manonOp weg naar het Kind in de kribbe

Meer dan tweeduizend jaar geleden was er in de wereld ook veel duisternis. Keizer Augustus, de toenmalige wereldheerser wilde weten hoeveel onderdanen hij had en ieder moest op stap, ouden, zieken, gehandicapten, iedereen. En zo werden ook Jozef en Maria, hoogzwanger, verplicht vanuit Nazareth naar Bethlehem te trekken. Het waren meerdere dagreizen. In Bethlehem zaten alle herbergen overvol. Het arme, jonge gezin vond uiteindelijk onderdak in een stal voor dieren. Daar werd Jezus geboren en in een voederbak gelegd. Eenvoudige herders in de buurt, zij wisten dat Jezus de ware Koning van Israël was en kwamen Hem aanbidden. Ook wijzen uit het verre Perzië hadden de juiste ingeving en lazen in de sterrenhemel dat er een nieuwe Koning geboren was. Zij kwamen het Kind geschenken brengen en aanbaden Hem. Er zijn altijd eenvoudigen én hooggeplaatsten die de waarheid hebben gezien en er naar willen leven. En dan is er weer de jaloezie, die leidt naar geweld en dood. Koning Herodes wil Hem, die hij al rivaal ziet onmiddellijk uitschakelen. Hij kent maar één taal, die van de moord door zijn leger. Alle borelingen in Bethlehem worden uitgemoord. Moeders wenen om hun kinderen en “kunnen niet getroost worden, omdat zij er niet meer zijn” (Mat. 2, 18). Maar Jezus is ontsnapt, deze keer toch. Jozef werd in een droom verwittigd en vluchtte met Maria en Jezus naar Egypte. Zo zijn er overal en altijd misdadigers en martelaars. Keizer Augustus, koning Herodes, de machtigen en hun aanhangers wanen zich de hoogste wereldheersers, met onnoemelijk leed voor velen. Hun standbeeld is meestal zo groot als het lijden dat ze veroorzaken. In de ware geschiedenis van God met de mensen, verdwijnen ze als kaf met de wind. De echte helden zijn de herders in open veld met hun kudden, de wijzen uit het oosten die hun paleis verlaten om de ster te volgen en allen die op weg gaan naar het Kind in de kribbe. Met hen schrijft God een geschiedenis die blijvend is.

Het licht van het kruis op de kribbe

Over het Kind in de kribbe straalt het licht van het kruis, waardoor ook moslims worden verlicht.

We denken aan die kleine jongen uit Tartous die einde vorige maand als een fier soldaatje hulde bracht aan zijn vader en de soldaten die sneuvelden bij de bevrijding van het militair vliegveld van Kweiri. Terwijl de kisten in het midden van een zee van mensen werden neergelegd, declameerde hij met heldere stem: “Mabrouk, proficiat, jullie zijn niet dood, jullie leven bij God”. Hiermee vertolkte hij de liefde, dankbaarheid en trots van het hele Syrische volk om zijn martelaren. Deze week kwam een moslim in de kerk en vroeg of we met zijn gsm een foto wilden maken van hem, voor het altaar met het kruis op zijn borst. “Als ik sterf wil ik deze foto achterlaten” zo was zijn verantwoording. Twee Hezbollah-soldaten werden gedood bij de verdediging van een assyrisch-orthodoxe kerk. Hun foto’s gaan rond. Beiden staan fier naast een Mariabeeld. De moslimvrouwen die hier handgemaakte sierkaarsen leren vervaardigen, kiezen dikwijls voor een kaars met Onze Lieve Vrouw er op, maar ook met het kruis. Een vrouw zei achteraf uitdrukkelijk, wijzend op de kaars die ze gemaakt had: “dit kruis zal ons beschermen.” En onze groep vrijwilligers beleven nagenoeg dagelijks een kerstverhaal bij de hulpverlening. Het zijn juist de meest behoeftigen die zich verschuilen en die ze willen opzoeken en helpen voor zover ze kunnen. Geld en goederen komen allemaal van mensen die ons in alle stilte blijven helpen.

Zij zijn de blijvende heldere sterren in de donkere nacht van deze wereldgeschiedenis.

door pater Daniël in Syrië

Emailbericht


.

Advertenties