10620705_273149832892861_452271112399329811_nGEEN VREDE MAAR VERDEELDHEID…

Afbeelding en tekst: Facebook.com/Dagelijks-Bijbelcitaat

‘Denken jullie dat Ik gekomen ben om vrede te brengen op aarde? Geenszins, zeg Ik jullie, Ik kom verdeeldheid brengen.’ Geen vrede op aarde? Wat zullen we nu toch krijgen? De engelen hebben toch gezongen bij Jezus’ geboorte: “Eer aan God in den hoge en vrede op aarde aan de mensen die Hij liefheeft” (Lc 2,14). En hoe zit het met onze vredesgroet, onze Pax, na het Onze Vader in de eucharistieving? Moeten we die dan maar ruilen voor een groet van verdeeldheid? Voor een gebalde vuist? En wat bedoelt Jezus dan met wat Hij aan zijn apostelen meegeeft, als Hij ze twee aan twee uitzendt, om aan de mensen de Blijde Boodschap te verkondigen? ‘Laat in welk huis gij ook binnengaat uw eerste woord zijn: Vrede aan dit huis!’ (Lc 10,5).

Als Jezus zegt dat Hij geen vrede is komen brengen maar strijd en verdeeldheid, dan moeten we dat niet zo verstaan dat Hij is teruggekomen op zijn vredelievende bedoelingen, maar dat Hij vooruitziet dat zijn vrede zal worden gedwarsboomd door afwijzing. Hij doet een aanbod van vrede. De vrede wordt ons niet opgelegd. We kunnen er voor kiezen, maar we kunnen er ook tegen kiezen. Hij is de Vrede in eigen Persoon. Als je Hem, die de Vrede zelf is, afwijst, dan krijg je verdeeldheid. In die zin is Jezus, door de vrede te komen brengen, ook de brenger van de verdeeldheid. En dat zal ook het lot zijn van zijn volgelingen. Door hun keuze voor Jezus krijgen ze anderen tegen zich.

Met die verdeeldheid krijgt trouwens iedereen te maken, want Jezus wil met zijn vrede alle mensen en alle milieus bereiken. Daarom spreekt Hij over die verdeeldheid in de gezinnen, in de families: ‘Drie tegen twee en twee tegen drie’ en dat wordt dan verder uitgewerkt in niet zo maar mensen in de maatschappij, nee, dat is ‘de vader zal tegenover zijn zoon staan en de zoon tegenover zijn vader, de moeder tegenover haar dochter en de dochter tegenover haar moeder’ enzovoort. De scheidingslijn gaat dwars door de gezinnen, door de religieuze gemeenschappen, door de parochies, enzovoort, heen.
Simeon, de vredelievende Simeon, voorspelde het al aan Maria bij de opdracht van Jezus in de tempel: “Zie, dit Kind is bestemd tot val of opstanding van velen in Israël, tot een teken dat weersproken wordt, opdat de gezindheid van vele harten openbaar moge worden” (Lc 2,34.35). En tot Maria zei hij: “Uw eigen ziel zal door een zwaard worden doorboord” (Lc 2, 35).

Zo ook met ons eigen hart. Ook dat is verscheurd. Het verlangt naar vrede, het zoekt naar God, het is gericht op het goede, op harmonie met de naaste, het is gericht op vrede; maar er is ook een andere ‘ik’. Elke mens constateert in zijn eigen hart ook nog een heel andere oriëntatie; hij zoekt zichzelf, zijn eigenbelang, zijn eigen wil, en als een mens inkeert in zijn innerlijk, dan komt hij die verscheurdheid tegen. En hoe dieper hij komt, hoe dieper hij afdaalt, hoe stiller hij wordt, des te onontkomelijker wordt hij geconfronteerd met die innerlijke verscheurdheid.

Een mens krijgt dan het gevoel dat hij er aan ten onder gaat, zo’n verscheurende pijn is het; het is een zwaard door zijn hart, het hart breekt. Maar als hij dát aan zichzelf laat gebeuren, dan wordt hij een kind van Gods ontferming. Want om de mens in die verscheurdheid te helen, dáárvoor is Hij gekomen. Dat is de vrede die Hij is komen brengen, de vrede van het hart. Als een mens die innerlijke verscheurdheid tot op de bodem van zijn hart laat doordringen, dan zal gebeuren wat de apostel vandaag in zijn brief aan de Efeziërs schrijft: ‘Moge de Vader vanuit zijn rijke luister uw innerlijke wezen kracht en sterkte schenken door zijn Geest, zodat door uw geloof Christus kan gaan wonen in uw hart, en u geworteld en gegrondvest blijft in de liefde.’ De kracht van de liefde van Christus is in staat oneindig meer te volbrengen dan al wat wij kunnen vragen of bevroeden.

J. Bots, sj

LAAT ONS BIDDEN

Heer God,
ons in U laten opnemen
is een proces van afsterven
aan ons oppervlakkig ‘ik’.
Innerlijk komen we dan soms in verzet,
kunnen we zo moeilijk afstand nemen,
terwijl we diep vanbinnen geloven
dat wat Gij vraagt het beste is
wat een mens kan overkomen.
Beziel ons met uw heilige Geest,
schenk ons de moed af te dalen naar U,
ons ten volle te schenken aan uw inwoning,
opdat ons meest waarachtige ‘ik’,
het ‘ik’ dat Gij wilt vormen,
tot leven mag komen,
tot bloei en voltooiing.
Heer Jezus,
daal met ons mee af
naar dit gebeuren van Gods ontferming,
om in dat stille feest van zijn Vrede
Gods eeuwige liefde te bezingen.
Tot aller lof,
amen.

Advertenties