Preek 16e zondag door het Jaar (b) 2015


10404859_10207549441362765_2602033924009095089_n

H. Evangelie volgens Marcus 6, 30-34: “In die tijd voegden de apostelen zich bij Jezus en brachten Hem verslag uit over alles wat zij gedaan en onderwezen hadden. Daarop sprak Hij tot hen: “Komt nu eens zelf mee naar een eenzame plaats om alleen te zijn en rust daar wat uit.” Want wegens de talrijke gaande en komende mensen hadden zij zelfs geen tijd om te eten. Zij vertrokken dus in de boot naar een eenzame plaats om alleen te zijn. Maar velen zagen hen gaan en begrepen waar Hij heenging; uit al de steden kwamen mensen te voet daarheen en ze waren er nog eerder dan zij. Toen Jezus aan land ging, zag Hij dan ook een grote menigte. Hij voelde medelijden met hen, want zij waren als schapen zonder herder; en Hij begon uitvoerig te onderrichten”.


Vrij zijn voor de Heer

“Na hun eerste zending voegden de apostelen zich bij Jezus en brachten Hem verslag uit over alles wat zij gedaan en onderwezen hadden… Jezus zei tot hen: “Komt nu eens zelf mee naar een eenzame plaats om alleen te zijn en rust daar wat uit. ” Want wegens de talrijke gaande en komende mensen hadden zij zelfs geen tijd om te eten”.

De meest normale zaak van de wereld! Na hun zending komen de leerlingen bij Jezus verslag uitbrengen en onder elkaar van gedachten wisselen. Heel normaal en nodig voor mensen die aan eenzelfde zending hun beste krachten besteden. Dat schept een hechtere band, geeft moed en bevestiging. Het is ook nodig, want Jezus’ zending is geen éénmanszaak.

Dit meer ervaren en waarderen, kan alleen maar positief zijn. Het is van belang er open en eerlijk aan mee te werken. Dit is niet alleen nodig bij allerlei samenkomsten en vergaderingen maar vooral in het wekelijks Eucharistisch samenzijn. Dat hebben we Broodnodig, zowel als plaats voor het gezamenlijk verslag van het voorbije, als vooral voor hernieuwd contact met de Heer naar de toekomst toe.

Op de eerste plaats willen wij er Hem aan het woord laten om onze zending te hernieuwen en te stimuleren. In feite moeten we elke dag over onze inzet rapporteren bij de Heer; tot een levensherziening komen en er Hem eren en prijzen.

Ook op tijd rust nemen om niet ten onder te gaan in de drukte, kunnen we alleen maar dankbaar aanvaarden. Iedereen heeft nood aan stilte, aan alleen zijn, aan bezinning. Zeker in onze tijd. Tijd voor levensnoodzakelijke dingen hebben we toch niet, als we hem niet maken.

“Zij vertrokken dus in de boot naar een eenzame plaats om alleen te zijn. Maar velen zagen hen gaan…; uit alle steden kwamen mensen te voet daarheen en ze waren er nog eerder dan zij. Toen Jezus aan land ging, zag Hij dan ook een grote menigte. Hij gevoelde medelijden met hen, want zij waren als schapen zonder herder; en Hij begon hen uitvoerig te onderrichten”.

Een tweede besluit uit dit H. Evangelie dringt zich op. Hoe nodig herbronning, verslag en samenwerking ook zijn, zending is ook overvloedige uitstraling van Christus’ liefde voor de dwalende menigte.

Zoals de Meester Jezus willen wij er ook zijn voor anderen. Menselijke plannen moeten er zijn en planning ook, maar die moeten ondergeschikt blijven aan de evangelisatie van de mensen. Deze eeuwige spanning van het christendom is niet weg te denken. Als we vanuit evangelische naastenliefde tijd maken voor medemensen, dan is hij goed besteed. Zelfs in vakantietijd mag de christelijke liefde nooit vrijaf krijgen.

Vgl. bron: Bezinningen van Gods Woord van dag tot dag, door Norbertijnen van de Abdij Postel, Turnhout Brepols / Boxtel Katholieke Bijbelstichting / Postel Norbertijnenabdij, 1989, blz. 345-347.


Advertenties