God zoeken, vinden en bezitten

Apk 3,20-22. Lk 12,5-38; 40.


Van de H. Franciscus van Sales is dit woord bewaard gebleven: “De tijd om God te zoeken is dit leven. De tijd om God te vinden is het sterven, is de dood. De tijd om God te bezitten is de Eeuwigheid”.

De tijd om God te zoeken is in dit leven.

De Godszoeker Augustinus zegt: “God, U hebt ons geschapen voor U en onrustig blijft ons hart, totdat het rust vindt in U”. Deze onrust leeft in elke mens bewust of niet. Wie naar waarheid speurt, is God op het spoor die de eeuwige Waarheid is. Wie naar schoonheid zoekt, komt uit bij God, de volmaakte Schoonheid. Wie zijn handen uitstrekt naar een beetje liefde en vrede, tast naar de handen van God, die de Liefde Zelf is, de Bron van alle vrede.” Het is ook dat wat de schrijver van psalm 42 zegt: “Zoals een hert verlangt naar stromend water, zo zoekt mijn ziel naar U, mijn God”. Onze dierbare overledene ( … ) heeft God gezocht; in de schoonheid van de natuur, in de goedheid van medemensen, in de waarheid van het geloof.

De tijd om God te vinden is in de dood.

Als we het sterven – en de dood – zo bekijken is de dood niet alleen negatief, het ophouden van het leven, maar een geboren worden in een andere wereld. Het leven gaat verder, de dood is de bekroning van ons leven. Wij weten niet wat er na de dood komt, wij weten wel Wie komt. Als wij op aarde God werkelijk zoeken, dan zullen wij Hem in het hiernamaals vinden, want God laat ons niet staan met lege handen. Als Hij die onrust in ons hart heeft gelegd dan is Hij aan zichzelf verplicht hierop een antwoord te zijn.

De tijd om God te bezitten is in de eeuwigheid.

God bezitten… hierover zegt de Bijbel, de H. Schrift: “Geen oog heeft gezien, geen oor heeft gehoord en in geen mensenhart is opgekomen wat God bereid heeft voor hen die Hem liefhebben”. En volgens de ‘Openbaring’: “Wij zullen Zijn volk zijn en Hij zal hun God zijn. Geen dood zal er nog zijn, geen rouw, geen geween, geen smart. Want al het oude is voorbij. Zie Ik maak alles nieuw.” En ook: “Die Stad (de Eeuwigheid) heeft geen licht van zon of maan meer nodig, want de luister van God verlicht haar en hun lamp is Jezus” (Apk 20).

Onze dierbare overledene ( … ) heeft zich niet zeer druk gemaakt over de vraag hoe dat eeuwige leven zijn zal: ( … ) heeft zich aan God toevertrouwd in de zekerheid dat Hij hem/haar zal binnenleiden in Zijn vreugde.

Alleen hij die de zin van het leven begrijpt – als een zoeken naar God – begrijpt de dood als een vinden van God en het eeuwig leven als een gelukkig-zijn in God.

Gedicht ‘Tot Ziens’

Al weten wij dat je veilig bent
Geborgen bij O.L. Heer
De lege plaats blijft onvervuld
Wij zien je hier nooit meer.

Als weten wij dat je veilig bent
(En verlost van alle pijn)
Wij kunnen onze vragen niet meer kwijt
Kunnen nooit meer bij jou zijn

Al weten wij dat jij veilig bent
Wij zoeken maar vinden je niet
Wij vragen het aan een lege lucht
Of je ons hoort en ziet…

Al weet wij dat jij veilig bent
Onze harten willen er niet aan
Dat jij, die wij niet missen kunnen,
Voorgoed bent heengegaan…

Al weten wij dat je veilig bent
Wij zien je hier nooit meer
Maar als het donkert, zeggen we zacht:
Tot ziens, bij God de Heer.

Uit: Archief en www.bid24uur.wordpress.com

Advertenties