Preek 12de zondag door het jaar B 2015

Wie kent er niet de Zuiderzeeballade van Silvain Poons. Deze zanger zong over de tijd dat het IJsselmeer nog Zuiderzee heette, toen de vissers er uitvoeren voor de vangst, maar waar ook zovelen niet van terugkeerden.

Een jongen zingt: “Opa, kijk ik vond op zolder, een foto van een oude boot. Is dat nog van vóór de polder, van die oude vissersvloot”. “Jochie, dat is een gelukkie. Was dat ding al jaren kwijt. Ik heb nu weer een heel klein stukkie van die goeje ouwe tijd. Daar is het water, daar is de haven, waar je altijd horen kon. We gaan aan boord. De voerman laat er nu paarden draven en aan de horizon ligt Emmeloord.”

Gedurende vier maanden bleef dit lied op de hitlijsten staan als uitdrukking van nostalgie en vissersromantiek. Één voor één wijst de zanger de mensen op de foto aan: “Kijk die jongeman ben ik. Ik was de kapitein. En die grote dikke, dat moet malle Japie zijn.” Maar ook komt de rauwe werkelijkheid ter sprake: “Opa, en die blonde jongen, vooraan op de fokkeschoot?” Maar de zanger moet slikken en kan niet verder. Opa, zeg nou wat… “Die jongen is je ome, die is dood.”

Het is een lied van weemoed en heimwee en van pijn. Een lied vol van een soort haat-liefde verhouding tot de zee. Inderdaad: De zee trekt mensen aan. Zij houden van de zee en tegelijkertijd weten zij, dat de zee wispelturig is, onbetrouwbaar, niets en niemand ontziend. Zeelieden en vissers uit alle volkeren zal dit lied dus bekend in de oren hebben geklonken.

Ook de apostelen zouden dit lied hebben meegezongen, want het meer van Galilea was dan wel niet de grote zee, maar het kon er niet minder spoken en de plotselinge valwinden konden het meer in korte tijd opzwiepen tot een kolkende en kokende watermassa. De leerlingen kenden het meer en vreesden het om zijn wispelturigheid. Hun vissersbootjes werden in dat golvengeweld als lucifersdoosjes heen en weer geslingerd. Hun stuurmanskunst diende tot niets. Ook nu weer overvalt hen een storm. En terwijl de leerlingen vechten voor hun leven, ligt Jezus op de achtersteven en slaapt. Zijn rust moet de leerlingen nog nerveuzer gemaakt hebben. Zij maken Hem wakker en verwijtend vragen zij Hem: “Meester, raakt het U niet, dat wij vergaan?” En Jezus staat op, richt zich tot wind en golven en het wordt volmaakt stil. Maar tot de leerlingen zegt Hij: “Waarom zijn jullie zo bang? Hoe is het mogelijk, dat jullie nog geen geloof bezitten?”

Wij zijn geen zeelieden. Misschien zal een enkeling op een boot spelevaren op de maasplassen. Toch is het evangelie er voor alle mensen en niet alleen voor zeelieden en vissers. Dit verhaal is waarschijnlijk ook ons levensverhaal, want stormen en spoken doet het niet alleen op zee. Ook in ons eigen leven kunnen net zo snel stormen opsteken. Alles lijkt rustig in het eigen bestaan. Het meer ligt er gladjes bij. “Wie doet mij wat?” en dan is er plotseling die Griekenlandcrisis. Deze maand hoorden wij het vervolg van de miljardenvloed en dat terwijl zware financiële verplichtingen van terugbetaling niet nagekomen worden. Of natuurlijk op vaderdag stellen wij ons voor, hoe het ook wel eens in de huiselijke kring kan stormen. Ook daar ligt de zee er niet altijd gladjes bij. Soms bevindt zich ook de huwelijksboot in zwaar weer. Problemen in huwelijk en gezin kunnen van de ene op de andere dag alles op zijn kop zetten. Angstig vraag je je af: “Hoe nu verder?”

En terwijl de apostelen de dood in de ogen zien, ligt Jezus op de voorsteven en slaapt. Wie van ons kent niet datzelfde gevoel, dat God slaapt, terwijl je ondergaat in de problemen? “Raakt het U niet, dat wij vergaan?” zal menigeen wanhopig God in het gezicht willen toeroepen.

Waarop Jezus nuchter antwoordt: “Hoe is het mogelijk, dat jullie nog geen geloof bezitten?”

Nood leert bidden, zeggen wij wel eens. Maar: Nood kan ook mensen bitter maken. Nood leert je alleen bidden, als je de verbinding leert te leggen tussen je eigen angst en de beschermende aanwezigheid van O.L. Heer. Dat is als een lichtstraal van Gods liefde, die kan binnenvallen in de duistere plekken van je leven. Wij voelen ons dan als een kind dat rustig is en slapen kan omdat de deur op een kiertje staat en er een spleetje licht in de kamer valt.

“Wie is Hij toch, dat wind en water Hem gehoorzamen?” Dat is een mooie geloofsbelijdenis. Maar deze geloofsbelijdenis kunnen de apostelen pas uitspreken, nadat zij door de stormen zijn heengegaan en nadat zij de twijfels hebben overwonnen. Geloof moet rijpen door de levenservaring: Dan is er geen sprake van een aangepraat geloof, maar van een doorleefd vertrouwen. Dat geeft houvast en zekerheid. Dat geeft rust. Bidden wij om die rust.

Bij gelegenheid van vaderdag wens ik alle vaders een goede vaart met hun huwelijks- en gezinsboot. Maar naar alle waarschijnlijkheid staat ook moeder aan het roer en bepaalt zij mede de koers.

Misschien liggen de vaders ook als Jezus op de bank te slapen, terwijl moeders hen toeroepen: “Help, wij vergaan!” En waarschijnlijk zullen jullie, vaders, als Jezus dan zeggen: “Schat, wat ben je toch kleingelovig. Ik ben er toch. Je moet toch weten: ‘Vader kan alles’.” Amen.

Vgl. bron:  ParochieSt.Martinus.nl


Advertenties