons! Wij steken een lichtje van hoop aan. Christus ontferm U over ons.
Allen: Christus ontferm U over ons
Kind 5: Heer, U leert ons het geloof. Het geloof is een licht voor het leven. Toch maken wij vaak geen tijd vrij voor gebed en aandacht voor U. Dat spijt ons! Wij steken een lichtje van hoop aan. Heer ontferm u over ons.
Allen: Heer ontferm U over ons
Priester: Moge de almachtige God zich over ons ontfermen, onze zonden vergeven en ons geleiden tot het eeuwige leven.
Allen: Amen
Kind 2: Ja, laten wij alvast goede vrienden zijn.
(Kind 2 geeft kind 1 een hand.)
Laten wij nu het lichtje van hoop aansteken.
(Kind 1 steekt de grote kaars weer aan.)

EERSTE LEZING (Jer. 33, 14-16)

HET EVANGELIE (Luk. 21, 25-28.34-36)
(Twee kinderen staan aan weerszijden met de flambouwen).

PREEK

DE VOORBEDEN
Heer, U bent goed, U geeft de mensen een toekomst. Wij steken een lichtje van hoop aan, zodat wij waakzaam en zorgzaam mogen worden. Laat ons bidden.
Heer, wij bidden voor mensen die ziek zijn, honger hebben en voor mensen die angstig of eenzaam zijn. Hun bestaan lijkt uitzichtloos en zonder hoop. Laten wij een lichtje van hoop aansteken om hen te helpen. Laat ons bidden.
Heer, laten wij bidden voor alle mensen die wonen in gebieden waar oorlog is. We steken een lichtje van hoop aan. Laat ons bidden.
Heer, wij steken een lichtje van hoop aan om ons voor te bereiden voor het feest van Kerstmis. Laat ons bidden.

OFFERANDE
Tijdens de offerande speelt een kind op een muziekinstrument

H. COMMUNIE
Tijdens de H. Communie speelt een kind op een muziekinstrument en daarna zingt het koor

DANKGEBEDEN
Wij danken God dat niet alles zomaar voorbij gaat. Dat er na elke herfst en winter weer een lente komt.
Dat wij met God in vrede mogen leven en deze kaarsjes ons nieuwe hoop geven.
Midden in de donkere nacht schijnt een lichtje maar ik wacht tot de tijd komen zal en het licht schijnt overal.
Als de kaarsen branden vouwen wij onze handen. En wij gaan stilletjes dromen dat het Kerstkind snel zal komen.

SLOTWOORD EN ZEGEN
Enkele kinderen spelen op een muziekinstrument

Tijdens de muziek delen de kinderen kaarsjes uit met de tekst: EEN LICHTJE VAN HOOP

Advertenties