Eerste Lezing (1 Kor. 9,16-19.22-23)

Broeders en zusters, dat ik het evangelie predik is voor mij geen reden om te roemen: ik kan niet anders. Wee mij als ik het evangelie niet verkondig! Deed ik het uit eigen beweging, dan had ik recht op loon; maar zo is het niet: het is een taak, die mij is toevertrouwd. Wat is dan mijn verdienste? Dat ik het evangelie kosteloos verkondig en geen gebruik maak van het recht aan de prediking verbonden. Van allen onafhankelijk, heb ik mij de slaaf van allen gemaakt om er zoveel mogelijk voor Christus te winnen. Met de zwakken ben ik zwak geworden om de zwakken te winnen. Alles ben ik voor allen om er tot elke prijs enkelen te redden. En ik doe alles voor het evangelie om er ook zelf deel aan te krijgen.

H. Evangelie (Mc. 1,29-39)

In die tijd toen Jezus uit de synagoge kwam, ging Hij met Jakobus en Johannes naar het huis van Simon en Andreas. De schoonmoeder van Simon lag met koorts te bed; zij spraken Hem aanstonds over haar. Hij ging naar haar toe, pakte ze bij de hand en deed haar opstaan; zij werd vrij van koorts en bediende hen. In de avond, na zonsondergang, bracht men allen, die lijdend of bezeten waren bij Hem. Heel de stad stroomde voor de deur samen. Velen, die aan allerhande ziekten leden, genas Hij en Hij dreef tal van geesten uit, Maar Hij liet niet toe dat de boze geesten spraken, omdat zij Hem kenden. Vroeg, nog diep in de nacht, stond Hij op, ging naar buiten en begaf zich naar een eenzame plaats, waar Hij bleef bidden. Simon en diens metgezellen kwamen Hem achterop en toen ze Hem gevonden hadden, zeiden ze: “Iedereen zoekt U.” Hij antwoordde hun: “Laten we ergens anders heen gaan, naar de dorpen in de omtrek, opdat Ik ook daar kan prediken. Daartoe immers ben Ik uitgegaan.” Hij trok door heel Galilea, predikte in hun synagogen en dreef de boze geesten uit.

Preek

Wat doe je als huisvrouw als daar ineens na de zondagsmis vijf mannen op de koffie komen? Dat staat er zo ongeveer bij het begin van dit evangelie. Jezus komt uit de synagoge. De eredienst is gedaan. En hij gaat met Jacobus en Johannes naar het huis van Simon Petrus en zijn broer Andreas. Maar de gezellige koffiebabbel gaat niet dadelijk door. De schoonmoeder van Petrus ligt namelijk met koorts te bed. Dat is pech hebben! Maar Jezus neemt de vrouw bij de hand en doet haar opstaan. Ze is dadelijk vrij van koorts en begint haar gasten te bedienen. Ongetwijfeld met oosterse gulle gastvrijheid. En hoogst waarschijnlijk samen met de vrouw van Petrus en de andere huisgenoten. Want zo was dat toen. De grote familie bijeen. En natuurlijk iedereen opgetogen en dankbaar dat schoonmoeder genezen is. Het is ook normaal dat zo iets vlug de ronde doet. Vergeten we niet dat er ook heel wat kinderen rondliepen. ’s Avonds stond heel het dorp voor de deur, zegt het evangelie. Want ze brachten alle zieken naar Jezus en ook mensen die bezeten waren van boze geesten. Wij zouden nu spreken van mensen die lijden aan epilepsie of schizofrenie of paranoia. In ieder geval ging het om mensen die door ziekte of bezetenheid niet meer mee konden in het leven. Mensen die waren neergeveld of uitgeteld. Mensen die niet meer toe kwamen aan het gewone dagelijkse leven. Die geïsoleerd waren. Jezus bevrijdt deze mensen uit hun isolatie. Hij neemt ze weer op in de gemeenschap van de familie, de buurtschap en de vriendschap.

En dan gebeurt er iets onverwacht. Jezus vertrekt in alle vroegte. Hij gaat naar een eenzame plaats om er te bidden. En Petrus en de anderen gaan op zoek naar Hem. En als ze Jezus gevonden hebben zeggen ze: “Iedereen zoekt U!” M.a.w.: “Waarom gaat U er van door? Ze begrijpen het niet. Het is het begin van Jezus’ openbaar leven. Het zijn de eerste wondertekenen. Normaal dat Petrus en de anderen Jezus willen tegenhouden. Iemand die zo iets kan doen moet in de buurt van de zieken blijven. Maar Jezus trekt zich terug om te gaan bidden… en zo vanuit zijn biddende aanwezigheid bij God, zijn geliefde Vader, tot nieuwe inzichten en beslissingen te komen.

Jezus ontrekt zich zoveel mogelijk aan massatoelopen. Hij geeft niet toe aan de invloed van de massa. Ook als ze Hem zoeken en aandringen gaat Hij op weg. Jezus stelt zich teweer tegen verkeerde verwachtingen. Zo kan Jezus zeggen: “Laten we ergens anders heen gaan, naar de plaatsen in de buurt, zodat Ik ook daar kan verkondigen. Want met dat doel ben Ik in de wereld gekomen”. Hij blijft niet staan bij de uiterlijke wondertekenen. De verkondiging van Gods blijde boodschap is primair. Daar gaat het Hem om. Het is een blijde boodschap. Het is de verkondiging van Gods nabijheid, Gods liefde voor zijn schepsels. Is dat niet de ultieme vreugde en redding?

Worden mensen niet vooral daardoor opgericht en komen ze niet daardoor tot nieuw leven? Als God een plaats heeft in het hart van mensen, dan kan de bezetenheid van angst, de tirannie van buitengeslotenheid, de vrees voor de buitenwereld, de boosheid van onmenselijkheid verdwijnen.

Maar de verkondiging van Jezus is nooit proclamatie van ‘mooie woorden’. Jezus nam de mensen ‘bij de hand’. Zoals hij deed met Petrus’ schoonmoeder. En met het dochtertje van Jaïrus. Met melaatsen en blinden en zovelen die Hij genas en tot nieuw leven gebracht. Jezus liet zijn liefde tastbaar concreet voelen. Mensen voelden zich op handen gedragen door Hem. En als wij mogen geloven dat Jezus de Messias is, onze Verlosser, de veelgeliefde Zoon van God, dan mogen we ons ook veilig geborgen weten in Gods handen. Ook met onze angst voor oorlog en terrorisme, voor ongeneeslijke ziekte, voor vereenzaming, voor miskenning. Ook met alle hedendaagse vormen van ‘bezetenheid’. Met al het kwaad dat van ons bezit neemt ook tegen wil en dank.

De monniken in de kloosters zingen het iedere avond bij de completen: “In uw handen Heer leg ik mijn leven neer.” Ja, natuurlijk, zo is immers de taal van de liefde. Er zijn eigenlijk geen woorden voor. Want Gods liefde is een goddelijk wonder!

Vgl. http://www.preekvandeweek.be

Advertenties