1e Zondag van de Advent (b) bisschop Mgr. G. de Korte

VERKONDIGING op de 1e Zondag van de Advent (b) door bisschop Mgr. G. de Korte afbeelding
Schriftlezingen: Jesaja 63, 16b-17.19b; 64, 3b-7. 1 Korintiërs 1, 3-9. Matteüs 13, 33-37

Beste broeders en zusters,

Vandaag, op deze eerste zondag van Advent, begint een nieuw kerkelijk jaar.
De eerste Adventskaars is ontstoken. Wij worden uitgenodigd om ons voor te bereiden op het Kerstfeest. Het feest van Gods komst onder ons. Wij christenen geloven immers dat God de bede van Jesaja van vandaag heeft vervuld. God hééft de hemel opengescheurd en is afgedaald. Wie Jezus ziet, ziet de Vader. In deze tijd van Advent, toelevend naar het Kerstfeest, mogen wij dàt geloof in ons opnieuw versterken en verdiepen.

Christus is gekomen, 2000 jaar geleden en Hij wil komen in ons eigen leven en Hij zal komen op de dag die geen avond kent. Als wij niet meer zien in een beslagen spiegel, maar van aangezicht tot aangezicht. Niemand weet wanneer en het heeft geen zin om daarover te speculeren. Veeleer roept het evangelie op de ons geschonken tijd niet te verspillen maar goed te gebruiken. Wees waakzaam hebben wij vandaag gehoord. Wij worden uitgenodigd om te waken. Om te wachten en beheren, om verwachtingsvol te leven.

De man in het evangelie geeft zijn bezit in beheer en niemand weet op welk moment hij terugkomt. Zoals die man, zó handelt onze God met ons. Hij heeft ons alles in beheer gegeven: ons leven, onze kinderen, ons geld en goed, heel deze aarde. Niets is ons eigendom maar alles is ons in beheer gegeven.

Tot de komst van de Heer worden wij opgeroepen, tot een verwachtingsvol uitzien, tot een verantwoordelijk wachten.

Maar hebben deze woorden voor ons nog betekenis? Of is het vrome kanseltaal voor de zondagmorgen. Ik heb de indruk dat echt verwachten voor velen van ons moeilijk is geworden. Deze tijd heet een tijd van onbehagen. Er wordt gesproken over een zinderende onvrede onder de mensen. De kranten staan vol slecht nieuws over de economie, over stijgende werkeloosheid en dalende koopkracht. Vol slecht nieuws over het milieu. En ja, helaas ook vol slecht nieuws over de Kerk. Er is zoveel dat ons waken en verwachten in de kiem kan smoren. Het worden dan lege woorden. Als ik mij niet vergis, dreigen moedeloosheid en onverschilligheid niet weinigen van ons in de greep te krijgen. Niet weinig mensen hebben angst voor de dag van morgen en verwachten niet veel meer van de toekomst. Waken en verwachten kunnen wij alleen als wij het vertrouwen in ons laten voeden. Niet met ons hoofd in de wolken lopen, niet aan de problemen voorbij leven, maar tegelijk vertrouwen dat wij er niet alleen voor staan. Met ons gaat Hij die ons vertrouwen wil geven.

Vaak onverwacht zijn er tekenen die ons vertrouwen kunnen voeden: een vriendelijk en goed mens, een intens gevierde eucharistie, de schoonheid van de natuur in de herfst, een mens die onze steun en hulp kan gebruiken, God die ons in Christus tegemoet komt. Zo kan ruimte ontstaan om onverschilligheid en moedeloosheid achter ons te laten. Zo kan ruimte ontstaan om ons niet in ons eigen kleine wereldje op te sluiten. Maar om waakzaam te leven als trouwe beheerders van alles wat de Heer ons heeft toevertrouwd.

De Franse dichter Charles Péguy spreekt over het kleine meisje hoop dat tussen haar grote zussen geloof en liefde inloopt. Juist in onze dagen mogen wij dat kleine meisje hoop in ons koesteren.

Beste broeders en zusters, Ons leven is eindig. De ons geschonken tijd moeten wij niet verspillen. Laten wij trouwe en waakzame beheerders zijn. Mensen die waakzaam en vol verwachting leven. Mensen van hoop. God is de eerste en Hij is de laatste. Ons geldt de belofte: niets of niemand valt uit Zijn hand.

Bron: http://www.rkk.nl/1e_zondag_vd_advent_mgr_g_de_korte

Advertenties