KERSTVIERING 2014
Lezingen: Genesis 16: 1-13 en Lucas 2: 8-14

Lezing: Genesis 16: 1-13

De geboorte van Ismaël

Abrams vrouw Sarai baarde hem geen kinderen. Nu had zij een Egyptische slavin, Hagar. ‘Luister,’ zei Sarai tegen Abram, ‘de HEER houdt mijn moederschoot gesloten. Je moest maar met mijn slavin slapen, misschien kan ik door haar nakomelingen krijgen.’ Abram stemde met haar voorstel in en Sarai gaf hem haar Egyptische slavin Hagar tot vrouw; Abram woonde toen tien jaar in Kanaän. Hij sliep met Hagar en zij werd zwanger. Toen Hagar merkte dat ze zwanger was, verloor ze elk respect voor haar meesteres. Sarai zei tegen Abram: ‘Voor het onrecht dat mij wordt aangedaan ben jij verantwoordelijk! Ik heb je mijn slavin ter beschikking gesteld, en nu ze weet dat ze zwanger is toont ze geen enkel respect meer voor mij. Laat de HEER maar beoordelen wie er in zijn recht staat: ik of jij.’ Abram antwoordde: ‘Het is jouw slavin, doe met haar wat je goeddunkt.’ Toen maakte Sarai haar het leven zo zwaar dat ze vluchtte.

Een engel van de HEER trof haar in de woestijn aan bij een waterbron, de bron die aan de weg naar Sur ligt. ‘Hagar, slavin van Sarai, waar kom je vandaan en waar ga je heen?’ vroeg hij. ‘Ik ben gevlucht voor Sarai, mijn meesteres,’ antwoordde ze. ‘Ga naar je meesteres terug,’ zei de engel van de HEER, ‘en wees haar weer gehoorzaam.’ En hij vervolgde: ‘Ik zal je heel veel nakomelingen geven, zo veel dat ze niet te tellen zullen zijn. Je bent nu zwanger en je zult een zoon ter wereld brengen. Die moet je Ismaël noemen, want de HEER heeft gehoord hoe zwaar je het te verduren had. Een wilde ezel van een mens zal hij zijn: hij schopt iedereen, iedereen schopt hem. Met al zijn verwanten zal hij in onmin leven.’ Toen riep zij de HEER, die tot haar had gesproken, zo aan: ‘U bent een God van het zien. Want,’ zei ze, ‘heb ik hier niet hem gezien die naar mij heeft omgezien?’

Evangelie: Lucas 2: 8-14

Niet ver daarvandaan brachten herders de nacht door in het veld, ze hielden de wacht bij hun kudde. Opeens stond er een engel van de Heer bij hen en werden ze omgeven door het stralende licht van de Heer, zodat ze hevig schrokken. De engel zei tegen hen: ‘Wees niet bang, want ik kom jullie goed nieuws brengen, dat het hele volk met grote vreugde zal vervullen: vandaag is in de stad van David jullie redder geboren. Hij is de Messias, de Heer. Dit zal voor jullie het teken zijn: jullie zullen een pasgeboren kind vinden dat in een doek gewikkeld in een voederbak ligt.’ En plotseling voegde zich bij de engel een groot hemels leger dat God prees met de woorden: ‘Eer aan God in de hoogste hemel en vrede op aarde voor alle mensen die hij liefheeft.’

Overweging door Mevr. A. Hagreis

‘Engelen’
Wat een heerlijk onderwerp voor een kerstviering: engelen, een mooie mengeling van een geestelijk wezen en een mensengedaante, maar door zijn vleugels ook een beetje mysterieus. Als vrouwen kunnen we er wel iets mee doèn: engeltjes in de kerstboom hangen, schattige mollige peuter-engeltjes-met-vleugeltjes: voorwerpen waarmee we de kerstsfeer in huis brengen.

In al hun romantiek zijn zij bovendien een verwijzing naar de rol die engelen soms concreet in ons leven spelen. Waar God ver weg lijkt te zijn, hoog en verheven in de hemel, daar ervaren sommigen van ons wel de aanwezigheid van een engel in hun leven: als een hulp, beschermer of raadgever. En soms zijn we zelf, zonder het echt te beseffen, een engel voor iemand in onze omgeving. Het zijn allemaal persoonlijke ervaringen, ze zijn niet te koop en je kunt – bij mijn weten – geen cursus volgen om ze te krijgen.

Nu bestaan er in verschillende godsdiensten engelachtige figuren, maar de engelen die wij kennen worden beschreven in de Bijbel. Zowel in het Oude als in het Nieuwe Testament. Van het begin van het eerste boek Genesis tot en met het laatste hoofdstuk van het laatste boek Openbaringen. De bekendste verschijning is wel de engel Gabriël die de maagd Maria de geboorte van Jezus aankondigt. En natuurlijk, we hebben zojuist de schriftlezing gehoord, de grote hoeveelheid engelen die – met hun lofzang van de eer aan God en met hun aankondiging van vrede op aarde – onderstreepten dat de beloofde Messias geboren was. Passages uit de Bijbel die altijd enorm tot de verbeelding van de mensen in het algemeen gesproken hebben, maar ook van beeldende kunstenaars.

Eigenlijk wordt er nergens in de Bijbel een definitie gegeven van wat een engel is. We moeten zelf uit het verhaal opmaken hoe hij of zij eruit ziet, en welke functie de engel heeft. Achter de voorstelling van engelen in de Bijbel ligt de gedachte dat de hemel ingericht is als een koninklijk hof. God wordt gezien als koning. Hij wordt omringd door hemelse wezens die hem dienen als raadgevers, onderdanen, strijders en boodschappers. Die dienaren van God zijn de engelen. Engel, angelos in het Grieks, betekent letterlijk ‘boodschapper’, een wezen dat aan sommige mensen op aarde een opdracht van God doorgeeft, of speciale gebeurtenissen aankondigt, of mensen beschermt.

En hoe ziet zo’n engel er dan uit? Meestal als een gewoon mens, waardoor niet iedereen bij wie zo’n engel op bezoek komt, hem als een boodschapper van God herkent. Naast een ‘aankondig-engel’ worden in de Bijbel ook ‘cherubs’ als een soort engelen opgevoerd, voor het eerst in het Oude Testament, als zij de Ark van het Verbond (tussen God en Israel) moeten beschermen. Dat doen zij met hun vleugels, en zo komt het beeld naar voren van een engel in mensengedaante die vleugels heeft. In het laatste boek van de Bijbel, de Openbaring, krijgen de engelen ineens een andere taak toebedeeld: de engelen zijn niet alleen bewakers, beschermers of boodschappers, maar ze zijn ook uitvoerders van de wil van God. Ze strijden tegen het kwaad en laten het beloofde nieuwe Jeruzalem zien, de nieuwe hemel op aarde. Het rijk van de vrede waar ieder mens van droomt en naar verlangt, nu misschien meer dan ooit tevoren in de geschiedenis van de mensheid. Door de media zijn we ons tegenwoordig bewust van alle verschrikkelijke oorlog- en terreurhaarden die er op de wereld bestaan. En we vragen ons vaak af waar het met de wereld naartoe moet. En waar God blijft om de wereld te helpen… Kan Hij niet een engel sturen om het kwaad de kop in te drukken?

Hoe komt het nu dat engelen, in deze tijd waarin steeds meer mensen zich afwenden van God en de kerk, toch een belangrijke rol blijven of zelfs gaan innemen? Ik denk dat wij mensen alleen maar kunnen blijven doorleven door hoop te houden, hoop op een beter bestaan. Een beter bestaan voor de hele wereld, maar zeker ook een beter bestaan voor onze kinderen en voor onszelf als individu. Als wij in de problemen zitten, dan is het een geruststellend idee dat er iemand is, een engel misschien, die naar ons omziet, die oog heeft voor onze ellende. Soms roepen we zelfs de hulp van een engel in: help me, bescherm me nu ik het zo moeilijk heb. Soms is er gewoon iemand die een ‘reddende engel’ voor je blijkt te zijn. Prachtige verhalen zijn daarover bekend, verhalen die ons diep in onze ziel raken. Het eerste verhaal dat hierover in de Bijbel treffend staat opgetekend is het verhaal van Hagar dat we zojuist gehoord hebben. Hagar, de slavin van Sarai, de bejaarde vrouw van Abraham. Sarai die niet meer kon geloven in Gods belofte aan Abraham dat hij kinderen zou krijgen. Daarom wordt Hagar door Sarai aan Abraham gegeven om voor zijn nageslacht te zorgen. En als Hagar dan zwanger raakt en zich als de meerdere van Sarai gaat gedragen, dan stuurt Sarai Hagar de woestijn in, hoewel zij zwanger was van Abrahams kind waar zo naar was uitgekeken. Hagar, een vrouw diep in de ellende: deels doordat ze als slavin gebruikt werd om het kind van haar meester te baren, deels doordat ze het er zelf naar gemaakt had met haar hoogmoedige gedrag. In die woestijn, in de dorre, dodelijke ellende van haar bestaan, verschijnt dan een engel van de HEER, van God aan haar, met een boodschap van hem. Hij stuurt haar terug naar haar meesteres om haar te gehoorzamen. En hij belooft haar een groot nageslacht via de zoon die geboren zal worden. Deze zoon, Ismaël, (God zal horen) zal een moeilijk mens zijn, hij zal met al zijn verwanten in onmin leven. Ondanks deze deels verontrustende voorspelling reageert Hagar als volgt: “Toen riep zij de HEER, die tot haar gesproken had, zo aan: ‘U bent een God van het zien. Want,’ zei ze, ‘heb ik niet Hem gezien die naar mij heeft omgezien?’ ”

Is dat niet de essentie van ons verlangen: om gezien te worden, gezien zoals we in werkelijkheid zijn? Gezien met onze goede en slechte eigenschappen, zoals Hagar die had, en dat er dan toch naar je wordt omgezien in je ellende en dat er uitkomst wordt geboden? Hagar begreep dat de engel een boodschapper van God moest zijn, en zij richt zich in haar antwoord verrassend rechtstreeks tot God. Natuurlijk had zij de engel kunnen gebruiken als boodschapper terug naar de hemel. Maar Hagar voelde zich dermate gekend en beschermd door God zelf dat zij Hem rechtstreeks durfde aan te spreken.

En waarom ook niet? De betekenis van Gods naam – JAWEH – is: Ik ben die Ik ben, Ik zal er zijn. Ik bèn niet ver weg, hoog en verheven in de hemel. Ik zal er zijn als je het moeilijk hebt, als je verdriet hebt. Ik doe dat omdat ik jou geschapen heb, naar mijn beeld. Omdat ik een verbond met je heb gesloten en omdat ik je nodig heb om de hemel op aarde nu mogelijk te maken. Jij zelf bent mijn engel onder de mensen, ik geef jou daartoe de kracht. Daarom: ik laat je niet in de steek. Als teken daarvan heb ik mijn Zoon naar de wereld gezonden, als mens onder de mensen, jullie staan er niet alleen voor. Ik houd me niet afzijdig van jullie lot, ook al is dat niet altijd herkenbaar. En ja, als het echt nodig is stuur ik jullie een engel om jullie zelf te helpen, te steunen, te beschermen. Besef dan dat die engel niet de kracht aan zichzelf ontleent, maar dat hij door mij gezonden is.

Dus: geen engel als afgod, maar als boodschapper van God, die ons kent en ons liefheeft zoals we zijn. Die ons serieus neemt in onze vragen en in wat we andere mensen te bieden hebben.

Ik wens ons allen een open houding toe, ontvankelijk voor Gods aanwezigheid in ons midden, voor Gods engelen op ons pad, voor het Kind dat ons is geboren, de Leidsman die ons de weg wijst om de hemel op aarde voor onze medemens en onszelf mogelijk te maken. Amen.

Mevr. A. Hagreis is ouderling bij de Protestantse Gemeente Oude Mijnstreek

Advertenties