4de zondag van de Advent, jaar B, 2014

2 Samuël 7, 1-5.8b-11, 16. Lucas 1, 26-38

Inleiding

Welkom op onze laatste etappe voor Kerstmis: de laatste voorbereidingen worden getroffen om ons huis werkelijk een huis van gastvrijheid te zijn, om ook in onze geest en onze ziel gastvrij te doen zijn. In de lezingen van vandaag wordt gesproken van een tempel voor God: wel of niet een tempel bouwen. Een tempel of een kerk voor God heeft weinig zin als je niet zelf ook een tempel van diezelfde Geest van God wilt zijn en niet herbergzaam bent van hart voor hen die in nood zijn.

Laten we God bidden om ontferming en vergeving voor de kleinheid van ons hart en de beperkte ruimte van ons leven.

Deken-Smeets-e1357657303241-620x370Preek

Ergens in Afrika staat een grote kerk, gebouwd naar het model van de St. Pieter. Daarover was een aantal jaren geleden grote ophef: de dictator van het land had op eigen houtje en tot meer eer en glorie van zichzelf die kerk laten bouwen. Hopen geld had dat gekost, terwijl de bevolking straatarm was. Toen de kerk af was, bood de dictator ze aan de bisschop aan en hij wilde dat de bisschop de kerk zou consacreren. Met die kwestie zat men in Rome lelijk in de maag. Kon je zo’n kerk, uit foute motieven gebouwd, wel aannemen, zeker als je zag hoe arm de mensen waren? Rome besloot van de nood een deugd te maken en gaf toestemming voor de consecratie van de kerk onder de voorwaarde dat pal naast de kerk een ziekenhuis gebouwd zou worden, waar ook de allerarmsten terecht zouden kunnen.

Dat verhaal geeft een beetje weer hoe wij als gelovige mensen denken over Gods aanwezigheid in deze wereld; enerzijds is God aanwezig als we samenkomen hier in de kerk, en mag die kerk ons ook best een offer kosten, maar anderzijds is hij net zozeer aanwezig in de medemens, bijzonder in de medemens in nood.

Enerzijds wil David een tempel bouwen waarin de ark van het verbond geplaatst zal worden, maar anderzijds krijgt David van de profeet Nathan te horen dat God niet allereerst in een tempel wil wonen, maar dat God zijn macht wil vestigen in David zelf. Niet David hoeft voor God een huis te bouwen, nee, God zal voor en in David zijn huis bouwen. In het huis van David wil God wonen, niet in een gebouw, maar in een mens wil God leven.

Dat is de belofte die God aan David doet en in het evangelie horen we de vervulling ervan: God wil wonen in de mens: Maria die de Zoon van de Allerhoogste in haar lichaam mag ontvangen. God wil wonen in de mens zelf, meer dan in een gebouw. Maria is het zuiverste voorbeeld van hoe een mens drager van God kan zijn, vervuld kan zijn van God, vol van genade.

Maria is vol van genade en niet vol van zichzelf. Vol zijn van zichzelf, dat zal bij de dictator in Afrika een rol hebben gespeeld, dat zal misschien ook bij David een rol hebben gespeeld: hij had al bij leven de naam een grote koning te zijn: een eigen volk, een eigen land, een eigen paleis en dan ook een eigen tempel. Daarom misschien dat de profeet Nathan hem de waarschuwing komt geven om de tempel nog niet te bouwen: God wil zich allereerst in de mens zelf openbaren. Maar daarvoor is het nodig dat de mens niet vervuld is van zichzelf, maar ruimte geeft, ruim baan maakt voor God in zijn leven.

Ons samenzijn hier vanmorgen geeft al aan dat we ruimte willen geven aan God om in ons leven binnen te komen, om in het huis van ons lichaam binnen te komen met de kracht van zijn heilige Hostie, het Lichaam van Christus.

Zo voor en na zijn er over dit kerkgebouw en over de kunst binnen de muren bewonderende oooh’s en aaah’s te horen geweest. Terecht. Maar we mogen ons daarbij best realiseren dat kerken in het algemeen met hun kunstschatten al die eeuwen recht is gehouden door mensen die geloofden. God leefde eerst in de kunstenaars zelf en daarna werden de beelden van de heiligen gesneden. God zocht allereerst woonplaats in de mensen en die gelovige mensen bouwden deze kerk. De mensen waarin God ruimte krijgt om te leven, dat zijn de echte schatten van de kerk. Dat kreeg David te verstaan en dat krijgen wij vandaag te horen: in ons, in zijn mensen wil God zijn huis bouwen. Laten we Hem dan de ruimte geven en met kerstmis royaal in ons leven ontvangen.

Inleiding door deken Ad van de Helm
Preek door deken Harrie Smeets

Advertenties