Donderdag 23 juli 2015 – Feest van de Heilige Birgitta van Zweden (1302-1323), stichteres van de orde van de Allerheiligste Zaligmaker, ook wel “birgittinessen” genaamd; beschermheilige van Europa; Lezing: Galaten 2, 19 – 20; antw.: uit Ps. 34; evangelie: Johannes 15, 1-8.

1. Ooit eerder dreigde Europa, althans haar sociale bovenlaag, aan rijkdom en weelde ten onder te gaan. De heilige Birgitta, ofschoon zelf uit die bovenlaag afkomstig, werd al vroeg door de genade weggetrokken uit die buitenkantwereld. Haar leven mondde, na huwelijk en acht kinderen, uiteindelijk uit in een vurige liefde voor de lijdende Christus, in een niet aflatende zorg voor de armen omwille van Christus, en een ijver (zoals de heilige Catharina van Siëna) voor de terugkeer van de plaatsbekleder van Christus naar Rome en naar de trouw aan Christus tot in lijden en dood toe. Het was Johannes-Paulus II die haar de titel van beschermheilige (patrones) van Europa gaf.

2. In haar toewijding aan God, in haar godsdienstige beleving, was het voorgeschrevene haar niet genoeg. Zij verloor zichzelf aan de levende Heer, aan Christus: “Ik ben dood voor de wet; door de wet ben ik gestorven om te leven voor God. Met Christus ben ik gekruisigd. Ik leef niet meer, Christus leeft in mij. Dit sterfelijk bestaan in nog slechts leven in het geloof in Gods Zoon, die mij heeft liefgehad en zichzelf voor mij heeft overgeleverd”

3. Met Christus gekruisigd: voor de heilige Birgitta betekende dat een voortdurende versterving van haar natuurlijke verlangens om zo met heel haar ziel de adem van de verrezen Heer, de heilige Geest te ontvangen: “Blijf in Mij, dan blijf Ik in u” was voor haar een woord dat gehoorzaamd moest worden. Alleen in Hem zocht zij de impuls tot leven, met geen ander verlangen dan om vrucht te kunnen dragen: “Als gij in Mij blijft en mijn woorden in u blijven, vraagt dan wat gij wilt en gij zult het krijgen. Hierdoor wordt mijn Vader verheerlijkt: dat gij rijke vruchten draagt”.


Advertenties