Maria en Mariaverering vroeger en nu

De verering van Maria heeft altijd een belangrijke plaats ingenomen in de katholieke Kerk.

Vroeger, 50, 100, 150 jaar geleden stond Maria in veel hoger aanzien dan in het heden. Het was de tijd van de Mariadogma’s: in 1854 het dogma van de Onbevlekt Ontvangenis van Maria en in 1950 het dogma van de Tenhemelopneming van Maria. Maria kreeg een hoogverheven plaats. Dit beeld van Maria blijft tot ruim veertig jaar geleden bestaan. Velen van ons hebben nog levendige herinneringen aan die tijd. Als kind kenden we het Weesgegroet eerder dan het Onze Vader. En velen baden dagelijks op de knieën het Rozenhoedje.

Het Tweede Vaticaans Concilie (1962-1965) brengt daarin verandering. Na een diepgaande discussie komt het Concilie tot een hernieuwde kijk op Maria.

Wat is er nieuw aan de visie van het Concilie op Maria? Bij het denken over Maria moeten we onderscheid maken tussen;

ten eerste:

  • Wie is Maria in relatie met Christus;

en ten tweede:

  • Wie is Maria in relatie met de Kerk, in relatie met ons, het volk Gods.

1) Als Moeder van Christus heeft Maria die bijzondere plaats. Als Moeder Gods is Zij zonder zonde en onbevlekt ontvangen, zonder erfzonde en als Moeder van Christus met ziel en lichaam in de Hemel opgenomen en Zij troont daar nu als Koningin van Hemel en aarde. Dit denken over Maria verwijst direct naar Christus. Het is de Moeder van de Zoon van God die op deze wijze verheerlijkt wordt. En terecht.

2) Daarnaast is er de positie van Maria in relatie met de hele Kerkgemeenschap. Hier gaat het meer over de persoon van Maria. Deze manier van bidden en kijken naar Maria is het vernieuwende element van het Concilie. Maria staat nooit los van de Kerk, Zij staat er niet boven of buiten. Maria is onderdeel van de Kerk. Zij is een gelovig mens zoals wij. Maar wel is een uitzonderlijk Gelovige. Zij is de eerste van alle gelovigen. Zij is het die zegt: “Zie de dienstmaagd des Heren. Mij geschiede naar Uw woord.” Zij staat onder het kruis van haar Zoon en ziet het lege graf. Zij is er bij als Jezus aan de leerlingen verschijnt. Zij ontvangt op Pinksteren opnieuw, nu samen met de apostelen, de heilige Geest. Maria is zich alle ontvangen genaden ten volle bewust. Maria weet welke genade Zij ontvangt. We hebben dat in het Evangelie gehoord: in woorden van de lofzang van Maria, het Magnificat.

Maria laat ons zien wat het is te geloven: geloven is vertrouwen en overgave. Dit horen we in de woorden: “Mij geschiede naar Uw woord.” Er gebeurt iets aan Maria wat groter is dan haarzelf, iets dat haar te boven gaat en wat niet te begrijpen is. Maar door haar geloof durft Ze te vertrouwen en zich over te geven: “Mij geschiede naar Uw woord.” Maria is niet alleen de eerste gelovige. Ze is ook de grootste. En zo is Zij een voorbeeld voor ons allen. Haar geloof inspireert ons. Door haar geloof en haar liefde voor en verbondenheid met Christus is Maria ook het beeld van de Kerk. Maria staat symbool voor de Kerk. Met haar geloof en moederschap heeft Zij meegewerkt aan onze verlossing. Hangend aan het kruis geeft Christus Maria aan ons als ons aller Moeder: “Vrouw, zie daar Uw zoon, (…) zie daar uw Moeder.”

Deze tweeledige kijk op Maria, Moeder van Christus en beeld van de Kerk, betekent voor ons dat Maria niet alleen onze voorspraak is. Zij is ook ons voorbeeld. Als voorspraak vragen wij haar voor ons te bidden. Als medegelovigen proberen wij haar voorbeeld van vertrouwen, overgave en toewijding na te volgen. Als voorspraak bidden wij tót Maria het Weesgegroet. Als voorbeeld bidden wij mét Maria mee het Magnificat.

Maria Lichtmis en de H. Blasius horen een beetje bij elkaar, omdat ze na elkaar gevierd worden. Na de heilige Mis bestaat de mogelijkheid voor u om de Blasiuszegen te ontvangen. 

Vgl grondtekst, bron http://diakenpiertolsma.com


 

Advertenties