human-trafficking-has-become-the-second-most-profitable-industry-after-drug-traffickingMen had vroeger in steden en dorpen zg ‘nette straten’ en men had ook achterbuurten. Wat toen achterbuurt heette, heet nu een ‘prachtwijk’. Zo was het ook op menige school. Er was de rij met slimmeriken en de rij met de dommeriken. Tegenwoordig is iedereen ervan overtuigd, dat negatieve beeldvorming moet voorkomen worden. Want daarmee ontneem je mensen kansen. Wij mogen hen geen predikaat op plakken: ‘Kan niets zijn, want zij wonen in die straat’. ‘Hun familie deugt daarom ook niet’.

Iedere poging om deze mensen op achterstand te zetten moeten wij veroordelen. Maar zo is het wel met Maria Magdalena vergaan, die als zondares wordt nagewezen. En Jezus krijgt te horen: “Als dit een profeet was zou Hij weten wie en wat voor een vrouw het is die Hem aanraakt; het is immers een zondares.” Het antwoord van Jezus aan zijn gastheer luidt: “Kijk eens naar deze vrouw.” Het doet Jezus verdriet als Hij moet zien, hoe mensen met mensen omgaan, mensen afschrijven en etiketten opplakken: “Zondares.”

Maria Magdalena staat als een zondares in de stad bekend en zij komt plotseling in het huis van deze vooraanstaande Jood binnen. Ze zegt niets, kijkt rond en gaat dan recht op Jezus af. Zij weet; deze Persoon kijkt ánders naar mij… niet als een lustobject…! Voor Hem ben ik niet slechts een prostitué die men het ene moment misbruikt en daarna als oud vuil wegjaagt. Bij Jezus mag zij mens zijn. Daarom knielt zij voor zijn voeten neer en begint te schreien. Haar tranen zijn zo overvloedig, dat de voeten van Jezus nat worden. Omdat ze geen doek bij zich heeft, droogt zij de voeten van Jezus met haar haren af en besproeit ze met de kostbare balsem die ze meegebracht had om zijn hoofd te besprenkelen. De gastheer Simon ziet het gebeuren in zijn eigen huis. Voor zijn eigen ogen.

De gastheer kent die vrouw en ‘Jezus moet haar toch ook kennen’, zo redeneert hij. Jezus zou haar daarom moeten wegsturen. Maar tot zijn grote verbazing laat Hij haar begaan. ‘Dan deugt Jezus ook niet’, zo redeneert hij verder; ‘Jezus kan dus géén profeet zijn’.

Jezus ziet de gastheer langzaam rood worden. Hij ziet hoe diens woede het kookpunt benadert, maar Jezus blijft heel rustig en zegt: “Simon, ik zou u iets willen zeggen.” Maar wat zou Jezus nog kunnen zeggen tot zo’n trouwe farizeeër, die de wet tot in de puntjes onderhoudt? Die precies weet wat mag en wat niet mag?

Simon wantrouwt Jezus, want die lijkt met alle regels een loopje te nemen.

Om Simon tot inzicht te brengen vertelt Jezus hem op een tactvolle wijze een korte gelijkenis: “Een geldschieter had twee schuldenaars, de een was hem 500, de ander 50 tienlingen schuldig. Maar omdat geen van beiden in staat waren hem terug te betalen, schold hij beiden de schuld kwijt. Wie van de twee schuldenaars zal nu de schuldeiser het meest dankbaar zijn?”

“Ik veronderstel aan diegene aan wie hij het meest heeft kwijtgescholden,” is zijn antwoord. Deze vraag is een opstap om aandacht te vragen voor Maria Magdalena als mens en haar niet enkel af te doen als een zondares.

Het verhaal is een opstap voor Jezus om hem met haar te vergelijken: “Kijk eens naar deze vrouw. Zij heeft juist datgene gedaan wat jij had kunnen doen en niet gedaan hebt. Jij hebt Mij geen water gegeven om mijn voeten te wassen, zij heeft mijn voeten met haar tranen gewassen, jij hebt Mij geen kus uit vriendschap gegeven, zij houdt niet op Mij te kussen, jij hebt mijn hoofd niet gezalfd, zij heeft mijn voeten gezalfd met balsem. Zíj deed, wat jíj had moeten doen”.

Zo zijn nu de rollen omgekeerd. De eigengereide farizeeër heeft in een spiegel kunnen kijken. Hij dacht dat het allemaal volmaakt was, maar hij staat te kijk. Maar tot de vrouw kan Jezus zeggen: “Je zonden zijn je vergeven.” De zonden die zij begaan heeft, zijn haar vergeven omwille van de liefde die zij betoond heeft.

Drie personen werden ten tonele gevoerd. Het is vruchtbaar om ons eens in ieder van hen te verplaatsen:

  1. Hebben wij iets van de vrouw in onze armzaligheid en zondigheid?
  2. Hebben wij iets van Simon, de eigengereide farizeeër, die met minachting op anderen neerziet?
  3. Hebben wij iets van Jezus die eerder oog heeft voor het goede dan voor iemands tekorten?

Moge Christus bij ons liefde en naastenliefde zien gebeuren. Moge Jezus tot ieder van ons kunnen zeggen:  “Uw geloof heeft u gered: ga in vrede.”

Vgl. bron: www.parochiestmartinus.nl



 

Advertenties