33ste zondag door het jaar, jaar A, 2014.

Een meesterlijk verhaal… dat verhaal van de goede en rechtvaardige meester…

Hij – deze schoolmeester – moest voor een tijd naar het buitenland. Bij zijn vertrek gaf hij zijn drie leerlingen elk een boek met blanco pagina’s met enkel voorin een opdracht om tijdens zijn afwezigheid aan te werken. De een kreeg een groot boek, de ander een dik schrift, en de derde een dun notitieboekje, ieder naar zijn bekwaamheid. Die van het grote boek begon meteen aan zijn opdracht te werken en schreef langzaam de bladzijden vol. Zo ook de leerling met het schrift, hij ging aan de slag.

Maar de derde met het notitieboekje kwam thuis en legde het boekje in een kast… het stof viel erop en hij dacht: “Ik heb nog zoveel tijd en mijn opdracht is zo klein, we zullen wel zien”.

Toen nu de meester na enige tijd terugkeerde, riep hij zijn drie leerlingen ter verantwoording. De leerling met het grote boek prees hij, omdat hij – naar zijn opdracht – zijn bladzijden vol geschreven had. Zo ook de leerling met het schrift. Bij de derde leerling met het notitieboekje gekomen, zei deze leerling: ‘Meester, ik was bang dat ik de opdracht niet goed zou vervullen; u bent immers een gestreng mens; ik heb het boekje maar keurig en onbeschreven bewaard, opdat ik het u zó terug kon geven.’

Nu werd de goede en rechtvaardige meester kwaad en zei: ‘Ik heb je een kleine en bescheiden opdracht gegeven, maar zelfs dáár heb je niet aan gewerkt. Had dan tenminste nog enkele bladzijden in het notitieboekje geschreven, maar nu heb je niets gedaan, alleen maar op je lauweren gerust’. Hij nam hem het notitieboekje af en stuurde hem van de school af…”.

Beste jongeren, jullie merken wel in het verhaal van zojuist, de overeenkomst met het Evangelieverhaal van de talenten. In beide verhalen komt naar voren dat we een opdracht meegekregen hebben, een opdracht die ons is toevertrouwd. We hebben het de laatste tijd al vaker gehoord; ons leven is ons geschonken, we hebben het in pacht gekregen, en we moeten er naar vermogen mee omgaan. Ieder van ons heeft datgene gekregen… heeft die opdracht gekregen die hij of zij áánkan… datgene wat bij hem of haar past.

God kent ieder van ons persoonlijk. Hij kent ieder van ons bij onze naam. Al de haren op ons hoofd zijn geteld. Hij zal niemand van ons overvragen; wat Hij wel van ons vraagt is om zo goed mogelijk met onze opdracht om te gaan. Het gaat er dus niet om of de een meer gekregen heeft dan de ander, dat de een een belangrijker positie heeft dan de ander, nee het gaat erom hoe we… met welke gezindheid we… met die opdracht – ons gegeven – omgaan.

Onze aandacht valt dan op de man met dat ene talent, die er slecht vanaf komt, de leerling met het notitieboekje. De vraag is hoe hij met datgene wát hij gekregen heeft omgaat. Per slot heeft hij immers nog steeds één talent gekregen en niet máár een talent

En dan is het een verschil of we een glas met een heerlijke drank halfleeg of halfvol noemen… met andere woorden of we de toekomst pessimistisch of optimistisch tegemoet zien. Onze tijd, onze dagen, maken het wat dat betreft ons niet altijd even gemakkelijk. We maken periodes mee waarin we ons halfleeg voelen; de steeds maar weer toenemende werkeloosheid… de verslechtering van onze economie waar we steeds weer mee geconfronteerd worden… de zorgen die we ervaren in onze familie, gezin of ons persoonlijk leven, de onrust in kerk en samenleving! We kunnen dan een houding gaan aannemen van ‘het loopt toch allemaal op niets uit’ en ‘van de toekomst hebben we ook niet veel te verwachten…’. Het kan er soms op lijken dat we ons talent, onze mogelijkheden, dat levensboekje, dat van ieder op onze eigen naam staat, dat we dat soms maar liever opbergen en een onverschillige houding gaan aannemen…

Beste jongeren, we komen er niet langs dat zulke momenten zich ook voordoen in ons leven. Het is nu eenmaal de realiteit.

Maar toch… maar toch… er komt een dag dat de tranen onze ogen schoon wassen en dat we weer met heldere ogen mogen gaan zien, dat we dat halflege glas, zoals we ons voelen, positief gaan zien… als een uitdaging om gevuld te worden, met een beloftevolle toekomst, een toekomst rijk aan persoonlijke mogelijkheden… als een halfvol glas. We praten dan niet meer over al hetgeen we allemaal niet hebben; slechts de helft aan comfort, luxe en geld, maar over datgene wat we wél hebben, over datgene wat ons is toevertrouwd… ons geloof, onze hoop en onze liefde.

En zien we dan niet in die man die naar het buitenland gaat God, onze goede en rechtvaardige Vader? God in wiens handpalm we geschreven staan en geborgen zijn? God als een barmhartige Vader, Die telkens weer de zon laat opgaan over goeden en kwaden? Die ons telkens weer een nieuwe kans geeft, ook al zijn we nog zover van Hem afgedwaald! Nooit is het te laat om op die genade, om op dat aanbod in te gaan, iedere dag kunnen we opnieuw beginnen…!

Maar tevens is Hij een rechtvaardige Vader, bij Wie we aan het eind rekenschap moeten afleggen, en Die van ons vraagt om met onze talenten te werken, om onze mogelijkheden en kansen goed te benutten! Kortom om waakzaam te zijn jegens hen aan wie we zijn toevertrouwd; aan onze naasten, net zoals die sterke vrouw in de eerste lezing. Ze brengt goed, geen kwaad. Ze opent haar hand voor de behoeftige. Ze strekt haar hand uit naar de misdeelde…

Beste jongeren, laten we zo de komende tijd leven naar het voorbeeld van Jezus Christus onze Heer, en mogen we in deze Eucharistieviering om die kracht bidden voor elkaar. Amen.

Preekje voor de ‘Heidelichtjongeren’ de groepen ‘12-15 jaar’ en ‘16+’ https://www.facebook.com/groups/heidelichtjongeren

Advertenties