4e zondag in de veertigdagentijd A 2017

10974694_783363171730595_1215342634854474672_o

Heeft U ook wel eens last van lichtvervuiling? De laatste jaren wordt steeds vaker opgemerkt dat er in ons land sprake is van lichtvervuiling: het wordt ’s nachts niet meer echt donker. De snelwegen en de straten van de steden zijn zo goed verlicht dat je goed je weg kunt vinden en door die verlichting voelt de mens zich ook veiliger. Daarnaast zijn er buiten de stad kassen die ’s nachts verlicht worden om het gebrek aan zonlicht overdag te compenseren. Echt donkere plekken zijn in Nederland ver te zoeken: misschien de Veluwe of de Wadden. Daar is het nog echt donker…

Aan die overvloed aan licht zit een keerzijde. De sterrenhemel is voor ons in het Westen beperkt tot een handvol kleine speldenknoppen aan een zwarte hemel. De kracht van het maanlicht en het bijzondere van een nacht met volle maan, is ons niet meer bekend. De dageraad met de kleurrijke opkomst van het zonlicht, nog lang voordat de zon zelf al zichtbaar is, valt nauwelijks nog op. Het gehele contrast tussen licht en donker is voor ons moeilijk voorstelbaar. Om het evangelie te begrijpen moeten we proberen dat contrast tussen licht en donker goed voor te stellen.

Er staat meer op het spel dan het geluk van een individuele blinde. We weten dat Jezus’ Hart altijd uitgaat naar een mens die door onheil wordt getroffen. Jezus wil de mens altijd een weg van geluk wijzen. Hier is méér aan de hand. Het is de mensheid zelf met wie met Jezus in gesprek gaat. De mens die zijn oorsprong is vergeten en die tastend zijn weg gaat. Dat tasten is onze dagelijkse realiteit.

Fundamentele waarden rond goed en kwaad worden niet door de mensheid gedeeld. Integendeel: ieder moet voor zich maar die twee uit elkaar houden. Ieder voor zich moet die scheidlijn bepalen. We zijn zeer huiverig om elkaar daarin een weg te wijzen en voor te houden wat wel kan en wat niet kan. Dat leidt tot allerlei wantoestanden en normvervaging: we maken onze eigen normen. Naast asociaal gedrag en agressie kunnen we ook denken aan grootscheepse belasting-ontduiking.

Door Jezus wordt de oorsprong van de mens weer in herinnering geroepen. Wanneer Hij de ogen wast met slijk van de aarde, herinnert Hij de mens weer aan zijn naam: je bent door God uit het stof van de aarde geschapen.

De boodschap van Jezus is: wanneer een mens zich opent voor de aanwezigheid van God, voor de levenwekkende heilige Geest die God geschonken heeft, dan zal de mens scherper kunnen onderscheiden waar hij grenzen moet trekken tussen licht en duisternis, tussen goed en kwaad. Dat zijn steeds weer nieuwe afwegingen, maar geïnspireerd door de scheppende God, durft die mens dat aan, durft die mens – wij dus –  als leerling van Jezus alle situaties aan te pakken. Richtsnoer is dat de liefde van God steeds het laatste en hoogste woord is en dat alles wat de mens doet daar uitdrukking van moet zijn.

Mogen wij op weg naar Pasen het schemer verlaten, het vage tussengebied tussen licht en donker om ons werkelijk te richten op het Licht dat komen gaat en dat ons van de duister zal bevrijden: “Ontwaak gij die slaapt, sta op uit de doodse duisternis, en het licht van Christus zal U verlichten”.

Amen

Vgl. www.preken.be


 

Advertenties