4de Zondag door het jaar, jaar B, 2015

4537907020“Een nieuwe leer met gezag.” “De mensen waren buiten zichzelf van verbazing over zijn leer, want Hij onderrichtte hen niet zoals de Schriftgeleerden, maar als iemand die gezag bezat.” Wát Jezus leert, staat er niet bij. De inhoud van zijn leer zat niet in het nieuwe, wat zou Jezus anders gezegd hebben dan dat God van de mensen houdt -“Vrede op aarde aan de mensen die Hij liefheeft” (Lc2,74) – en dat de mensen God moeten liefhebben? Wat zou Jezus anders gezegd hebben dan wat er altijd gezegd is? Het nieuwe zit hem dus niet in wát Hij zegt, maar in de kracht waarméé Hij het zegt, het gezag, de volmacht. Jezus doet wat Hij zegt. Hij maakt zijn woorden waar. Hij zegt: ‘eruit!’ en ze doen het ook nog! “Hij geeft bevel aan de onreine geesten en ze gehoorzamen Hem.” Geen vrijblijvend advies; ‘als ik jullie was zou ik maar vertrekken…’. Nee, zijn woorden zijn krachtwoorden, doe woorden.

Jezus zegt dat God goed is en Hij laat dat ook zien. Gods goedheid werkt door Hem. Jezus is zo vol van de liefde van God dat, als Hij erover praat, de mensen die liefde ook voelen. Ja, uitzinnig worden van die liefde. “Heel het volk was verrukt over zijn leer.” Ze waren buiten zichzelf, extatisch. Hun hart werd geraakt en in extatische beroering gebracht in liefde voor God. De boze geest eruit en de liefde van God erin…, de mensen worden door die liefde meegesleept. Zij merken dat Jezus een profeet is die leert met gezag, niet alleen aan wat er met die bezeten man in de synagoge van Kafarnaüm geschiedt, maar ook aan wat er met hen zelf gebeurt…

De kracht van iemand of iets kun je merken aan het vermogen tegenkrachten te overwinnen. De kracht van een auto, van een motor, overwint de weerstand van de lucht, de weerstand van de weg, van het gewicht. De kracht van Jezus’ woord, merkten ze in de synagoge van Kafarnaüm door zijn vermogen, de tegenkracht, de macht van de boze geest te overwinnen. “Er bevond zich in de synagoge juist een man die in de macht was van een onreine geest.” De macht van een onreine geest, dat is een bovenmenselijke macht die dikwijls in het meervoud wordt voorgesteld. “Jezus van Nazareth wat hebt Gij met ons te maken? Gij zijt gekomen om ons in het verderf te storten?” En elders in het evangelie staat er: “Daarop vroeg Hij hem: wat is uw naam? Hij antwoordde: mijn naam is Legioen, want we zijn met velen” (Mc. 5,9). Meer dan levensgroot, bovenmenselijk. Die bovenmenselijke macht van de onreine geest schuilt in zijn onverdeelde aandrang om kwaad aan te richten. Niets van die energie gaat verloren, hij zet alles in: verstand, hart, voorstellingsvermogen, energie, wil.

Hier op de wereld is niets zwart of wit, alles is in tinten grijs, van heel donker tot heel licht grijs, ja tegen het witte aan, maar het is altijd nog gemengd. Zelfs mensen in criminele organisaties, zoals je die tegenwoordig hebt, die zich met heel hun wezen, verstand, hart toeleggen op de misdaad; is het verkeerde toch altijd nog gemengd met goed. Hier in onze wereld bestaat er geen puur kwaad zonder meer. Dat is buiten onze wereld te vinden (en dat is in de hel!).

Hier in de wereld bestaat ook geen zuiver goed, tenzij door de Menswording van Gods Zoon Jezus, in de Kerk, in de sacramenten en in de heilige Schrift.

“Een nieuwe leer met gezag.” Dat geeft meteen de manier aan waarop wij moeten luisteren, waarop wij voor het woord van God moeten openstaan. Maken wij ook inderdaad die ruimte, dat Hij niet alleen onze oren, ons verstand bereiken kan, maar ook ons hart? Luisteren wij werkelijk met ons hart, zodat daarin de kracht komt die aan Jezus’ goddelijk woord is verbonden? Deze kracht was het die de menigte die van dit alles getuige was, die Jezus’ woord hoorde, aan zichzelf bespeurde. “De mensen waren buiten zichzelf van verbazing over zijn leer, want Hij onderrichtte hen niet zoals de Schriftgeleerden, maar als iemand die gezag bezit”. Goddelijk gezag, goddelijke kracht, bovenmenselijke liefde, een liefde die in staat is de mensen volkomen in verrukking te brengen, los van zichzelf, gegrepen door Gods liefde alleen.


Vgl. J. Bots SJ, Een woord van God in mijn hart, elke dag opnieuw, preken bij de zondagsevangelies, jaar B, Boxtel, 2004, blz. 247-250.


Advertenties