Wij zijn van Jezus gewend, dat Hij ons vriendelijk en vol begrip toespreekt, maar vandaag schijnt Jezus uit een ander vaatje te tappen. Als Jezus ons vandaag heel direct toespreekt, dan heeft dat zijn oorzaak.

Jezus weet, hoe wij mensen in elkaar steken en op elkaar reageren: Mensen zijn kritisch voor anderen, maar voor zichzelf daarentegen heel gemakkelijk met steeds een excuus of een smoes bij de hand. Wij hebben inderdaad de neiging om anderen kritisch de maat te nemen. Op elk slakje leggen wij zout. Wij kunnen maar weinig van elkaar verdragen. Naarmate wij de ander minder mogen, zijn wij bovendien eerder geïrriteerd. Wij klagen immers over de korte lontjes, die velen eigen zijn. Bij het minste of het geringste raken de gemoederen oververhit en slaat de vlam in de pan. Wij lezen elkaar graag de les en hebben over alles een opvatting, die wij de ander overduidelijk doen kennen. Wie het niet met ons eens is, komt ons nog wel tegen.

Jezus begint vandaag zijn reis naar Jeruzalem. Het zal de laatste reis zijn, want Jeruzalem zal de plaats van de kruisiging worden. Het is een pelgrimstocht van een aantal dagen, waarbij Jezus en zijn leerlingen ook door het Samaritaanse land moeten trekken. Het is bekend, dat de Joden en de Samaritanen op gespannen voet met elkaar verkeren. De Samaritanen echter bieden geen onderdak voor de nacht aan aan Jezus en zijn vrienden, omdat Jeruzalem blijkbaar het doel van zijn reis is. Als de leerlingen Jakobus en Johannes dit merken, vragen ze: “Heer, wilt Gij dat wij vuur van de hemel afroepen om hen te verdelgen?” Maar Jezus keert zich om en wijst hen op strenge toon terecht, want de leerlingen hebben een kort lontje.

Kritisch voor een ander en gemakkelijk voor zichzelf. Zo zijn wij mensen. Wij zijn berekenende mensen geworden.

Terwijl Jezus naar Jeruzalem trekt, waar Hij zijn liefde tot de laatste druppel aan ons zal schenken, stuit Hij op onze vrijblijvendheid: Het geloof mag ons niet teveel moeite kosten. Jezus wordt naar de rand van ons leven verwezen. Niets mag nog een christelijke plicht genoemd worden, maar wat stelt ons christenzijn dan voor? Wij willen vóór alles vrij zijn. Geen verplichtingen. Vrijheid blijheid. Dat kunnen wij ook niet van elkaar verdragen. Waarom moet Jezus het dan van ons accepteren?

In de eerste lezing zegt de apostel Paulus: Misbruikt echter de vrijheid niet als voorwendsel voor de zelfzucht; dient elkaar in liefde. Want de hele wet is vervat in dit éne gebod: “Bemin uw naaste als uzelf.” … ”Leeft naar de heilige Geest, dan hebt u de zelfzucht overwonnen.”

Moge Jezus vandaag ons gedrag corrigeren. Amen.

Vgl. www.parochiestmartinus.nl

Advertenties