Preek 5e zondag van de Vastentijd B 2015

De tuinlieden van de sjoefelploeg zijn dit jaar nog nauwelijks actief geweest. In dit koude en natte weer hebben zij nog geen lentekriebels gevoeld. Hun handen zijn nog niet gaan jeuken.

Maar in de kraampjes op de markten (en bij de boerenbond) zijn alweer alle mogelijke zaden voor de tuin te koop en de echte tuinliefhebber kan er niet langs lopen, zonder even te kijken of hij niet iets nodig heeft. De echte tuinman kijkt verlangend uit naar het moment, dat hij het eerste zaad kan uitstrooien.

Een zaadje is eigenlijk een wonderlijk dingetje. Het ziet er hard en droog uit, maar als het in de grond wordt gelegd, dan gaat het leven. Het zaad gaat kiemen en teert zichzelf op. Zo kan er een nieuw plantje ontstaan. Uit het stervende zaad komt het nieuwe leven voort. Het offert zichzelf op, maar juist daardoor schenkt het nieuw leven. Zo ontspringen er nieuwe krachten. Het zaad ontkiemt, breekt open. Even zovele jonge, nieuwe plantjes ontkiemen. Een wonderlijk proces: sterven om te leven.

Dit beeld van het zaad gebruikt Jezus, als op zekere dag een aantal vreemdelingen naar Jezus vragen en door de apostelen bij Hem worden gebracht. “Wij zouden Jezus graag spreken,” was hun wens. Zij hebben de verhalen over Jezus gehoord en nieuwsgierig willen zij wel eens met Hem kennis maken. Het maakt altijd indruk, als je een bekend persoon eens in levende lijve mag zien en meemaken. “Wie is dat, die Jezus uit Nazareth?”

Als Jezus deze mensen ontmoet, dan stelt Hij zich niet gewoon voor door zijn naam te noemen. Neen, Jezus noemt zijn naam niet, maar Hij vertelt iets over wat Hem ten diepste bezig houdt. Hij gaat over tot een merkwaardige beeldspraak: “Als een graankorrel niet in de akkergrond sterft, blijft hij onvruchtbaar. Maar door te sterven brengt hij rijke vruchten voort.” Het moet voor de mensen als wartaal in de oren geklonken hebben, maar dit beeld drukt uit, hoe Jezus Zijn zending beleeft.

mother-teresa2Graag wil ik dit verhelderen aan de hand van een werkelijk gebeurd verhaal. Een kleine 35 jaar geleden vestigde te India een kleine zuster de aandacht van de wereld op zich door de mensen die stervend langs de weg lagen, in een huis te brengen en samen met haar medezusters te verzorgen. Het leverde haar de Nobelprijs van de vrede op. Journalisten verdrongen zich vervolgens voor een vraaggesprek. Zo ook een journalist van het Limburgs Dagblad. Na lang wachten lukte het hem om moeder Teresa te ontmoeten. Juist toen hij zijn vragen wilde stellen, zei de zuster: “Geen vragen. Als je wilt weten wie ik ben, kom dan mee”. Zij nam de journalist mee naar een zaal waar rijen mensen op matrassen op de grond lagen. “Hier heb je een schort, een kom water, een washandje en een handdoek en zeep en ga nu deze rij mensen verzorgen.” De opdracht was duidelijk. Kokhalzend begon de journalist aan zijn werk. Maar toen hij een hele rij mensen gewassen had, wist hij wie moeder Teresa was. Hij hoefde geen vragen meer te stellen. Hij had moeder Theresa leren kennen als een vrouw die zich wegcijfert en opoffert.

Moeder Teresa spreekt ons aan. Haar voorbeeldig leven drukt uit hoe Teresa haar roeping kon waarmaken. Moge haar inzet voor ons een goed voorbeeld zijn om ons ook dienstbaar te maken aan de opbouw van Gods Rijk onder mensen.

Vgl. bron: http://www.parochiestmartinusvlodrop.nl/pdf/preken/2009/preek10.pdf


Advertenties