INLEIDING

blank_page_intentionally_end_of_book


Wanneer we een roman lezen, voelen we af en toe de neiging even naar de laatste bladzijden te kijken. We willen weten hoe het afloopt. We zijn benieuwd of we dezelfde namen, dezelfde personen nog terugvinden van het begin. We willen weten wie het laatste hoofdstuk niet meer haalt. Het slot van een boek, het einde van een verhaal is belangrijk. Het geeft een ontknoping of laat een hoop vragen open. Of het eindigt gewoon met; “ze leefden nog lang en gelukkig.”

BEZINNING

In deze evangelielezing vanavond/vandaag bladert Jezus vooruit naar de laatste bladzijden van zijn leven hier op aarde. Het is een beknopt verslag van zijn eigen laatste dagen. We hoeven alleen de namen en de data nog aan te vullen en we hebben een compleet overzicht van wat er vanaf Witte Donderdag tot Pasen met Hem gebeurt.

Alles staat erin vermeld. Verraden door een vriend wordt Hij overgeleverd aan de synagoge en de stadhouder. Voor Annas, Kajafas en Pilatus moet Hij zich verantwoorden. Haast niet meer als mens, maar als een voorwerp van haat wordt Hij voor de koning gevoerd: “Samen met zijn soldaten hoonde en bespotte Herodes Hem.” Voor Jezus loopt het uit op het geven van getuigenis. “Ik heb openlijk tot de wereld gesproken. Er is niets dat Ik in het geheim heb gesproken.” Ook in die moeilijke momenten spreekt Hij een taal en een wijsheid, die geen van zijn tegenstanders kan weerspreken. “Ondervraag de mensen die gehoord hebben wat Ik hun heb verkondigd. Die weten goed wat Ik heb gezegd.” Als een lam dat ter slachtbank wordt geleid, hoort ook Jezus bij die sommigen van u die ter dood worden gebracht. Maar “door standvastig te zijn”, door niet zijn wil, maar Gods wil te laten geschieden, zal Hij op de morgen van Pasen het leven winnen. Geen haar van zijn hoofd gaat verloren, geen stuk van zijn gebeente wordt verbrijzeld.

Jezus bladert even vooruit naar de laatste bladzijden van zijn leven. Maar Hij doet het niet uit nieuwsgierigheid. Hij weet wat Hem te wachten staat. Hij doet het voor zijn leerlingen en voor ons.

Als zijn volgelingen kunnen wij zijn levensverhaal niet naast ons neerleggen. Het grijpt in op ons eigen leven. Zijn verhaal en het onze vloeien in elkaar over. Ook hier is de ervaring de beste leermeester. Door in alles aan de mens gelijk te worden, is Hij voor ons een goddelijke raadsman geworden. Wanneer mensen omwille van hun overtuiging worden gegrepen, gefolterd of gevangen gezet, dan weten zij dat er vóór hen Iemand in die cel gezeten heeft. Wanneer mensen omwille van hun geloof voor rechtbanken en stadhouders worden gevoerd, dan kunnen zij een beroep doen op een goddelijke advocaat met een taal en een wijsheid die niemand kan weerspreken. Maar ook al komen wij, met ons leven, niet in zo’n dramatische situatie terecht, toch moeten wij ons inprenten dat het ook voor ons zal uitlopen op het geven van getuigenis. Ook op onze weg langs de bladzijden en de hoofdstukken van ons levensboek is het alleen door standvastig geloof dat we het leven zullen winnen.

Het is goed dat Jezus vooruitbladert naar het einde van zijn en ons levensverhaal. Het geeft de ontknoping weer. ”Geen haar van uw hoofd zal verloren gaan.‘ Er blijven ook nog vragen open. Want niemand van ons is met de afloop bekend.

Maar door standvastig geloof kan ook ons boek eindigen met een heel bekende zin: “En zij leefden nog lang en gelukkig”; wij mogen het eeuwige leven winnen.

Uit; Postel Brepols, 727-729.

Advertenties