Zr. Faustina, apostel van de Goddelijke Barmhartigheid

Polski: Fotografia św. Faustyny Kowalskiej św. Faustyny Kowalskiej (zuster Faustina 1905-1938)

God wil de wereld redden. Daarom gaf Hij aan een religieuze zuster; zr. Faustina de zending, de mensen op te wekken tot een onbegrensd vertrouwen in de Barmhartigheid van Zijn Goddelijk Hart van Jezus. Zo sprak Jezus onder meer tot haar: “Weet, mijn dochter, dat mijn Hart de Barmhartigheid zelf is. Vanuit deze zee van Barmhartigheid vloeien stromen van genaden over de hele wereld. Geen ziel die tot Mij komt, gaat van Mij heen zonder gesterkt te zijn. Alle ellende verdwijnt in mijn Barmhartigheid en elke genade, die verlost of heiligt, stroomt uit deze bron. Ik wil dat de priesters tot de zondige zielen over mijn grote Barmhartigheid zullen preken”. En: “Gelijk een moeder die haar kind beschermt, zo bescherm Ik de zielen, die gedurende hun leven het vertrouwen op mijn Barmhartigheid zullen bevorderen en in het uur van hun dood zal Ik niet hun rechter maar hun Zaligmaker zijn.”

Paus Johannes Paulus II z.g. heeft de eerste zondag na Pasen uitgeroepen tot Zondag van de Goddelijke Barmhartigheid:

Op elke Barmhartigheidszondag is het mogelijk een volle aflaat te ontvangen. Aan de volgende voorwaarden moet worden voldaan: 1. Binnen tien dagen voor 12 april of binnen tien dagen na 12 april gaan biechten (dit geldt in ieder geval voor de Nederlandse Kerkprovincie: het zal praktisch gezien namelijk niet lukken dat zoveel mensen op een en dezelfde dag kunnen gaan biechten). 2. De Heilige Mis bijwonen (vanzelfsprekend!). 3. De dag zelf vieren tere van Gods Barmhartige Liefde. 4. De geloofsbelijdenis bidden. 5. Die dag bidden voor de intenties van de Paus. Als aan deze 5 voorwaarden wordt voldaan: dan worden je de zonden vergeven (schuld door de zonde) en worden de zondestraffen van je weggenomen (de boetedoening vanwege de zonde). Als je (vol overgave aan Gods Wil) zou sterven op Barmhartigheidszondag betekent dit dat je het vagevuur zou mogen overslaan om rechtstreeks naar de Hemel te mogen gaan. Bron: LKZ.Wordpress.Com/Zr-Faustina


Verdieping

In de dagen na Pasen en ook vandaag lezen we elke dag de stukken tekst uit het evangelie waarin de Jezus de Verrezen Heer Zich toont aan Zijn leerlingen, en hen met veel moeite weet te overtuigen dat Hij werkelijk uit de dood is opgestaan, dus dat Hij werkelijk is verrezen.

Deze week vroeg ik in een gezelschap wat zij het mooiste Paasverhaal vonden. Bijna iedereen antwoordde: “Het verhaal van de ongelovige Thomas”.

Het is inderdaad een mooi verhaal omdat wij wellicht allemaal zouden reageren zoals Thomas, als ons hetzelfde zou overkomen.

Het evangelie zegt ons dat Thomas ook Didymus wordt genoemd. Dat is meer dan een detail dat in dat verhaal staat. Didymus betekent tweeling. Eigenlijk is die Tomas onze tweelingbroer, want we lijken weel op hem, hij reageert tenminste zoals de meesten van ons zouden reageren in zo’n situatie.

Ik wil vandaag even stil staan bij dat verhaal over Thomas. Ik probeer het verhaal te vertalen naar het leven van vandaag en we mogen ons dan daarbij de vraag stellen hoe wij zouden reageren.

Stel: een dierbare van u wordt naar het ziekenhuis gebracht, krijgt een zware operatie en sterft. Uw dierbare wordt begraven en na de uitvaart ga je met de familie nog even naar het huis van de overledene. Je moet even weg en wanneer je terugkomt is er van de rouw niets meer te merken, iedereen lijkt in feeststemming, en ze zeggen dat de dierbare die we net hebben begraven; op bezoek is geweest!

Ik denk dat iedereen, zoals Thomas ook deed, vol ongeloof zou reageren. Je zou wellicht denken dat ze door de emoties verward zouden reageren. Of zoals bij Thomas zouden zeggen: dat je het maar moet geloven.

Thomas zegt: “Zolang ik in Zijn handen niet het teken van de nagelen kan zien en mijn hand in Zijn zijde leggen, zal ik zeker niet geloven”. Dit verhaal is een heel eerlijk verhaal, het toont aan dat het ook voor de apostelen niet vanzelfsprekend was te geloven dat hun Meester weer levend en verrezen was. Hij heeft moeten bewijzen dat Hij werkelijk de Zoon van God is die de zonde en de dood had gebonden en voor Eeuwig Leven had gezorgd, voor ieder die in Hem gelooft en gedoopt is. Hij bevestigt Zijn leerlingen door zich vele malen te laten zien. Ook Thomas krijgt de kans om tot geloof te komen.

Acht dagen later komt namelijk Jezus weer en Jezus pakt Thomas op zijn woord. Hij zegt tegen Thomas: kom maar eens bij Mij. Jezus zegt: “Kom hier met je vinger en bezie Mijn handen. Steek je hand uit en leg die in Mijn zijde en wees niet langer ongelovig maar gelovig”. Thomas gaat dan door de knieën en gelooft in Jezus de Verrezen Heer.

Dit verhaal van ongelovige Thomas is meer dan een gewoon verhaal over Jezus die Zich bijna 2000 jaar geleden aan ons bewezen heeft. Dit evangelieverhaal zegt ons ook het volgende: God geeft aan elke mens in zijn/haar leven tekenen en kansen om in Hem te geloven. God komt in elk mensenleven een aantal keren heel dichtbij, om te bewijzen dat Hij er echt is. Dat Hij van ons houdt en dat Hij ons echt gelukkig wil maken.

Met dit verhaal mogen wij er ook eens aan denken wanneer ikzelf de barmhartige Jezus dicht bij mij hebt gevoeld. Wanneer Hij dicht bij mij stond en wanneer Hij tegen mij zei, dat ik niet ongelovig maar gelovig moest zijn.

Maar we moeten Jezus echt ook willen zien in ons leven. Hij is door de genade van het doopsel en door Zijn barmhartige liefde voor ons immers echt heel dicht bij ons. De Paastijd van dit jaar mag ons daar echt eens bij stil laten staan!

bron van de ‘verdieping’: pastoor A. Penne, www.priesterpenne.be


Advertenties