1ste zondag 40-dagentijd, jaar B, 2015.

Broeders en zusters,

pastoorBekeer je!, zei Jezus toen Hij uit de woestijn kwam, waar Hij 40 dagen lang verbleef. Het woord ‘bekeren’ horen we niet zo graag, het klinkt zo negatief. Het laat ons denken dat we niet goed leven, dat we een leven leiden dat God niet aangenaam is, dat we slecht doen. Maar zo negatief denkt Jezus niet over ons: Hij kent onze beperktheden, onze fouten en tekorten. Hij weet dat we zwak zijn, dat we geen volmaakte wezens zijn. Daarom is Hij tot ons gekomen om tussen ons te leven, om zo te bewijzen dat Hij van ons houdt zoals we zijn.

Jezus ging zelfs om met zware zondaars. Hij minachtte toen niemand, evenzeer als Hij nu niemand verwerpt. Het enige dat Hij ons vraagt is: ons bekeren, met andere woorden, ons tot Hem keren. Wat houdt dit in?

“Gelooft in de Blijde Boodschap”, zegt Jezus. ‘In de Blijde Boodschap geloven’ wil eigenlijk zeggen: deze boodschap, het evangelie dus, aannemen en het tot onze levensstijl maken.

Leven volgens het evangelie, verloopt niet zo vanzelfsprekend. We worden nu eenmaal aangetrokken om eerder ons eigen leventje te leiden, dat zoveel knusser is, dan een leven na te volgen dat inspanningen vereist. We ontmoeten veel bekoringen op onze weg. We kunnen dit vergelijken met Jezus in de woestijn waar Hij verbleef bij de wilde dieren. Wat kunnen die wilde dieren voor ons zijn?

Bijvoorbeeld ontmoediging. We kunnen het voornemen maken om nog meer ons best te doen, en dan hervallen we telkens weer in diezelfde fout. Dat kan ons de moed ontnemen zodat we geneigd zijn ons er bij neer te leggen. Of we worden belachelijk gemaakt als we voor het geloof uitkomen.

Nu, we hoorden dat Jezus niet alleen bij wilde dieren verbleef in de woestijn, maar dat ook engelen bij Hem waren, die Hem dienden. Dus Hij was er niet alleen met die slechte elementen, integendeel: God stond Hem bij met de hemelse machten.

Ook wij, Zijn dierbaarste schepselen, staan nooit alleen. We kunnen steeds beroep doen op de Hemel. God staat ons bij met zijn engelen, in al wat wij doen, vooral tijdens moeilijke momenten.

Het is goed daaraan te denken en te rekenen op die goddelijke bijstand. We kunnen deze band tussen ons en God vergelijken met de regenboog waarvan we hoorden in de lezing. Deze regenboog is als een band tussen de Hemel en de aarde, het verbond van God met zijn mensen dat Hij nooit verbreekt, meer zelfs: Hij is altijd met ons bezig! Daarom, laten we ons in niets verontrusten.

Jezus zei ook nog: het Rijk Gods is nabij! Daarmee bedoelt Hij, dat Hijzelf bezig is de wereld te veranderen. Geven wij Hem de kans om ons hart tot Hem te keren, en laten wij Hem daarbij helpen. Hij wil ons daarbij gebruiken, want de wereld veranderen betekent: de mensen veranderen. Hoe kunnen wij ons veranderen? Dit lukt niet van de ene dag op de andere zoals we weten, het zou maar al te mooi zijn.

Maar we kunnen beginnen met na te gaan in ons hart, welke onze zwakste plek is, waar we veel moeten tegen strijden. De veertigdagentijd is dé uitgelezen periode om één tekortkoming er uit te nemen, en daar iedere dag aan te werken. Eén is genoeg, we zullen onze handen er vol mee hebben, bij wijze van spreken.

Als we ’s avonds gaan slapen, dan kunnen we in een ogenblik onze dag voor de geest halen en zien wat we ervan gemaakt hebben. Zijn we hervallen, geen paniek, gewoon beslissen om ’s anderendaags te hervatten en beter te doen.

Zo zullen we onze relatie met God verscherpen, want we zullen voelen dat we niet zonder Hem kunnen. Als we zo leven, zullen we met Pasen, als veranderde mensen de verrijzenis van onze Heer Jezus Christus kunnen vieren.

Nog een gezegende 40-dagentijd, en dat God onze harten mag vullen met zijn liefde. Want hoe meer de zonden verdwijnen uit ons leven, des te meer plaats zal er in ons hart zijn voor de goddelijke Liefde. Amen.

Door pastoor Guido Dewaegeneere

bron: per email ontvangen

Advertenties