Preek 15e zondag door het Jaar (b) 2015

Schriftlezingen: Amos 7, 12-15; Marcus 6, 7-13

Ga er maar aan staan! Zoals eens de twaalf, twee aan twee; je hebt elkaar en je hebt je stok; immers geen dubbele kleding, geen voedsel, zelfs geen geld; alleen een stok. Dit woord maakte mij nieuwsgierig. Alléén maar een stok! Het is eigenlijk best makkelijk om alleen maar een stok te moeten meenemen. Anderzijds ook wel lastig als je niets anders mág meenemen. Daarom ben ik mij wat meer gaan verdiepen in dat woord.

Een stok biedt houvast voor onderweg; je kunt erop rusten, je kunt er de weg mee banen en er valse honden mee van je af houden.

Ook denk ik aan psalm 23 waarin het herderschap van de Heer, de goede Herder, wordt beschreven; Zijn stok en herdersstaf geven moed en vertrouwen. Bij mijn aantreden als pastoor in mijn vorige parochies ontving ik een herderschopje. De ringen om de steel verwijzen naar de parochies die volgden. Het schopje wordt eigenlijk nooit gebruikt, maar het heeft symbolische waarde.

Ook denk ik bij ‘alleen maar een stok’ aan het bijzondere verhaal dat te lezen is in Genesis 38; de kwalijke geschiedenis van ontrouw van Juda en zijn schoondochter Tamar; hier wordt de staf als onderpand gevraagd, als teken van herkenning, van identiteit.

Het zijn allemaal verwijzingen naar de stok, de staf als teken van de waardigheid en van herkenning. Hij die de stok draagt, draagt ook de identiteit en waardigheid! Alléén en als allereerste de stok… waarna de rest volgt!

De twaalf van toen, dat zijn wij nú, in deze tijd. Christenen zijn de leerlingen van de Heer in deze tijd; mensen met een opdracht, met een zending. Het tweede Vaticaans Concilie heeft het meermaals onderstreept. Wij zijn de leerlingen van nu om op grond van ons doopsel en vormsel, toegerust door de Heer met Zijn Geest, uit te trekken en goed te doen; om mensen tot ommekeer te bewegen, om duivels -in welke vorm dan ook- uit te drijven, om zieken -in welke vorm dan ook- te genezen; om mensen van vrede, van herstel te zijn, ook als het niet gelegen komt.

De woorden van de profeet Amos in de eerste lezing zijn zó herkenbaar voor ieder die in de Naam van de Heer uittrekt; je gaat niet uit eigen naam, maar in naam van de Heer. Dat is de identiteit, dat is onze stok…

In onze tijd zien we soms onverwachte getuigen van de Heer, bv in de sportwereld; op de groene mat of elders; mensen die zich niet schamen om van hun geloof te getuigen.

En wij? Ook wij hebben de stok van de Heer ontvangen en zijn zonder uitzondering geroepen om uit te trekken, om goed te doen, te herstellen en te genezen. Leven met een opdracht als gezanten van vrede.

Door pastoor John Dautzenberg

Vgl. bron: http://www.rkk.nl/15e_zondag_dh_jaar_b_door_pastoor dautzenberg


Advertenties