De Barmhartige Vader moge ons vergeven!

verloren-zoon

INLEIDING

Alle reden hebben om kwaad te zijn, alle reden hebben om iemand zijn gedrag betaald te zetten en dan toch blijven liefhebben en genade voor recht laten gelden. Dat is barmhartigheid. In deze zondagen in de veertigdagentijd wordt de Blijde Boodschap over Gods barmhartigheid telkens weer ter sprake gebracht. Vandaag vertelt Jezus de parabel van de verloren zoon. Aanleiding daartoe is de opmerking van schriftgeleerden en Farizeeën, dat Jezus omgaat met tollenaars en zondaars en met hen eet. De parabel eindigt met de opmerking van de oudste zoon: mijn vader ontvangt een zondaar en eet met hem.

VERDIEPING

Vandaag Jezus spreekt ons over Gods barmhartigheid

De eerste neiging van de mens daarentegen is de vergelding. Oog om oog, tand om tand. ‘Ik zal wraak nemen’, zo besluiten we dan. Barmhartigheid kan zelfs als oneerlijk en onrechtvaardig opgevat worden. Wij noemen sommige vergrijpen als niet te vergeven. En wij kunnen het ons voorstellen. Het bloed kan ons ook naar het hoofd stijgen. “Dit moet gewroken worden.” Wij kunnen immers een hele reeks vergrijpen opsommen.

Met het probleem van goed en kwaad zal elke mensengeneratie blijven worstelen. Moet het probleem opgelost worden met wraak en vergelding?

Jezus spreekt ons regelmatig aan op die menselijke neiging van wraak en vergelding. Zo ook in het evangelie van vandaag: de gelijkenis van de verloren zoon. We moeten er telkens weer met nieuwe oren naar gaan luisteren.

Een man had twee zonen

De jongste eist voortijdig zijn erfdeel op, terwijl in die tijd ouders tot hun dood minstens van het vruchtgebruik moesten leven.

In feite zegt de jongste onomwonden: “Vader, ik kan niet wachten op wat er overblijft na je dood.” Het vertrek van deze zoon is voor de vader en de familie kwetsender, dan wij zouden vermoeden. De zorg voor de ouders was een ereplicht: “Eer uw vader en uw moeder,” leert het 4e gebod ons. Behalve dit gebod laat die jongeman alle geboden en voorschriften Gods voor wat ze zijn en neemt een levenswijze aan, die in strijd is met alles wat thuis heilig heet. Het afscheid betreft dus zijn ouders en hun en ook zijn eigen geloof. De jongen heeft alle banden met thuis verbroken.

Maar zo bijzonder is het verhaal van de verloren zoon ook weer niet. Het is geen nieuw feit. Ook nu liggen op tal van plaatsen families uit elkaar. “Waar is niks,” hoor je vaak. Wij kennen de pijnlijke situaties bij eerste communies, vormsels en begrafenissen. Ieder heeft zijn verhaal en wil zich rechtvaardigen: “Met die wil ik niets meer te maken hebben,” kun je horen. En objectief kunnen ze soms gelijk hebben. Zo ook kunnen wij de reactie van de oudste zoon begrijpen. Die had wél zijn plichten gekend tegenover zijn vader. Die had zich wél altijd goed gedragen en de familie-eer hoog gehouden. Moet hij nu over alles heenstappen wat er gebeurd is door die jongste broer? Moet hij blij zijn met zijn terugkomst, alles vergeten wat er is voorgevallen en zijn jongste broer weer als een volwaardige broer omhelzen? Hij kan en wil zijn vader niet begrijpen. Voor hem is deze broer als dood.

Anders dan het sprookje eindigt deze gelijkenis niet met de slotzin: “En zij leefden nog lang en gelukkig.” Het verhaal van de verloren zoon is een verhaal met een open einde. “Wat gebeurde er met de oudste zoon?” Keerde hij toch terug om toch deel te nemen aan de vreugde? Of volharde hij in de kille wrok.

Wat betekent dit voor ons?

Hoe ziet een samenleving eruit, waar niet meer om vergeving gevraagd mag worden en waar niemand zich geroepen voelt om nog vergeving te schenken?

Nadat eerst de jongste was weggegaan, gaat daarna de oudste weg, weg van de barmhartige vader. Hij zal er niet gelukkiger om geworden zijn. De boodschap van de gelijkenis luidt niettemin: “Vergeef ons onze schuld, zoals ook wij aan anderen hun schuld vergeven.” De Barmhartige Vader in de Hemel moge ons vergeven en opnemen in zijn Vaderhuis.

>>www.parochiestmartinus.nl

 

 

Advertenties