Derde Zondag van Pasen, jaar A, 2017

Sinds Pasen is de verrezen Heer Jezus Christus niet meer gebonden aan tijd en ruimte.

img_jezusIs het niet dat Hij op de eerste dag van de week, met Pasen, temidden van de leerlingen staat, terwijl de deuren van de zaal gesloten waren?

Ze hadden zich opgesloten. Ze waren bang om zelf ook vervolgd te worden, zoals bij Jezus. En dan staat de verrezen Jezus plots in hun midden; geen inbeelding, geen spook, geen geest. Hij staat daar, in hun midden, en toont hun Zijn Lichaam, en de wonden in Zijn handen, voeten en zijde. Het is Zijn verheerlijkt Lichaam dat de kruiswonden draagt. Het is echt. Hij laat zich zelfs aanraken, Hij eet brood en wat vis. Hij is waarlijk uit de dood opgestaan, verrezen!

Met een verheerlijkt Lichaam is Jezus in hun midden en spreekt tot hen, tot hun hart, en schenkt hen zijn H. Geest, een Geest van verzoening en goddelijke Barmhartigheid: “Ontvangt de heilige Geest. Aan wie Gij de zonden vergeeft zijn ze vergeven, en aan wie ge ze niet vergeeft zijn ze niet vergeven” (Joh. 20,22-23).

Hij schenkt zijn apostelen de geest van zijn Barmhartige Liefde, die verzoent, vergeeft en wonden geneest.

Met Zijn verheerlijkt Lichaam staat Hij in hun midden, terwijl de deuren van de verblijfplaats op slot waren; niet aan tijd en ruimte gebonden; en Hij toont aan die éne, die Thomas, en door hem aan ieder van ons, zijn zijde, de openbaring van zijn Goddelijke Barmhartigheid!

De verrezen Heer Jezus Christus heeft een Hart gevuld met Barmhartige Liefde, met een Goddelijke Barmhartigheid, die met ons spreekt en Zich aan ons geeft en meedeelt. En het is niet zozeer Thomas die de geopende zijde aanraakt, als wel Thomas die door Jezus en zijn Goddelijke Barmhartigheid wordt aangeraakt. Hij komt op dat ene moment van aanraking tot die uitroep: “Mijn Heer en mijn God!” (Joh. 20,28). Zoals we vorige week hoorden in het H. evangelie!

Overal en altijd kan de Verrezen Jezus ook ons tegemoet treden en tot ons roepen: “Kom eens hier”. Op een heel bijzondere wijze, die Hij zelf heeft gewild, komt Hij tot ons in de H. Mis, in de H. Communie. Zoals Hij die Zelf heeft ingesteld, tijdens het paasmaal: “Dit is mijn Lichaam dat voor U gegeven wordt” (Lc. 22,19), “Dit is mijn Bloed, dat voor U vergoten wordt” (Lc. 22,20).

Op heel bijzondere manier komt dan het gesprek tot stand in de H. Mis. Bij de consecratie. Bij de Communie. Gesprek wordt aanbidding. Gesprek wordt vereniging, communio. Een één-zijn van Jezus en de ziel.

Wie de H. Communie, draagt zorg in het bijzonder voor de zielen die behoren tot het mystieke Lichaam van Christus, de Kerk. In het heilig sacrament is Jezus geheel aanwezig, Lichaam en Bloed, Ziel en Godheid van Jezus. In de heilige Communie smaken we de grootheid van Zijn liefde.

Nadat de verrezen Jezus aan de twee leerlingen van Emmaüs is verschenen en zij Hem herkend hebben aan “het breken van brood” (Lc. 24,35), de Eucharistie, is de verrezen Jezus opnieuw verschenen aan zijn apostelen. Hij heeft hen wederom moeten overtuigen dat het geen inbeelding was, dat Hij het werkelijk was, met een verheerlijkt Lichaam. Hij gaf hen toen de opdracht naar de volkeren te gaan, en de vergeving van de zonden te verkondigen. Ze moeten apostelen zijn van de Goddelijke Barmhartigheid en van de Barmhartige Liefde, aan alle volkeren. Daartoe worden ze met de H. Geest toegerust. Om die Geest moeten ze bidden.

Dank U, Jezus, voor zo’n Barmhartige Liefde die U ons, kleine mensen, schenkt in het Sacrament van Uw kostbaar Lichaam en Bloed, in de heilige Communie!

Vgl. bron Legioen Kleine Zielen WordPress


 

Advertenties