“Stille Zaterdag – Pasen”; volgens Matteüs 28,1-10, Marcus 16,1-13, Lucas 24,1-53 en Johannes 20,1-23.

Op Witte Donderdag is Jezus op de Olijfberg en wordt Hij verraden door Judas Iskariot. Hierop wordt Hij gearresteerd door soldaten die in dienst waren van de hogepriester.

De Joodse leiders wilden Hem ter dood veroordelen, maar dat mocht alleen de Romeinse gouverneur, Pontius Pilatus, doen. Pilatus verklaarde echter in het openbaar niets te zien waarom Jezus ter dood zou moeten worden veroordeeld. De aanklagers bleven echter aandringen. Ook verklaarden ze dat Jezus zich ‘koning der Joden’ noemde en dat dit al een veroordeling zou rechtvaardigen. Pilatus kon hier niet goed onderuit komen als hij moeilijkheden met de Romeinse keizer wilde vermijden. Hij kon nog maar een oplossing zien van dit dilemma: het was traditie dat ter gelegenheid van het joodse feest Pesach een veroordeelde misdadiger gratie kreeg en het volk mocht kiezen welke dat zou zijn. Pilatus gaf nu de keus tussen Jezus en een moordenaar, veronderstellend dat het volk niet een moordenaar zou vrijlaten. Opgehitst door de leiders koos het volk echter voor vrijlating van de moordenaar Barabbas in plaats van Jezus. Jezus werd door Pilatus veroordeeld tot de dood aan het kruis. Hij waste daarbij zijn handen ‘in onschuld’.

Jezus werd op Goede Vrijdag aan het kruis genageld, waar Hij kort voor de joodse sabbat, op de vooravond van het Pesach, stierf. Jezus wordt door Jozef van Arimathea begraven in een graf dicht bij Golgotha.

Heel vroeg op de zondagmorgen (Paaszondag) gaan er vrouwen naar het graf om het lichaam van Jezus te verzorgen. Ze vinden Hem daar echter niet, engelen vertellen hun dat Jezus is verrezen. “Waarom zoekt u de Levende onder de doden?” Kort daarop verschijnt Hij aan Maria Magdalena. Daarop gaan de vrouwen naar de leerlingen, die hen niet kunnen geloven. Toch gaan ze wel bij het graf kijken, Johannes en Petrus voorop. Diezelfde dag verschijnt Jezus aan twee volgelingen die onderweg zijn naar Emmaüs. Nadat Hij Zich aan hen geopenbaard heeft, haastten ze zich terug naar Jeruzalem om het de leerlingen te vertellen. Terwijl ze hun verhaal aan het doen zijn, verschijnt Jezus in hun midden. Hij belooft hierbij de Heilige Geest te zenden en geeft ze de opdracht: “Zoals de Vader Mij heeft uitgezonden, zo zend Ik jullie uit.”

>>> Vgl. www.preekvandeweek.be

Advertenties